Nieuws

Eerste Nederlandse vrouw op WK gewichtheffen blijft buiten zicht van de tv-camera’s

Sanne Bijleveld deed als eerste Nederlandse vrouw ooit mee aan een WK gewichtheffen. De weinige aandacht die er voor haar sport bestaat, is tot Bijlevelds verdriet negatief gekleurd.

Robert Giebels
Sanne Bijleveld in actie op het WK gewichtheffen in Tasjkent, in de categorie tot 59 kilo. Beeld ANP / EPA
Sanne Bijleveld in actie op het WK gewichtheffen in Tasjkent, in de categorie tot 59 kilo.Beeld ANP / EPA

In de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent deed de 28-jarige Sanne Bijleveld zaterdag als eerste Nederlandse vrouw, buiten het zicht van de televisiecamera's, mee aan een WK gewichtheffen. Haar sport zou wat Bijleveld betreft wel wat meer aandacht mogen krijgen, zeker voor vrouwen. ‘Gewichtheffen wordt toch als mannensport gezien, hoewel er op toernooien zoals deze meer vrouwen dan mannen rondlopen’, vertelt de Nederlands kampioen vanuit Tasjkent.

Bijleveld begon drie jaar geleden met de sport en komt uit in de categorie tot 59 kilogram. Zwaarder dan dat mag ze niet zijn twee uur voor de wedstrijd. ‘In training zit ik er altijd 2 kilo boven. Een paar weken voor dit WK begon ik mijn calorieën-inname naar beneden te brengen en nu zit ik gewoon op die 59.’ Dat ze zich daardoor iets minder energiek voelt is niet zo erg, want ze mag rond de wedstrijd bijna niets doen. ‘Ik zit voornamelijk op mijn kamer met soms een lichte training. En kort voor de wedstrijd kun je best nog wel wat eten.’

Bijleveld was danslerares, rechtenstudent en nu personal coach. Na haar topsportcarrière hoopt ze bij de recherche te gaan werken. Maar niet voordat ze heeft geprobeerd zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen van 2024 in Parijs. Daarmee zou ze ook de allereerste olympische vrouwelijke gewichtheffer uit Nederland zijn, maar of dat lukt hangt niet alleen van haar prestatie af.

Gewichtheffen stond als op het programma bij de eerste moderne Spelen, in 1896 in Athene. Maar het is een vraagteken of het in 2024 nog olympisch is. Want: doping. ‘Iedereen die de sport natuurlijk beoefent, zoals ik, heeft er last van. En het gaat niet de goede kant op’, stelt Bijleveld. Zo werd ze in april aanvankelijk 11de bij het Europees Kampioenschap in Moskou, maar gaat ze als nummer 10 de boeken in. ‘De nummer 1 is positief getest dus ik ben een plekje opgeschoven’, zegt Bijleveld droogjes.

Het besluit over het wel of niet schrappen van het gewichtheffen voor vrouwen is nog niet genomen. ‘Ik probeer daar niet mee bezig te zijn, want dat is alleen maar negatieve energie.’ Sowieso gaat er geschrapt worden in het aantal gewichtscategorieën. Van de huidige zeven blijven er vijf over, maar het is nog niet duidelijk welke. ‘Mijn categorie valt misschien af en dan zou ik misschien nog een kilo moeten afvallen.’

Vooral goed presteren op de komende EK’s en WK’s is de opdracht voor Bijleveld om olympische deelname in eigen hand te hebben. Zo'n wedstrijd bestaat voor elke gewichtheffer uit zes beurten: drie keer trekken, drie keer stoten en dan is het klaar. Bij het trekken probeert de gewichtheffer de halter in één vloeiende beweging boven het hoofd te krijgen: de halter voelt dan als een stang zonder gewichten. Vanuit hurkstand moet de sporter dan omhoog komen en daarna enkele tellen blijven staan.

Bij het stoten gaat het om meer gewicht en wordt de halter eerst op borst en schouders gelegd terwijl de gewichtheffer op zijn hurken zit. Dan moet die rechtop staan, de halter van de borst naar boven het hoofd stoten en dat enkele seconden vasthouden.

Winnen, dat is exclusief voorbehouden aan de Taiwanese Kuo Hsing-chun die in Bijlevelds klasse ‘met kop en kont’ boven de rest uitsteekt. ‘Zoveel als zij tilt, gaat me nooit lukken. Ik hoef sowieso niet in spanning te zitten voor het podium. Mijn doel is in de top 20 te eindigen.’

Idealiter tilt een gewichtheffer persoonlijke records op de grote evenementen. Bijleveld deed dat bij het EK waar ze 85 kilo trok en 105 stootte wat haar Nederlands record aanscherpte tot 190 kilo. ‘Het gaat mij erom dat ik na mijn zes beurten tevreden ben en dat hoeft hem niet per se in de kilo’s te zitten. Al is het natuurlijk fijn een pr te tillen op het wereldpodium.’

Dat was ook het doel afgelopen zaterdag om 8 uur plaatselijke tijd in Tasjkent: een persoonlijk record op het trekken en zo’n pr op het stoten, wat samen had moeten leiden tot een totaalrecord van 195 kilo. Maar het liep anders.

Er hing 83 kilo aan de halter voor Bijlevelds eerste trekbeurt. Ze speelde op safe omdat er tenminste één trek- en één stootresultaat moet staan om in de eindrangschikking opgenomen te worden. Maar die eerste beurt ging mis. Bijleveld had wel de halter boven haar hoofd, maar uit de knieën komen lukte niet. Tweede beurt, weer 83 kilo, weer mis. De derde beurt moest slagen om een nulscore en een deceptie te voorkomen. Weer kreeg Bijleveld de halter wel met gestrekte armen boven haar hoofd , maar voordat ze omhoogkwam, moest ze het gevaarte voor zich op het plankier laten stuiteren. Haar eerste WK is mislukt.

Ze mocht nog wel drie keer stoten en kwam tot 103 kilo, maar in de eindrangschikking stond een streepje voor haar naam. ‘Niet het resultaat waarop ik gehoopt had’, berichtte Bijleveld een paar uur later. ‘Ik was er klaar voor, maar dit was blijkbaar niet mijn dag. Desondanks: dit smaakt naar meer.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden