Eerste Nederlandse medaille bij het paralympische skiën: 18-jarige Kampschreur pakt goud

Hij gaf als jonge tiener een plek in het rolstoelbasketbalteam van Jong Oranje op omdat hij met zitskiën een betere kans zou hebben op een medaille op de Paralympische Spelen. Dinsdag bleek die inschatting de juiste voor de 18-jarige Jeroen Kampschreur. De paraskiër won in Pyeongchang goud op de supercombinatie voor zitskiërs.

Jeroen Kampschreur tijdens zijn gouden race Foto reuters

Het is de eerste medaille voor Nederland bij het paralympische skiën. De medaille is deels te danken aan het uitgekiende talentenprogramma van de Nederlandse Ski Vereniging (NSV), die zowel bij snowboarden als bij skiën veel kansen ziet voor Nederlandse parasporters. Kampschreur, die geboren werd zonder scheenbenen en sinds zijn kindertijd in een rolstoel zit, werd vier jaar geleden gescout door de NSV. De afgelopen jaren woonde en trainde hij op Papendal. Hij veroverde vorig jaar drie wereldtitels: slalom, reuzenslalom en supercombinatie.

Kampschreur was 7 toen hij begon met skiën. 'Mijn ouders wilden op wintersport en dus moest ik ook leren skiën', vertelt Kampschreur, wiens benen boven de knieën zijn geamputeerd. Na een serie lesjes op een borstelbaan in Huizen toog de familie naar hun favoriete skioord in het Oostenrijkse Gerlos. 'Mijn ouders vonden daar een trainer die bereid was de uitdaging aan te gaan.'

Twee uur per dag kreeg hij les. Aanvankelijk hield de trainer achter hem de zitski vast, later gebeurde dat met touwen. Na twee jaar mocht hij alleen naar beneden. 'Ik moest eerst goed kunnen remmen. Het was druk op de piste en vaak was ik de enige zitskiër.'

De Leiderdorper was al vroeg een sportfanaat. Hij deed aan rolstoelbasketbal, rolstoelhockey en haalde zijn zwemdiploma's A, B, C; en - 'met flippers aan die stompies' - snorkelen 1 en 2.

Voorbestemde zeiler

Eigenlijk was hij voorbestemd zeiler te worden. Zijn vader deed het verdienstelijk in de regenboogklasse, zijn broer haalde ooit namens Nederland het EK. Ook Jeroen Kampschreur liet talent zien. Op zijn elfde werd hij derde op de Sneekweek - bij de validen welteverstaan.

Geleidelijk aan moest hij toezien hoe de valide kinderen sterker werden. 'Ik woog destijds misschien 35 kilo en kon niet zoals zij gaan hangen om de boot recht te trekken. Het werd te moeilijk. In het rolstoelbasketbal trof ik mensen van hetzelfde kaliber.'

Lange tijd bleef het zitskiën iets voor de vakanties, totdat een vriend hem meenam naar de Wintersportfundag, georganiseerd door de Johan Cruyff Foundation en de NSV. Daar konden jongeren tussen de 12 en 25 met een beperking kennismaken met de skisport. Het bleek ook gebruikt te worden als scoutingsmoment voor de bond. 'Toen ze mij zagen skiën, vroegen ze of ik een keer mee wilde trainen met de talentengroep', aldus Kampschreur. 'In de indoorbaan in Landgraaf hebben we daarna een keer slaloms gedaan, en zo rol je erin.'

Jeroen Kampschreur eerder deze Spelen op de Super-G Foto afp

Kampschreur, die in het rolstoelbasketbalselectie van Jong Oranje zat, werd door zijn volle programma gedwongen te kiezen voor één sport. 'Trainingen, wedstrijden, toernooidagen: ik was veel te veel weg van huis.'

Al in zijn tienerjaren had de paralympische droom vat gekregen op Kampschreur: hij wilde voor een medaille gaan. 'Reëel gezien maakte ik meer kans in een individuele sport, omdat je dan niet afhankelijk bent van de kwaliteit van je teamgenoten.'

Als toptalent werd Kampschreur door de bond financieel en organisatorisch gesteund. De afgelopen vier jaren woonde en trainde hij door de week op Papendal. Hij deed er veel krachttraining - wat goed te zien is aan zijn brede bovenlijf. De middelbare school vervolgde hij in Arnhem, op een school die is toegerust op topsporters - na de Spelen moet hij nog in drie vakken examen doen. Sinds vorig jaar deelt hij een appartementencomplex in de buurt met tien andere sporters, met en zonder handicap.

Voor jonge talenten als hij zijn de kansen relatief groot in het paraskiën, een paralympische sport sinds 1976 waar wereldwijd slechts enkele tientallen atleten fulltime mee bezig zijn. 'De meesten van mijn tegenstanders hebben ergens midden twintig een motorongeluk gehad en zijn daarna gaan zitskiën. Ik ben jong begonnen en heb dus een voorsprong. Ik ben benieuwd hoe goed ik ben op mijn 30ste.'

Hij wilde in Pyeongchang in ieder geval één medaille winnen. Voor hemzelf natuurlijk, maar ook voor de toekomst van de sport. 'Het professionele veld is klein. Internationaal gaat het nog wel, maar in Nederland telt de nationale selectie acht paraskiërs. Daarbuiten zijn de meeste para-skiërs vakantieskiërs.'

Of hij ook tot zijn 30ste doorgaat, weet Kampschreur nog niet. Misschien dat hij eens een andere sport wil proberen. Parawakeboarden bijvoorbeeld, of - 'dat is gááf!' - sledgehockey, een op ijshockey gebaseerde paralympische discipline. Wie weet komt hij nog eens op een ander onderdeel uit op de Spelen. Het wereldje is klein, dus dat zou zo maar kunnen. Kampschreur: 'In de paralympische sport is veel mogelijk.'