SportIJshockey

Er zijn slechts 300 Nederlandse ijshockeysters en het nationale team behoort tot 's werelds beste zestien

Julie Zwarthoed doet een doelpoging in de interland tegen Oostenrijk.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De Nederlandse ijshockeysters zijn bezig aan een opmars. De piepkleine sport profiteert al een paar jaar van een sterke generatie en mag stiekem dromen van olympische kwalificatie voor de Spelen van 2022. 

Vooralsnog gebeurt dat dromen in relatieve rust, want op veel aandacht mocht de nationale ploeg zich tijdens de oefenwedstrijden tegen Oostenrijk niet verheugen.

De tribunes van de ijsbaan, normaal het domein van de Tilburg Trappers, boden in het weekeinde een desolate indruk. Er waren maar weinig blauwe stoeltjes bezet. Een optimist zou de opkomst op tweemaal honderd man schatten. Bondscoach Joep Franke kon zijn teleurstelling niet verbergen. ‘Dat valt me tegen’, mompelde hij vrijdagavond terwijl zijn speelsters het ijs betraden.

Er mochten dan weinig mensen getuige van zijn, op het ijs lieten de speelsters zien waarom er vanuit NOCNSF met steeds meer belangstelling naar de ijshockeyploeg van Franke wordt gekeken. Wisten de Oostenrijkers vrijdag na een gelijkspel (2-2) nog via shoot-outs de zege te pakken, zaterdag overklasten de thuisspeelsters ze met 6-2.

Snelle opmars

Wat Franke met zijn pupillen de afgelopen jaren heeft laten zien, is opmerkelijk. Nederland promoveerde twee keer op rij en bereikte vorig seizoen de op een na hoogste divisie. Daarmee staan ze de top-16 van de wereld.

Zo snel promoveren is zelden vertoond. Het is extra opvallend omdat de basis van het Nederlands ijshockey smal is. Franke: ‘Ik denk dat we driehonderd ijshockeyende meiden hebben, van jong tot oud. In Canada zijn het er 88 duizend en in Zweden 7.500. Wat wij nu doen, kan eigenlijk niet.’

Bieke van Nes (24), die zaterdag het vijfde doelpunt voor Nederland maakte, is een van acht uit de ploeg die in het buitenland speelt. Zij komt in Canada uit voor Concordia University. Betaald krijgt ze er niet, maar haar studie wordt vergoed en ze kan er als professional leven. Voor de trainingskampen en oefenwedstrijden doorstaat ze telkens de jetlag en keert terug naar Nederland. ‘Bij de dames in het ijshockey is het nationale team heilig.’

Sterke generatie

Van Nes maakt deel uit van een sterke generatie, vertelt Franke. ‘De lichting ’94-’95 is een heel sterke. Waarom weet ik niet, maar ik heb er een stuk of negen uit die jaren rondrijden en daar teer ik op. Als er vijf of zes stoppen,  ben ik de pineut.’

De begeleiding investeerde de afgelopen jaren in zogenoemde off-ice training. Kracht- en duurtraining, maar ook uitstapjes naar andere sporten zoals judo. Het heeft de ijshockeysters fitter en weerbaarder gemaakt. Sindsdien kunnen ze de tactiek die Franke voor ogen heeft (druk zetten op de tegenstander) daadwerkelijk ten uitvoer brengen. Dat bleek ook tegen Oostenrijk, dat het fysieke werk niet schuwde.

Van Nes, die als 13-jarige al in de nationale selectie werd opgenomen, geniet van de ontwikkeling die de hechte ploeg doormaakt. ‘Ik vind het heel tof om te zien hoe deze groep groeit. Om te zien hoe we vanuit twee poules lager zijn opgeklommen.’

Een extra impuls kwam afgelopen december, toen KPN de ploeg beloonde met een sponsorbedrag van 40.000 euro. In veel sporten is dat een schijntje, maar niet voor de ijshockeysters, die vrijwel allemaal onbetaald hun sport uitoefenen en er meestal zelf geld insteken. Vorig jaar nog betaalden ze mee om een trainingskamp mogelijk te maken. Het verse sponsorgeld maakt dat dit seizoen overbodig. Er kan ineens wat meer.

Het logo van KPN, dat als epauletten op de schouders van de tenues is genaaid, dragen de speelsters dan ook met trots. Van Nes: ‘Dit betekent dat we hele grote stappen kunnen maken.’

Franke: ‘We hebben altijd houtje-touwtjewerk gedaan. Dat is op zich prima, maar eigenlijk moet het professioneler worden. We staan nu op het tweede niveau van de wereld en we willen nog een stapje hoger.’

Olympische Spelen

Elke divisie kent zijn eigen wereldkampioenschap en als Nederland in april in Frankrijk hun WK zou winnen, volgt promotie naar de hoogste klasse, naar de mondiale top-10. ‘We hebben niet de ambitie om direct weer te promoveren, maar als het gebeurt zou ik er niet versteld van staan. Je weet nooit of de puck onze kant op rolt’, zegt Franke.

Zo bezien is ook plaatsing voor de Spelen mogelijk. Ook daar is plek voor tien landen. Zeven worden op basis van de wereldranglijst uitgenodigd, China mag als organisator meedoen en zo blijven er twee plekken die via een olympisch kwalificatietoernooi worden ingevuld.

Oostenrijk diende afgelopen weekend en in december, toen Nederland in Sankt Pölten tweemaal won, als graadmeter om te kijken hoe ambitieus Nederland mag zijn. Het land bezette vorig jaar de twaalfde plaats op de wereldranglijst en bleek een tegenstander die te verslaan is. Franke: ‘Dit zijn natuurlijk vriendschappelijke wedstrijden. Wij zijn heel gedreven om te laten zien dat we op dit niveau thuis horen, zij misschien wat minder. En op het WK is het straks heel anders.’

Zelfs met die relativering lijken de mondiale top-10, de topdivisie en de Spelen niet onbereikbaar meer, vindt ook Van Nes: ‘Het is altijd al wel een droom van me geweest, maar de laatste tijd is die steeds reëler geworden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden