Interview Bert van Marwijk

Ervaren realist aan het roer van een fanatieke sportploeg

Bert van Marwijk Foto Getty

Tijdens het WK van 2010 bereikte Van Marwijk met Oranje nog de finale. In Rusland hoopt hij als bondscoach van Australië de tweede ronde te halen.

Bert van Marwijk is het toonbeeld van realisme. Altijd geweest. De bondscoach van Australië klopt geen verwachtingen op. Intussen loert hij op minimaal de evenaring van de beste prestatie in de WK-geschiedenis van Australië, de tweede ronde in 2006.

‘Het gaat om het overleven van de eerste ronde’, zegt hij aan de telefoon. ‘Dat zal niet gemakkelijk zijn. Maar als ik me kansloos waande, was ik niet eens aan de klus begonnen.’ Van Marwijk (66) is een vakkundige bouwer van een elftal, een tactische slimme coach die eerst kijkt welke spelers hij tot zijn beschikking heeft en daarop de speelwijze aanpast. Australiërs zijn bovendien fanatieke, volgzame sporters met hart voor de nationale ploeg.

Van Marwijk waande zich gelukkig met een trainingskamp in Turkije, bij badplaats Antalya. De Australiërs zochten naar een oord dat qua weer zo veel mogelijk leek op de omstandigheden in de speelsteden Kazan, Samara en Sotsji. Warm dus, rond de 30 graden. Opties waren de streek rond Sevilla in Zuid-Spanje en Turkije. Hij koos voor een hotel met prachtige velden op loopafstand, want hij wil zo veel mogelijk op het veld staan. Hij is pas een paar maanden bezig met Australië, hij heeft werk te doen.

Volop in ontwikkeling

Voetbal in Australië is nog steeds volop in ontwikkeling, maar ogenschijnlijk zijn de grootste tijden van de nationale ploeg al even voorbij. In 2006 in Duitsland, met Guus Hiddink als coach en voetballers als Kewell en Viduka, bereikte de ploeg de tweede ronde, met een kleine nederlaag tegen de latere kampioen Italië.

Op het vorige WK verloor de ploeg net van Nederland (3-2), in de tweede groepswedstrijd. Bekende voetballers telt de selectie tegenwoordig nauwelijks. Ze zijn vooral spelers uit lagere competities, van Engeland bijvoorbeeld. Aanvoerder Mile Jedinak, controlerende middenvelder, valt vooral op door zijn gigantische baard.

Van Marwijk neemt zijn ervaring mee van het glorieuze WK van 2010, toen hij met Oranje de finale in Zuid-Afrika verloor van Spanje. Schoonzoon Mark van Bommel, destijds een belangrijke pion op het middenveld, is een van zijn assistenten. Van Bommel is trainer in opleiding en geldt als groot talent. In de technische staf is een aantal Nederlanders opgenomen.

Op het trainingsveld willen ze een goede basis leggen voor een succesvol WK. Van Marwijk is blij met de invloed die hij al heeft. Zo was een uitzwaaiwedstrijd gepland in Australië, de zogenoemde farewellgame. Die was goed voor de commercie. Vol stadion. Televisie. Mooi voor de toeschouwers. Maar slecht voor de voorbereiding, zeker omdat de meeste internationals in Europa voetballen. Van Marwijk zag in gedachten al pakweg tien dagen van zijn voorbereiding verdwijnen. Reizen, herstellen, wedstrijdje voetballen, dat hele eind terug, herstellen.

De trainer was pas net aangesteld toen hij hoorde van die wedstrijd. Wat moest hij nog? Hij accepteerde de opzet van de bond, wetende dat voetbal en commercie niet meer los van elkaar zijn te zien. Maar hij zei toch: ‘Als ik dat van te voren had geweten, had ik niet getekend.’ Daarop schrapte de bond het voorgenomen duel met Venezuela.

Lastige groep

De aanloop naar het WK is apart voor Van Marwijk. Hij plaatste zich met Saudi-Arabië voor het WK, onder meer door af te rekenen met Australië. Hij nam ontslag bij de Arabieren omdat beide partijen niet wilden ingaan op een aantal voorwaarden, en kreeg in januari toch de mogelijkheid zijn tweede WK te doen toen Ange Postecoglou vertrok. De groep is lastig, op papier een van de moeilijkste zelfs: achtereenvolgens Frankrijk, Denemarken en Peru zijn de tegenstanders. Hij is blij dat hij Frankrijk als eerste treft. ‘Ik denk dat de Fransen van nature vertrouwen hebben in zichzelf. Als het tegen ons misgaat, hebben ze nog twee kansen om de tweede ronde te bereiken. Dan gaan alle bellen rinkelen, dat moet het ineens.’ Misschien dat ze de Fransen kunnen verrassen in de ouverture.

Zover is het nog niet. Eerst trainen. Zo’n trainingskamp, dat vindt hij geweldig. Elke dag trainen, slijpen aan systeem en elftal. Zo ging het in 2010, met de finale als gevolg. Bijna alles was perfect in Zuid-Afrika. Nee, hij denkt niet zo vaak terug aan die tijd. Alles is weer anders. Terwijl bij Nederland Sneijder in topvorm was en hij Van Persie en Robben kon opstellen, is Australië vooral een team.

‘We hebben niet de beste spelers, maar we proberen wel het beste team te hebben. En de spelers zijn bereid om alles te doen wat we van ze vragen. Soms is hun bereidheid zelfs een beetje té. De Australische sportmentaliteit is geweldig. De spelers zijn serieus en bruisen van energie. Ze luisteren gemiddeld beter dan Nederlandse voetballers. Ik houd ook van discipline, maar niet van papieren discipline. Het gaat mij om een natuurlijke vorm. Spelers hebben ook lef nodig om zich te ontwikkelen, om zelf beslissingen te nemen. Dat proces stimuleren we.’

4-2-3-1

Met Oranje had hij succes met het 4-2-3-1 systeem, waarbij Van Bommel en De Jong als controleurs fungeerden voor de door critici niet als bijster sterk ervaren defensie. Voorin moesten Robben, Sneijder en Van Persie het verschil maken. Welk systeem hij nu speelt? Dat is moeilijk te zeggen. Voor Van Marwijk is het moderne voetbal vooral een kwestie van ruimtes verdedigen en toch druk op de bal houden. Hij kijkt vaak naar Atlético Madrid, dat daarin is gespecialiseerd. Hij hoopt dat zijn spelers het oppikken, dat Australië een rol kan spelen op het WK. Het zou mooi zijn. Hij heeft er zin in.