Elkaar gevonden in perfectionisme

Het mooiste compliment op Shunyi Rowing Park kwam zondagmiddag van een voormalige Oost-Duitser. Jürgen Gröbler tikte Marit van Eupen lichtjes op de schouder en stak zijn duim omhoog....

Did you like it?’, vroeg de Nederlandse die zojuist met Kirsten van der Kolk het goud in de lichte dubbeltwee omgehangen had gekregen. ‘It was wonderful’, antwoordde de coach die al sinds 1972 onafgebroken olympische roeikampioenen produceert. Die opmerking telde, wist Van Eupen.

De stoïcijnse Oost-Duitser raakt na zoveel jaar niet meer zo snel onder de indruk van een roeiwedstrijd. Van Eupen zelf ook niet. Met Van der Kolk benaderde ze in China de perfectie, iets waarnaar ze sinds 1997 op zoek is geweest.

Gewoon doen wat we kunnen en dan winnen we, had ze voor de olympische finale tegen haar roeipartner gezegd.

Van Eupen is de beste lichte roeister ter wereld. In de niet-olympische jaren kan ze zich prima alleen redden. De 38-jarige Amsterdamse is drievoudig wereldkampioene in de skiff. Alleen in olympische jaren is ze op de hulp van anderen aangewezen. Het Internationaal Olympisch Comité stelt de lichte vrouwen alleen in een dubbeltwee een medaille beschikbaar.

Voor een roeister als Van Eupen is dat geen gemakkelijke opgave geweest. Het moet een hard gelag zijn te weten dat je als individu de beste bent, maar je je vanwege een bureaucratische regel moet overleveren aan een ander. Dan gaat het niet alleen om sportieve kwaliteiten, maar ook om het vermogen samen te kunnen werken.

De eisen die Van Eupen echter aan zichzelf stelt, kan ze van een ander niet vragen. Die pikt dat niet. Ze leek daardoor al een tijdje in de blessuretijd van haar loopbaan aanbeland. Een geschikte olympische partner werd niet gevonden.

99 procent van de mensen op deze wereld kunnen niet zo leven als zij, wist ze. ‘Maar ik bereik er wel iets mee’, zei de roeister die een optreden in de vrouwenacht – die zondag zilver won – vorig jaar gedwarsboomd zag.

Van Eupen, gecoacht door vriend Josy Verdonkschot, marchandeert niet. De Amsterdamse heeft een uitgesproken mening over wat de beste manier is om een medaille te halen. Van der Kolk was in 1997 de enige die wel iets in het perfectionisme van Van Eupen herkende. Dat duurde tot de Spelen van 2004, waar – na het brons – het incasseringsvermogen uitgeput raakte en het doel en de grens werden bereikt.

Dat ze zich liet overhalen tot een derde olympische avontuur, verraste velen. De aandacht na het gouden succes ging zondag dan ook naar haar uit. Van der Kolk keerde terug in de boot omdat ze de extreme emoties van topsport miste. Het leven zonder roeien was, ondanks het moederschap, vlak geworden. Ze probeerde het in een viermansboot, waarin ze nieuw talent de helpende hand wilde reiken. Maar de jeugd was ongeduldig en haakte af.

‘Ik wilde nog een keer voelen hoe het was om goed te roeien’, vertelde Van der Kolk over de eerste keer dat ze weer bij Van Eupen in de boot stapte. Vervolgens besloten ze, in mei 2007, mee te doen aan een wedstrijdje, de NK. ‘De training werd een wedstrijdje en uiteindelijk sta ik hier. Als je een wedstrijd vaart, kun je er ook een paar doen.’

De 32-jarige roeister verloor een maand voor de Spelen haar vader. Hij was haar grootste steunpilaar in het ongewisse olympische avontuur. Van der Kolk wist het verlies een plaats te geven. ‘Ik had gezegd: ik ga bij de Spelen voor goud. Dat was een belofte en daar houd ik me dan ook aan. Ik ben omgegaan met de omstandigheden zoals die zich hebben aangediend.’

Het was een van de voorwaarden die ze aan elkaar stelden. Ze moesten zich niet af laten leiden en bereid zijn diep in de reserves te tasten. Hun olympische missie was geen ontdekkingsreis. Ze waren geen vriendinnen die besloten op hun oude dag nog eens een gokje te wagen

Eigenlijk wisten ze zondag al bij de start dat de titel hen niet meer kon ontgaan. Na 500 meter, toen de Nederlandse boot nog laatste lag, was niemand in paniek. ‘Roeien wordt dan eigenlijk heel gemakkelijk’, vond Van der Kolk.

Ze is in het bijna tien jaar durende verbond de commercieel directeur en Van Eupen de technisch directeur. De laatste doet de binnen-, de eerste de buitendienst. Die karakterologische verschillen noemen ze nu ‘hun kracht’.

Dat is wel eens anders geweest. Hun levens zouden nooit zijn samengekomen zonder roeiboot. Topsport heeft niets met vriendschap te maken, is hun credo. Ze konden het domweg niet zonder elkaar.

Als er geen goud had gegloord, waren Van der Kolk en Van Eupen er ook nooit meer aan begonnen. Samen zijn ze nu olympisch kampioen. Maar de titel van beste lichte roeister ter wereld bleef voor Van Eupen, vond Jürgen Gröbler.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden