Een wereldrecord? Dat moet eraan!

Of het uitmaakt? Nee, natuurlijk maakt het niet uit. Of Theo Bos zaterdag nu wel of geen wereldrecord rijdt op de 200 meter in de kwalificatiereeks van het sprinttoernooi om de wereldbeker in Moskou, het heeft geen invloed op zijn klassering....

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk

En toch doet dat wereldrecord er volgens Bos toe. Hij is geobsedeerd door de tijd die de Canadees Curt Harnett op 28 september 1995 – 9,865 seconden – klokte op de wielerbaan van Bogota. Zaterdag wil Bos er in de kwalificatie voor de sprint een aanval op doen.

Dat het een incourant wereldrecord betreft, dat hij er niets mee wint of verliest, doet volgens Bos niet ter zake. ‘Incourante records bestaan niet, sporters zien dat nooit zo. Een wereldrecord is een wereldrecord, dat moet eraan!’ Hij zegt het met stemverheffing.

Er is meer. Het gaat hem er ook om een psychologische tik uit te delen aan de tegenstanders. Ze moeten het idee hebben dat er tegen hem niets te halen valt. ‘En mijn naam achter een wereldrecord op het scorebord, dat zou ik stoer vinden. De beste ter wereld zijn is mooi, maar dat zijn er meer geweest. De snelste zijn, is uniek. Dat is bijna niet te bevatten.’

In zijn belevingswereld is iedereen in de sport met tijden en records bezig. Tijdens de wereldbeker in Sydney kwam zijn grote concurrent MacLean na de teamsprintnaar hem toe. ‘Weet je wat je reed?’, vroeg hij aan Bos. Die wist goed wat hij had gepresteerd, maar blufte en schudde van nee. MacLean liet zich kennen: ‘Je reed goed, 12,96.’ Bos lachte in zijn vuistje.

Hij is bezeten van records, net als zijn schaatsende broer Jan. Zo zijn ze in de ban van het snelste rondje op een schaatsbaan. Dat blijkt met 24,64 op naam te staan van de Japanner Joji Kato. Maar het is niet eens de tijd die de familie Bos intrigeert, doch het feit dat Kato het record reed in een 500 meter. Meestal gebeurde dat tijdens een 1000 meter.

Een record moet ook niet zomaar een record zijn. De wetmatigheden aan je laars lappen, dat maakt het pas echt de moeite van het verbreken waard. Bos weet dat hij in Moskou voor een bijna onmogelijke opgave staat. Harnett realiseerde zijn recordtijd op hoogte.

Bos kiest voor een laaglandbaan. Daarop is hij met 10,003 al wereldrecordhouder. Hij is ervan overtuigd dat het op zeeniveau sneller kan. ‘In elk geval onder de 10 seconden.’

Hij kan in Mexico een recordpoging doen. Maar daar is het een zekerheid dat hij de tijd van Harnett verbetert. ‘Je moet geen speciale omstandigheden creëren om records aan te vallen. Het moet in de wedstrijd gebeuren.’

Marathonschaatser Casper Helling denkt daar anders over. Eind maart valt hij het werelduurrecord van Henk Angenent aan, in Salt Lake City, de snelste schaatsbaan ter wereld. Angenent kwam in 2004 in Calgary tot 41 kilometer 669 meter en 49 centimeter. ‘Het uurrecord is in het schaatsen minder gangbaar dan in het wielrennen, maar het heeft toch al een lange historie. Ik ken de lijstjes, de namen intrigeren mij. Koen de Koning, Jos Niesten, Roberto Sighel, tussen hen wil ik best staan.’

Twee maanden geleden was de voormalige Nederlandse kampioen 10 kilometer in Salt Lake City om afspraken te maken. De Amerikanen, gek van cijfers en records, waren enthousiast. Hij kreeg alle medewerking en gratis advies van Eric Heiden. ‘Gek genoeg bestaan er bij de schaatsbond totaal geen regels voor zoals bij het wielrennen. Maar ik wil er niet zomaar een draai aangeven, het is een serieuze recordpoging.’

Bij een test kwam Helling vorig jaar tot 40,6 km/uur. ‘Op sneller ijs, een hoger gelegen baan en met een sneller pak moet het lukken.’

Nederlandse sporters lijken gegrepen door incourante records. Zaterdag is bij de open Europese kampioenschappen indoorroeien in Amsterdam het wereldrecord van de Duitser Siejkowski de inzet. Bij de vrouwen was die toptijd kort in handen van Hurnet Dekkers. Ze deed over de 2 kilometer 6.30,6. De Française Balmary verbeterde het record tot 6.28,4.

Merijn Vunderink heeft van het wereldrecord speedskiën zijn doel gemaakt. Hij zou dolgraag de snelste man op aarde zijn op twee latten. Dat record is in handen van de Italiaan Simone Origone, met 251,400 km/uur. De topsnelheid van Vunderink is 243,9 km/uur.

‘Ik wacht nog steeds op het moment dat de omstandigheden voor mij perfect zijn’, zegt Vunderink, een wereldtopper. Probleem is dat de internationale skifederatie de speedskiërs aan banden heeft gelegd en dat in officiële wedstrijden de topsnelheid niet boven de 200 km/uur mag uitkomen. De piste wordt daarop aangepast.

Onlangs organiseerde Vunderink een snelheidsevenement in de skihal van Landgraaf. Het leverde meteen een wereldrecord op. ‘Dat was omdat het nooit eerder was vertoond’, geeft Vunderink onmiddellijk toe. Een Schot kwam tot 103 km/uur. Vunderink bleef steken op 101 km/uur. ‘Dat indoorrecord interesseert me niet echt.’

Theo Bos zou erop jagen. Hij wil zijn naam op alle bladzijden van de geschiedenisboeken teruglezen. Zo zou hij bijvoorbeeld ook graag zien dat tijdens de sprint de snelheid van de renners wordt gemeten met een laser. Nu wordt hun gemiddelde snelheid uitgerekend. ‘Op de finish rijd je 70 km/uur, dat is veel cooler dan 60 km/uur. Daar is niets aan. Dat kunnen heel veel mensen, met wat wind in de rug.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden