Nieuws NK afstanden

Esmee Visser verjaagt de twijfels met dubbele triomf

Esmee Visser tijdens haar rit op de 5000 meter die zij zal gaan winnen. Beeld Klaas Jan van der Weij

De onbevangenheid is eraf sinds Esmee Visser olympisch kampioen werd op de 5.000 meter en ze als favoriet aan elke rit begint. Dit seizoen sloeg de twijfel toe, maar bij de NK afstanden was daarvan weinig te merken. Ze heerste op 'haar’ 5.000 en sleepte ook nog de titel op de 3.000 in de wacht.

Het leek niet meer dan logisch dat Esmee Visser zondagmiddag na de 5 kilometer een ereronde zou maken als nationaal kampioene. Ze was als regerend olympisch kampioen de favoriet. Ze won ook, in een tijd van 6.50,96, maar vanzelfsprekend was het niet. Visser voelt zich vaak nog een groentje, met de twijfels die daarbij horen.

Twee jaar na haar verrassende olympische titel in Pyeongchang is Visser nog steeds niet helemaal gewend aan haar plekje in de schijnwerpers. ‘Ik vind het fijn om voor mezelf de lat hoog te leggen, maar niet als anderen dat voor me doen’, zei ze nadat ze de 5.000 meter op haar naam had gebracht, voor Irene Schouten (6.54,87) en Carlijn Achtereekte (6.55,04). Zaterdag was ze ook op de 3.000 meter al de beste.

Ze is een twijfelaar. Toen Visser (23) bij de eerste wereldbekerwedstrijden van dit seizoen niet zo lekker reed als ze hoopte, sloeg dat een bres in haar zelfvertrouwen. Na een vierde plek op de 5 kilometer in Noersoeltan, Kazachstan was ze voor de NOS-camera hard voor zichzelf. Ze had ‘laf’ gereden en bekende dat ze al het hele voorseizoen aan zichzelf twijfelde.

De onzekerheden van Visser komen voort uit haar onervarenheid. Ze heeft haar leven sinds de Winterspelen omgegooid, is pas sinds een kleine anderhalf jaar professional. En dat is wennen. Met haar coach Peter Kolder heeft ze besloten meer reliëf in haar prestaties te willen zien. Vorig seizoen was ze de hele winter goed, maar nooit uitmuntend en werd ze op de WK afstanden tweede achter Martina Sablikova.

Pieken

Om de Tsjechische in de toekomst te verslaan moet ze leren pieken. De keerzijde, de dalen, was ze niet gewend. Dat was precies wat haar irriteerde bij de wereldbekerwedstrijden. ’Het was niet dramatisch, maar voor mezelf wel. Het voelde echt alsof ik niet meer echt kon schaatsen. Ik dacht: waar ben ik mee bezig?’

Kolder moest op haar inpraten: het mindere gevoel was ingecalculeerd en ze had toch op de wereldbekerkwalificatiewedstrijden de 3 en de 5 kilometer gewonnen? Alles verliep volgens schema, benadrukte hij keer op keer. Op de NK zou ze zich beter voelen.

Kolder snapt dat het niet eenvoudig is voor zijn pupil. ‘Als je geen ervaring hebt, kun je onbevangen rijden. Dat is makkelijk. Zo is ze ook olympisch kampioen geworden.’ Maar om beter te worden is meer ervaring een vereiste. Visser zit in een overgangsfase. De tijd dat ze als vanzelf reed is voorbij. Ze moet haar grenzen leren kennen, haar valkuilen ook.

In trainingen merkt Kolder hoe dat aftasten nog af en toe misgaat omdat er nog zoveel elementen nieuw voor haar zijn. ‘Ik zeg wel eens: ze is een kuiken.’ Zo heeft Visser de neiging om veel te hard te trainen op de verkeerde momenten.

Afgelopen zomer toverde ze een fietstochtje dat rustig had moeten verlopen om tot een rit waarin ze harder trapte dan ze ooit had gedaan. De waarden uit de vermogensmeter op haar racefiets logen er niet om. ‘Ze noemen me ook weleens ‘de winnaar van de trainingen’ in de ploeg’, vertelde Visser voor het seizoen.

Frisse benen

Dat is er inmiddels wel uit, ziet Kolder. ‘Af en toe mag ze nog even losgaan, maar dat doet ze veel minder en dat is goed.’ Voor de NK afstanden had zich keurig gedeisd gehouden, met frisse benen tot gevolg.

Haar onervarenheid uit zich niet alleen in trainingen. Voor het seizoen kreeg Visser een blaar op haar voet en het wondje dat daardoor ontstond raakte ontstoken. Ze kon er uiteindelijk twee weken niet door trainen. ‘Het is uit onervarenheid dat ik niet meteen aan de bel trok. Ik dacht: het doet een beetje pijn, maar het komt wel goed.’

Het blijft zoeken voor Visser, want ze is niet snel tevreden. ‘Ik heb niet helemaal laten zien wat ik in me heb’, zei ze na haar overwinning op de 3.000 meter, haar eerste titel op die afstand. Ze was met 4.01,29 Schouten (4.01,80) en Achtereekte (4.02,20) te snel af. Trots was ze wel, want de concurrentie op de 3.000 meter schatte ze zwaarder in. ‘Ik vind het iets knapper dan een titel op de 5 kilometer.’

Een dag later was ze, ondanks haar ruime zege op de 5.000, weer niet helemaal content. Het eerste wat ze nog nahijgend van de inspanning tegen haar coach zei: ‘Het had harder gekund.’ Ze had naar het einde toe kunnen versnellen en dus niet alles eruitgehaald wat erin zat, vond ze. Had ze dan tenminste gepiekt op de NK? Ook dat niet, oordeelde Visser. De spanning rond de wedstrijden had haar prestaties negatief beïnvloed.

Zo duurt de twijfel of de professionele aanpak vruchten af zal werpen nog altijd voort. Of ze als echte schaatsprof net zo vrij zal kunnen rijden als op de Spelen van 2018 en daarbij sneller zal zijn dan toen. Uiteindelijk zal het samenkomen, verwacht ze. ‘Dat gaat de komende jaren tot uiting komen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden