InterviewJesse Rabeljee

Een verzameling – en nu ook een tentoonstelling – van 1200 voetbalshirts

Gekleed in een shirt uit 2006 van Sankt Pauli, een club uit Hamburg met een doodshoofd als logo, doet Jesse Rabbeljee (44) in de slaapkamer in Denekamp een greep in een plastic bak met voetbalshirts; oude voetbalshirts. Met een voldane grijns toont hij een shirt uit 1983 van de Tulsa Roughnecks, een club uit de Amerikaanse NASL.

Jesse Rabeljee in een aantal van zijn shirtsBeeld Pauline Niks

‘Dat logo!’ Hij wijst op de boortoren en de arbeider op voetbalschoenen die een grote steeksleutel torst. Kortweg: ‘Nike, nummer 7, Zequinha, dat was een Braziliaan, en die olieboorder. Bizar toch?’

Meer shirts. Het shirt van een ploeggenoot van Hans Kraay jr. bij de Edmonton Drillers (1979). Bastia. Boca Juniors, ‘lekker afgedragen’. Hij pakt een blauw shirt met zwarte streepjes: ‘Geweldig toch? FC Saarbrücken, met Jägermeister als sponsor. Adidas. Meer cult dan dit bestaat bijna niet.’

Rabbeljee raast door zijn collectie. ‘Los Angeles Aztecs, oranje-blauw. Dit shirt was van Angelo DiBernardo, een Argentijn. Hij heeft bij de Aztecs nog met Johan Cruijff gespeeld. Adidas. Dit shirt moet ik heel voorzichtig dragen, de 10 op de mouw laat los. Past me perfect. Super. Super.’

USABeeld Pauline Niks
FEYENOORDBeeld Pauline Niks
CONVENTRY CITYBeeld Pauline Niks

Een verdieping hoger. Meer shirts, hoog opgestapeld. Rabbeljee toont een wit shirt met rode strepen op de armen en een rood logo: een forse afbeelding van een beeld op het Amsterdamse Spui, het Lieverdje.

‘FC Amsterdam. Geen shirtreclame, alleen maar FC Amsterdam, bam. De letters, het logo en die old school rugnummers, opgenaaid, daar word ik echt blij van. Dit is nog puur voetbal. Hier heeft de commercie nog niet de overhand gekregen. Op zo’n moment komt de voetbalromanticus in mij naar boven. Van zo’n mooi design krijg ik het warm. Hier kan geen enkel nieuw shirt aan tippen.’

Zijn collectie is groot, maar lang niet de grootste in Nederland. Hij heeft zo’n 1.200 shirts. ‘Ik weet niet eens precies hoeveel het er zijn. Het aantal vind ik totaal niet interessant.’

WESTHAM UNITEDBeeld Pauline Niks
FLAMENGOBeeld Pauline Niks
BOCA JUNIORSBeeld Pauline Niks

Pronkstukken uit zijn verzameling zijn tot zondag te zien in het gebouw van sportfabrikant Robey in Rotterdam. Shirts of cult is de naam van de tentoonstelling. Deze week verscheen bovendien een special over voetbalshirts van Staantribune, een magazine over voetbalcultuur waaraan hij meewerkt.

Ook internationaal gezien onderscheidt hij zich met zijn collectie, met talloze shirts waarin voetballers ooit wedstrijden hebben gespeeld. Voor veel verzamelaars is match worn een kostbaar pluspunt. In 2016 verscheen in Engeland een ode aan klassieke voetbalshirts, A Lover’s Guide to Football Shirts. Het merendeel van de afgebeelde shirts kwam uit Denekamp. Vorig jaar vormde zijn collectie de basis van een tentoonstelling in Londen.

Rabbeljee groeide op in Deventer, wat zijn liefde voor Go Ahead Eagles verklaart. Feyenoord staat op de tweede plaats. Hij is pedagogisch medewerker op een scholengemeenschap in Enschede. Iedereen kent hem daar als de man die elke dag een ander voetbalshirt draagt.

Tijdelijk woont hij met zijn vriendin en hun twee jonge kinderen in bij zijn schoonouders, in afwachting van de verbouwing van een huis in Denekamp. Een grote schuur is gereserveerd voor zijn shirts.

NANTES- Het eerste shirt ooit gekocht door JesseBeeld Pauline Niks
PARIS SAINT GERMAINBeeld Pauline Niks
BARCELONABeeld Pauline Niks

Zijn zoontje Jack (5) heeft een shirt uit de jaren tachtig van de nationale ploeg van Frankrijk aan. ‘Hij wil het zelf hoor, hij draagt graag voetbalshirts.’ Voor Jack staan twee dozen met shirts klaar. ‘Voor zijn geboorte ben ik al begonnen met verzamelen van shirts in kindermaten.’

De kiem van zijn verzameling werd in 1999 gelegd in Raleigh, North Carolina. Rabbeljee woonde er een half jaar. Op een dag kocht hij in een tweedehands kledingwinkel een shirt van FC Nantes uit het seizoen 1980-1981, geel met groene streepjes was het. ‘Ik vond het gewoon ontzettend mooi.’

Gestaag begon hij te verzamelen. Hij kocht shirts, ruilde shirts en kreeg shirts, van voetballers Paul Bosvelt en Jan Vennegoor of Hesselink onder anderen. Zonder schroom spreekt Rabbeljee (oud-)voetballers aan. Shirts worden hem gegund. Hij handelt niet, hij liefkoost.

PISABeeld Pauline Niks
HAARLEMBeeld Pauline Niks
SEATTLE SANDERSBeeld Pauline Niks

Voor shirts betaalt hij hooguit een paar honderd euro. Zijn netwerk is groot. Hij heeft contact met tientallen buitenlandse verzamelaars en is goed bevriend met de hoofdontwerper van Adidas, Jürgen Rank.

Als Rabbeljee zijn verzameling becommentarieert, gebruikt hij woorden als ‘iconisch’, ‘cult’ en ‘design’. Gretig deelt hij zijn shirts op Facebook en Instagram. ‘Ik wil de shirts laten zien en vertel er graag iets over.’

Liever dan verzamelaar noemt hij zichzelf cultuurbewaker. ‘Verzamelaar suggereert dat ik zoveel mogelijk shirts zou willen hebben. Ik bewaar erfgoed en boor oude herinneringen aan. Daarom krijg ik ook zoveel reacties. De shirts voeren de mensen terug in de tijd, naar een vorige periode in hun leven.’

FC AMSTERDAMBeeld Pauline Niks
SAINT DORIABeeld Pauline Niks
BRAZILIEBeeld Pauline Niks

Zijn interesse is breed en beperkt zich niet tot één land of club. Het gaat hem om het design, de stof en de voetballer die het shirt heeft gedragen. ‘Er zijn veel redenen waarom ik gelukkig kan worden van een shirt.’

Een sterke voorkeur heeft hij voor shirts uit de jaren zeventig en tachtig, vooral die van Adidas. ‘In de jaren daarvoor waren voetbalshirts best saai. In de jaren tachtig veranderde dat, er kwam variatie. Clubs schakelden professionele ontwerpers in. Ze wilden origineel zijn, het design werd belangrijk. Bovendien werden door de introductie van shirtsponsors nieuwe eisen aan de shirts gesteld.’

Tegelijkertijd ontdekten de clubs een nieuwe inkomstenbron: merchandising. Clubs begonnen, om de verkoop te stimuleren, elk seizoen van shirt te wisselen. De fanshops kwamen op, het aanbod werd enorm. ‘Maar ik koop alleen shirts die ik mooi vind.’

Hij pakt een verwassen blauw trainingsjack. Met pen heeft iemand ‘G. Hid’ in het labeltje geschreven. Het is een oud jack van Guus Hiddink, oud-speler van De Graafschap. ‘Meer cult kan bijna niet.’

Meer shirts. Wageningen 1980, met een grote W op de borst. Het shirt dat de Deen Jan Mölby van Ajax in 1982 droeg tegen Celtic. New York Cosmos, een shirt van oud-Feyenoorder Wim Rijsbergen, ‘geruild met een verzamelaar uit Engeland voor een jeugdshirt van Paul Gascoigne’.

De grootste onrust is verdwenen, zegt hij. ‘Vroeger zat ik dag en nacht op mijn telefoon te kijken en was ik er echt ziek van als ik op een online veiling misgreep. Daar heb ik nu geen last meer van. Ik heb de balans gevonden. Ik geniet van de shirts die ik heb en voel geen onrust meer vanwege de shirts die ik nog zou willen hebben.’

HERACLESBeeld Pauline Niks
DUITSLANDBeeld Pauline Niks
BOLIVIABeeld Pauline Niks

Rabbeljee onderscheidt zich op nog een ander vlak van collega-verzamelaars: hij draagt zijn shirts, elke dag. ‘Er zijn verzamelaars die op hun voorhoofd tikken als ze me zien, maar ik kan hetzelfde doen. Zij leggen hun shirts in een plastic zak onderin een kast, en dan?’

Hij staat soms lang voor de spiegel, dan kan hij het shirt het beste zien en er optimaal van genieten. ‘Ik wil het voelen.’

Soms suggereert iemand dat het een fetisj is. Dat gaat te ver, zegt hij. ‘In bed heb ik ze niet aan en ik doe er ook geen andere dingen in.’

Shirts of Cult, more than just a football shirt, t/m 7/10 in het gebouw van Robey Sportswear, Piekstraat 71, Rotterdam. Voor openingstijden en programma: staantribune.nl.

Staantribune nummer 20, Top 25 klassieke voetbalshirts/Shirts of Cult, Staantribune media, €7,95.

DE TOPVIJF VAN JESSE RABBELJEE

Nederlands elftal, 1988

‘Een topstuk uit mijn verzameling. Je vindt dit shirt of heel lelijk of heel mooi, er zit niks tussen. Ik vind het heel mooi. Het was baanbrekend in voetbaldesign. Dit moet je durven.

‘Alle handtekeningen van de spelers van het Nederlands elftal bij het EK staan erop. Het was van Wilbert Suvrijn, een van de reserves, hij droeg het tijdens de finale tegen de Sovjet-Unie. Op de reservebank, ja. Het komt bij Arnold Mühren vandaan, die had het ooit aan een vriend gegeven.

‘In 1988 kregen alle spelers tien van deze shirts, dus er zwerven er nog wat rond. Dit zijn de meest gezochte shirts, in Nederland, maar ook in het buitenland. Een shirt dat tijdens het EK is gedragen kost 2000, 3000 euro. Op het shirt dat Marco van Basten in de finale droeg durf ik geen prijs te zetten, maar het zal minimaal 5000, 6000 euro opleveren.’

Ajax (Johan Cruijff), 1982

‘Dit is een match worn shirt van Johan Cruijff uit zijn laatste seizoen bij Ajax, maat L. Hij had nummer negen, en niet veertien. De regel was toen dat de basisspelers met een tot en met elf moesten spelen. Het shirt komt bij een voetbalhandelaar vandaan, die dacht dat het een shirt van Van Basten was. De combinatie van de kleuren, de sponsor, het merk Le Coq Sportif en het oude Ajax-logo vind ik mooi, maar ik kies het vooral omdat Cruijff het heeft gedragen.’

Go Ahead Eagles (Bert van Marwijk), 1970-1972

‘Dit shirt ontroert me, niet alleen omdat Go Ahead mijn club is. Vooral het oude, opgenaaide clublogo vind ik mooi. Bert van Marwijk is een icoon, vanwege zijn trainersloopbaan vooral. Hij was linksbuiten, met nummer elf natuurlijk, en heeft dit shirt in de thuiswedstrijden het hele seizoen gedragen, zo ging dat toen nog. Onder de armen zitten gaatjes, het is helemaal afgedragen. Prachtig.’

FC Twente (Epi Drost), 1974

‘Als pingelende verdediger van FC Twente was Epi Drost echt een cultvoetballer. FC Twente had in de jaren zeventig hoge nummers, Drost speelde met nummer 20. Hij droeg dit shirt in een wedstrijd tegen Feyenoord in 1974. Feyenoord werd kampioen. Het is van katoen, dat draagt veel fijner dan die synthetische stoffen van tegenwoordig. Adidas en Le Coq Sportif werkten samen, dat zie je aan die drie schitterende strepen. Cultshirt ten top, dit.’

Bastia, 1979 of 1980

‘Alleen al vanwege dat grote logo midden op de borst. Het is een Moor, het symbool van Corsica. Zo groot zie je logo’s zelden. Dit is ook mijn favoriete kleur voor een shirt en ik heb altijd een voorliefde voor Adidas gehad. Met Admiral en Umbro is Adidas een klassiek voetbalmerk, met een grote hoeveelheid iconische shirts.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden