Een verplicht nummer vóór het feest

De loper lag uit, de kampioensschaal ging voor de wedstrijd al van hand tot hand en ten slotte trof Ajax een tegenstander die, qua hoffelijkheid, zo in het programma van deze Amsterdamse feestdag had gepast....

POUL ANNEMA

Van onze verslaggever

Poul Annema

GRONINGEN

Een week nadat de spelers van Ajax de landstitel letterlijk werd thuisbezorgd, konden ze zich opmaken voor het officiële huldebetoon. In Groningen, waar een competitieklus wachtte, en in Amsterdam, op de gewijde grond van De Meer notabene. De meeste angst hadden ze voor het treffen met de gekwelde degradatiekandidaat, omdat op dagen als deze breed uitgedragen mildheid zelfs de meest geharde profs nog wel eens van hun voetstuk wil losweken.

Vier jaar geleden, toen de Ajax zeer dierbare Stefan Pettersson voor het laatst in De Meer optrad, was ook FC Groningen de tegenstander. En ook toen hadden de noorderlingen de punten hard nodig; wat niemand verwachtte gebeurde binnen die feestelijke omlijsting: een zeer strijdbaar FC Groningen won en stelde met die stunt het eredivisieschap veilig.

Dat Ajax het niet opnieuw zover wilde laten komen was vooraf al duidelijk; het kampioenschap mag een feit zijn, de Amsterdammers zijn sportief nog niet verzadigd. In de eerste plaats willen ze het record overtreffen van het seizoen 1970-1971, toen ze dertig van de 34 wedstrijden wonnen. Bovendien jagen ze op de honderd doelpunten-grens die ze in het verleden al elf keer overschreden. Zondag boekte Ajax zijn 27ste overwinning (uit dertig wedstrijden) en staat het doelpuntentotaal op 97.

Wat dat betreft moet de ceremonie voorafgaande aan de wedstrijd - voorzitter Kesler van het betaald voetbal overhandigde het kampioensschild aan aanvoerder Blind - meer indruk op de spelers van FC Groningen dan op die van Ajax hebben gemaakt: de laatsten deden wat van ze werd verwacht, de eersten voetbalden alsof ze collectief waren bevangen door een acute aanval van voorjaarsmoeheid.

Of moeten we in het weekeinde waarin PSV degradant Volendam met 10-0 over de kling jaagt en Ajax met speels gemak overeind blijft op de plaats die ooit gold als 'de hel van het noorden', vaststellen dat het verschil tussen de eredivisietop en -staart zo groot is geworden, dat topclubs zich aan deze wedstrijden geen buil meer kunnen vallen.

Trainer Olsen van Ajax prees het elftal gisteren voor zijn professionele houding en voorbeeldige instelling. Inderdaad deed Ajax zijn plicht, maar het gelijk lag in dit geval eerder bij zijn collega Van Dijk, die vaststelde dat 'Ajax op tachtig procent van zijn kunnen had gespeeld. Als je dan iets wilt uitrichten zul je als speler van FC Groningen meer dan honderd procent moeten geven.'

Als speler was Van Dijk zo'n typische nooit verzakende aanjager op het middenveld. Een machteloos gevoel moet hij hebben gekregen; geen van zijn spelers bestreed het superieure Ajax zoals hij dat zou hebben gedaan. Met uitzondering dan wellicht van de jonge Edwin Koen, die evenwel een ander probleem heeft: hij mist het evenwicht tussen talent en temperament.

Koen kwam na ruim twintig minuten in het veld als vervanger van Erwin Koeman. De Groninger aanvoerder liep een knieblessure op toen hij bij het wegtrappen van de bal werd geblokkeerd door het uitgestoken been van Melchiot. Ajax leidde toen al met 0-1 door een treffer van Litmanen, die de niet te missen kans kreeg aangeboden van Arveladze.

Op dat moment was FC Groningen nog niet in de buurt van Ajax' zestienmetergebied geweest, en het moet gezegd, met Koen won het spel van de Groningers aan beleving. Drie minuten na zijn komst ging hij het duel met Oliseh aan en hoewel beiden zich niet lieten kennen, gaf scheidsrechter Temmink de Nigeriaan de gele kaart. Met twee treffers van Arveladze stelde Ajax meteen orde op zaken: beide keren speelde Ronald de Boer hem schitterend aan.

Ronald de Boer kwam na rust niet meer terug, zijn broer Frank evenmin en hoewel de verleiding bestond te denken dat Olsen was begonnen met een experiment zonder de tweeling, zei de Deen zelf dat er fysieke oorzaken ten grondslag lagen aan de wissels. Na acht minuten was hij ook Oliseh kwijt; de Nigeriaan ving Koen op en kon met een tweede gele kaart de douche opzoeken.

Het was duidelijk dat op dat moment Ajax' zucht naar een grote score het had afgelegd tegen het vooruitzicht van het nakende feestje. De combinaties stokten, bij een enkeling bestond opeens een sterke drang naar persoonlijke glorie, zeker nadat opnieuw Arveladze, uit een voorzet van Melchiot deze keer, voor 0-4 had gezorgd. Vreemd genoeg drong FC Groningen pas toen aan. Dat leverde naast een handvol kansen zelfs twee treffers op: van Huizingh en Magno.

Trainer Van Dijk ziet nog kans met Groningen de nacompetitie te ontlopen. Hij denkt daarvoor zeven punten nodig te hebben uit de resterende drie wedstrijden (Utrecht en Fortuna Sittard thuis, PSV uit). Alleen als hij zijn spelers duidelijk kan maken dat de wedstrijd begint als de scheidsrechter voor het eerst fluit, zal het misschien lukken. Al staat ook vast dat zijn elftal, zonder Koeman, wel erg weinig kwaliteit telt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden