Een vleugje oranje dat niet verdwijnt

De Deense handbalcompetitie is nog steeds oranje getint. In Horsens symboliseren Monique Feijen (31) en Maura Visser (22) de wisseling van de wacht....

De Deense voetballers die de afgelopen jaren vooral bij Ajax en SC Heerenveen neerstreken als ze de Nederlandse grens overstaken, heetten leergierig te zijn. Uiterst sociaal en coöperatief werden ze genoemd, waardoor ze zich vrijwel moeiteloos de normen en waarden van het voor hen vreemde land eigen maakten.

Maar wat zijn de eerste geluiden die een Nederlandse handbalster opvangt als ze haar toekomst heeft verlegd naar het land waar de sport groot is en het salaris aantrekkelijk? Monique Feijen glimlacht en zegt: ‘Denen vinden dat we met een aardappel in onze mond praten met die harde G van ons. Maar toch is de opvatting dat we ons zo goed aanpassen aan hun cultuur.’

In de Forum-sporthal van Horsens, een doods ogend stadje op drie kwartier rijden van Aarhus, moet de ervaringsdeskundige in haar geheugen graven om haar aankomst in het beloofde handballand te memoreren. Het eerste weekeinde dat ze als speelster van GOG in het 6.500 inwoners tellende Gudme bleef en niet naar Dalfsen terugging, staat haar nog helder voor de geest. ‘Ik was zenuwachtig, niet normaal. Als ze nou maar Engels gaan praten, dacht ik de hele tijd.’

Ze kan er nu hartelijk om lachen. Na zes plezierige en twee minder fijne jaren in de Toms Ligaen is ze ‘verdeenst’, geeft Feijen toe. Ze spreekt de taal en leerde in het land haar partner kennen, met wie ze als kind van de streek het platteland heeft opgezocht. Drie avonden geeft ze les op een Efterskole, een soort laatste middelbare schooljaar waarin de leerlingen worden voorbereid op de volgende stap in hun leven.

Feijen leert ze handballen maar doceert ook maatschappijles. Er zijn geen aanwijzingen dat ze uitkijkt naar een remigratie. Zo gewend is ze aan de rust van haar nieuwe thuisland dat ze al geprikkeld raakt als ze in het centrum van een Deense stad haar auto niet kwijt kan.

Zalig noemt ze het om in een land te leven waar files vrijwel niet voorkomen en het volk zo trouw is aan de regels dat het midden in de nacht nog voor een rood licht wacht om over te steken.

De routinier verwelkomt toch het Nederlandse bezoek, ook omdat ze dan ‘weer even Nederlands mag praten’. Al wordt Feijen door de komst van Maura Visser al vaker geconfronteerd met haar moedertaal dan voorheen het geval was.

Het is een bizarre samenloop van omstandigheden die de 31-jarige plattelandsvrouw en het negen jaar jongere stadsmeisje uit Den Haag dit seizoen samenbracht bij de handbalclub van Horsens.

Visser koos mede voor de aanwezigheid van haar voormalige assistent-trainer bij de nationale ploeg voor een transfer naar de club die de afgelopen jaren rond de negende plaats eindigde in de twaalf teams tellende eredivisie. Maar toen ze eenmaal had getekend, vertrok Kenneth Sahlholdt naar GOG, in Gudme.

Bij die club kreeg Feijen geen nieuw contract aangeboden, omdat ze ‘kennelijk niet zaten te wachten op een speelster van 30 die twee keer haar kruisband had gescheurd.’ Dus week Feijen uit naar Horsens, waar het grote geld niet rolt maar de beleving van het handbal evengoed optimaal heet te zijn en er ongeremd wordt gedroomd over landstitels.

Het contrast tussen de speelsters is treffend. Feijen heeft het in Denemarken allemaal al meegemaakt en denkt vooral na over de vraag hoe ze na dit seizoen een leven zonder handbal moet invullen.

Visser hoopt juist zo snel mogelijk te zijn hersteld van de ernstige blessure die ze al vroeg in het seizoen opliep na een duw in de rug bij een sprongschot. Mede doordat ze in die oefenwedstrijd een enkelbrace droeg, brak ze bij haar val haar kuitbeen op zes plaatsen.

In haar enkel werd een schroef gezet om het gewricht bijeen te houden. Bedachtzaam formuleert Visser, die jaren werd gezien als het grootste talent van Nederland, daarom haar doelen voor de toekomst. Na twee jaar in Horsens moet de stap worden gemaakt naar een topclub. Tot die tijd zal ze op de fiets naar haar ‘werk’ blijven gaan en af en toe de auto lenen van een teamgenoot om de weekendboodschappen in te slaan.

Ze zal de heimwee moeten overwinnen waarmee ze als kind al werd geconfronteerd wanneer ze met de nationale juniorenploeg een week op trainingsstage ging. Mede doordat ze maandenlang niet kon trainen, ging Visser om de haverklap terug naar haar ouders.

Hoewel ze te spreken is over de begeleiding van haar club, die geen punt maakt van de weekendjes die ze in Nederland doorbrengt, heeft ze nog geen leven naast de sport opgebouwd, zoals Feijen.

‘In Nederland had ik nog vrienden die ik kende van buiten het handbal, van school bijvoorbeeld’, zegt Visser, die pas deze zomer uit Nederland weg kon omdat ze haar studie aan de halo wilde afronden. In Denemarken is er voor de gymjuf niets te doen, behalve twee keer trainen per dag en een wedstrijd in het weekeinde.

Op straat wordt Visser niet herkend. ‘Dat is alleen voor de speelsters weggelegd die het hier echt hebben gemaakt, zoals Olga Assink.’ En voor Feijen, die in het ziekenhuis eens een oude vrouw hoorde lispelen: jij bent toch die handbalster uit Nederland? ‘Best apart was dat, want ik had toen al lang niet gespeeld.’

In Nederland stonden de kranten vol over Visser. Niets van dat al in Horsens, voorlopig. De realiteit is hard. ‘Je komt hier en bent niemand, want je hebt nog niets bewezen. Iedereen weet dat ik het talent ben uit Nederland en dat ik het hier zou moeten maken, maar dat laat nog even op zich wachten.’ Feijen: ‘Zodra je geblesseerd bent, ben je niets meer. Dat is overal zo, maar wel bikkelhard.’

De twee internationals typeren de ontwikkeling van de Nederlandse speelsters die in Denemarken hun geluk zochten. Waar de een eerdaags afscheid neemt, vult de ander de leemte die haar voorganger achterlaat.

Hoewel de nationale, sterk verjongde vrouwenploeg zich de komende tijd voor geen enkel titeltoernooi heeft geplaatst en deze week zelfs een oefenwedstrijd van Jong Denemarken verloor met 42-20, blijft het buitenland de opvolgsters van de generatie ‘Meiden met een Missie’ met interesse volgen.

Acht jaar geleden is het alweer dat het befaamde Oranjeplan van bondscoach Bert Bouwer en geldschieter Ton van Born ten einde kwam. Voor de speelsters die met succes het Bankrasmodel uit het volleybal hadden gekopieerd, lagen alle wegen open. Ze zochten hun heil in Duitsland of waagden de stap naar het beloofde land. Enkelen kregen een contract aangeboden bij topclubs als Viborg en GOG.

Met Olga Assink, Saskia Mulder, Natasja Burgers en later ook Elly-An de Boer vormde Feijen de Hollandse enclave bij GOG. De omschakeling naar de Deense handbalbeleving viel soms tegen. ‘In Nederland hadden we vooral op techniek en kracht getraind. Moesten we bij Gudme kilometers achter elkaar hardlopen. Als ik dan de bal eindelijk had in de eerste weken, kon ik niet eens op doel schieten. Zo moe was ik dan. Lagen Ollie (Assink) en ik op de bank en zeiden we tegen elkaar: ik ga naar huis, ik kan niet meer.’

Maar de Nederlandse speelsters bleven en hebben navolging gekregen van een deels nieuwe generatie. De Assinks, Burgers en Mulders van nu heten Maura Visser, Birgit van Os, Joyce Hilster of Nycke Groot.

Acht speelsters – de Nederlands/Joegoslavische Ana Razdorov van Odense meegerekend – geven een vleugje oranje aan de Toms Ligaen, ook al zijn alleen Pearl van der Wissel en Hilster in dienst bij een topclub, het dit seizoen sterk weggezakte GOG. De rest zijn volgens Visser ‘gewoon speelsters’, zoals ze zichzelf een van de velen noemt.

Niettemin is over de grens de interesse in Hollands bloed niet afgenomen. Bondscoach Röttger moet bij de piepjonge talenten van de handbalacademie op Papendal soms zelfs waken voor een voortijdige emigratie naar Scandinavië. Hij vreest een verdere devaluatie van de eredivisie als de speelsters die de sport eens moeten dragen, op jonge leeftijd worden weggekaapt door ‘het buitenland’.

Het zijn moedige pogingen van Röttger, want de Deense lokroep blijft voor velen onweerstaanbaar en de contacten zijn snel gelegd. Visser sprak met veelvoudig international Jokelyn Tienstra, die ‘veel contacten heeft met clubs’ en werd tijdens het succesvolle WK twee jaar geleden door scouts en andere vertegenwoordigers van buitenlandse teams benaderd met steeds dezelfde vraag. ‘Je past in de plannen van onze club, wil je ons verhaal aanhoren, vroegen ze. Meestal zei ik nee.’

Als kind had Visser haar ouders bezworen nooit naar Denemarken te zullen vertrekken, ‘omdat iedereen dat al deed’. Uiteindelijk kwam het gedroomde leven in de Spaanse zon er toch niet van en bekeek ze in januari alvast haar appartement in Horsens. ‘Want hoe je het ook wendt of keert: hier spelen ze toch het beste handbal.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden