NIEUWS

Epke Zonderland en Bart Deurloo vliegen tot aan de grenzen van het rekstokturnen

Nederland heeft twee kandidaten voor het olympische rekstokturnen: de grote kampioen van 2012, Epke Zonderland, en durfal Bart Deurloo. De twee zijn totaal gefocust op de ‘high bar’, zoals de stok internationaal heet. Beide turners zijn bezig hun oefening maximaal te vullen met vluchtelementen, salto’s, met schroeven, los, boven de stok. Vijf is het maximum.

Epke Zonderland op de rekstok tijdens de Europese kampioenschappen turnen 2019 in Szczecin, Polen. Beeld AFP
Epke Zonderland op de rekstok tijdens de Europese kampioenschappen turnen 2019 in Szczecin, Polen.Beeld AFP

Epke Zonderland kwam deze week in een NOS-podcast vertellen dat hij een gedroomde oefening van ‘drie plus twee’ had. Dat is zijn droomoefening, uit de kast te trekken op dinsdag 3 augustus in Tokio, de olympische finale op dit spektakelonderdeel. Normaliter doet hij twee plus twee, soms in de kwalificatie twee plus een.

Trainer Daniël Knibbeler, nuchter over de zogenaamde ‘vijf’: ‘Zolang de regels het toelaten, doen we dit.’ De regels zijn de Code of Points die elke vier jaar wordt vernieuwd.

Wie de vluchtelementen aan elkaar verbindt, zonder tussenzwaai, krijgt voor die combinatie tweetiende punt extra. Zonderland deed bij de Spelen van Londen (2012) een ‘triple’, drie vluchtelementen aan elkaar geknoopt. Nadien werd dat nooit meer vertoond, maar het zou in Tokio mogelijk weer zo kunnen zijn, bevestigt coach Knibbeler. ‘Nog een keer dat kunstje laten zien.’

Hij preciseert: ‘Het wordt dan een Cassina, Kovacs en dan Kovacs gehoekt. Vervolgens nog eens Kolman en Gaylord 2. Daar wordt door Epke op getraind. Alles kan natuurlijk. Maar het gaat nu nog om de continuïteit in training. Het is nog steeds een beetje zoeken naar de fitheid.’

De elementen hebben letters, die staan voor waardering. De Kovacs, is een D, anderhalve salto over de rekstok heen, goed voor 0,4. De Cassina is een G: 0,7.

Overtoepen

Het ‘overtoepen’ in deze is voor Bart Deurloo. Aan de hand van coach Jeroen Jacobs werkt hij in Zwijndrecht dagelijks aan zijn topoefening. Voor de EK in Basel deze maand doet hij, als hij in de finale geraakt, een mogelijke combi van drie (Cassina, Kolman, Kovacs), of anders dat drietal in twee delen, plus een Kovacs ‘gehoekt’ en een Yamawaki, een simpele halve draai gestrekt boven de stok.

De Kovacs ‘gehoekt’ zou na Basel zo mogelijk vervangen worden door de Miyachi, een Japanse vervolmaking van de vlucht van de Duitse turner Bretschneider. Jacobs: ‘We proberen die erin te krijgen.’ De Miyachi geldt als het moeilijkste element uit de turncode: een I, goed voor 0,9. Het is een dubbelsalto rugwaarts met twee draaien om de lengteas, gestrekt.

‘Bart kan de Miyachi’, zegt coach Jacobs. ‘Hij heeft hem redelijk in de greep op training. Het is zijn olympische extra.’

Deurloo geldt als een ‘vlieger’. Hij zal in Basel en de daarop volgende Challengers, vier internationale wedstrijden in juni, telkens vijf vluchtelementen in zijn rekstokoefening stoppen. Net als Zonderland heeft Deurloo alle andere disciplines afgezworen en zich puur op de rekstok geconcentreerd. Wel doet hij in training nog voltige en ringen. Zonderland hangt zelfs niet meer aan de brug, een onderdeel waarop hij in 2011 nog Europa’s nummer twee werd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden