NieuwsAjax

En weer koopt Ajax met Mohammed Kudus een ‘superdribbelaar’

De volgende ‘superdribbelaar’ meldt zich aanstonds in Amsterdam. Mohammed Kudus is zijn naam, een 19-jarige Ghanese aanvallende middenvelder die in Denemarken speelt voor  Nordsjaelland en voor vijf jaar heeft getekend bij de Amsterdamse club.

Mohammed Kudus in het rode shirt van FC Nordsjaelland duelleert met Svetozar Markovic van Partizan Belgrado in de Europa League in 2018.Beeld AP

Als vertrouwd wordt hem een gigantische potentie toegedicht door Ajax en de Ajax-volgers, zoals de lucht boven de Johan Cruijff Arena ook zwanger van verwachting is vanwege de eerder aangetrokken Braziliaanse buitenspeler Antony. Het prijskaartje van 9 miljoen euro om Kudus’ nek, voedt de euforie alleen maar. Voor Antony moest zelfs 16 miljoen aan São Paulo worden overgemaakt.

De euforie is begrijpelijk. Ajax staat nog steeds bekend als pingelparadijs dankzij passeerkoningen als Johan Cruijff, Piet Keizer, Jesper Olsen, Simon Tahamata, Tscheu La Ling, Bryan Roy en Ronald de Boer. Die laatste: ‘Iemand passeren is Ajax’ handelsmerk.’ Met Hakim Ziyech, David Neres en Quincy Promes had Ajax’ directeur spelerszaken Marc Overmars de laatste jaren bovendien een kundige hand in het aantrekken van pingelaars.

Anderzijds flopten er nog veel meer. Vooral de zelfopgeleide passeerprinsjes hebben het moeilijk in de Johan Cruijff Arena. Terwijl de naamgever van dat stadion een kleine tien jaar geleden een plan lanceerde dat ‘georganiseerde chaos’ heette ten einde de doorstroming van rasvoetballers te bevorderen. Er werden techniekgoeroe’s, specialisatietrainers en tal van oud-voetballers geïnstalleerd. Veel van hen zijn alweer vertrokken met stille trom.

Dat geldt ook voor vanuit de jeugd doorgekomen veronderstelde ‘superdribbelaars’ als Lorenzo Ebecilio, Aras Özbiliz, Jody Lukoki, Elton Acolatse, Lesley de Sa, Ricardo Kishna, Anwar El Ghazi, Queensy Menig en Che Nunnely.

Hoge verwachtingen

Ze liepen zich vast in te hoge verwachtingen, vonden te weinig ruimte of kregen bonje met de trainer. ‘Uiteindelijk toch niet goed genoeg,’ zegt De Boer, thans jeugdtrainer bij Ajax. ‘Vergeet niet: sommige toptalenten raken we al heel jong kwijt aan Engelse topclubs. Van Abdelhak Nouri werd misschien nog wel het meest van verwacht, maar hij viel helaas weg.’

Alleen Justin Kluivert ontpopte zich tot basisspeler en vertrok, relatief snel, naar AS Roma voor ruim 17 miljoen. Zijn vriend Noa Lang startte vorig seizoen stormachtig, maar dat doen Ajax-dribbelaars bijna allemaal. Na de winterstop werd Lang verhuurd aan FC Twente, doorgaans geen blijk van groot vertrouwen.

Oud-speler Rafael van der Vaart verrast het niet. ‘Ajax leidt vooral teamspelers op, jongens die goed kunnen combineren. Justin Kluivert gebruikte meer zijn snelheid, dan dat hij veel dribbelde. Ikzelf legde er ook geen drie op rij in de luren. Het is meer: slim positie kiezen en snel doorspelen of schieten.’

Exceptioneel balgevoel

Ronald de Boer: ‘Ik denk dat er wel iets blijvend is veranderd op De Toekomst (Ajax’ jeugdcomplex, red.) sinds de Cruijff-revolutie. Het gaat echt vooral om exceptionele kwaliteit aan de bal. Iedere jeugdspeler moet iemand kunnen uitspelen. Maar op het hoogste niveau balanceren die jongens voorin letterlijk en figuurlijk op een heel dun randje. In het moderne voetbal is minder ruimte en kun je bij balverlies meteen geslacht worden. Er zit veel druk op een dribbel.’

Lukt de dribbel dan kan een wedstrijd opengebroken worden, omdat de organisatie bij de tegenstander ineens niet meer klopt. ‘De tegenstander mist dat uitgespeelde mannetje,’ legt De Boer uit. ‘Daarom zijn dribbelaars zo gewild en zo duur.’

Ajax sloeg er de laatste jaren scheepsladingen van in. Ziyech is van hen verreweg het grootste succesverhaal; veel vermaak, rendement en uiteindelijk verkocht met dikke winst. De Boer: ‘Ik vind Frenkie de Jong (voornamelijk opgeleid door Willem II en voor 85 miljoen verkocht aan Barcelona, red.) ook een dribbelaar, maar hij komt niet vaak voorin. Daar is het moeilijker om iemand te passeren, want daar zijn meer tegenstanders in de buurt.’

De meeste jonge, relatief onbekende dribbelaars die naar Amsterdam kwamen, redden het niet. Zelfs de al naar de Europese top toegeschreven Denen Viktor Fischer en Lucas Andersen spelen nu in hun eigen competitie, de Superligaen, waar Kudus dus ook furore maakt. In een lijstje van Opta met het percentage geslaagde dribbels staat Kudus fier bovenaan en Andersen op plek drie. De Deense competitie staat lager aangeschreven dan de Nederlandse, maar er wordt defensiever gespeeld.

De Boer houdt ondertussen hoop op de doorbraak van een zelfgeknede dribbelaar. Likkebaardend vertelt hij over Sontje Hansen (18 jaar), Naci Ünüvar (net 17) en David Kalokoh (15). ‘Ongelooflijke talenten, die worden echt heel goed.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden