INTERVIEW

Een topschaatser, voor zolang het duurt

Interview Kai Verbij

Schaatser Kai Verbij (22) is de favoriet voor de EK sprint, komend weekeinde. Hij heeft Japanse en Nederlandse wortels. Schaatsen ziet hij als werk. 'Je wilt af en toe even vrij. Maar dat kan niet.'

Kai Verbij tijdens zijn winnende rit op de 1.000 meter in Thialf Heerenveen. Beeld Klaas Jan van der Weij

Kai Verbij stond nog geen uur op de schaats toen hij zijn eerste wedstrijd won. Hij was 6 jaar. Geen van zijn klasgenootjes kon hem bijhouden op de zijsloot van het riviertje de Does in het Zuid-Hollandse Hoogmade. Hoofdprijs van die kortebaanwedstrijd: 8 gulden.

Sinds dat glorieuze debuut maakt ijs deel uit van zijn leven. Via Jong Oranje kwam Verbij (22) terecht bij de schaatsploeg van olympisch kampioen Gerard van Velde. Hij is het boegbeeld van de jonge generatie schaatsers. Hij is Nederlands kampioen sprint en 1.000 meter en de Nederlandse favoriet voor de eerste EK sprint, eind deze week in Thialf.

Verbij valt in het internationale wedstrijdcircuit op door zijn achtergrond. Zijn vader is Nederlander, zijn moeder Japanse. Ze ontmoetten elkaar toen zijn vader in Japan traditionele Hollandse molens kwam bouwen, zij werkte voor een bouwbedrijf. Ze trouwden snel en kregen in Nederland vier kinderen. Toen Verbij 8 jaar oud was, scheidden ze.

In het huis van zijn moeder in Hoogmade komen Nederland en Japan samen. De grote woonkamer biedt een oer-Hollands vergezicht: een weidse polder met sloten, een wipmolen en kleine knotwilgen. Binnen staan twee ingelijste kimono's tegen de muur. Zijn moeder serveert Japanse groene thee met stroopwafeltjes. Op de salontafel staat een grote pot Haagse Hopjes.

Voel je je vooral Japans of Nederlands?

'Op de basisschool is er een periode geweest dat ik me meer Japanner voelde. Ik zei ook altijd dat ik later in Japan wilde wonen, maar eigenlijk ben ik meer Nederlander. In Japan kom ik toch altijd een beetje asociaal over. Nederlanders zijn nu eenmaal wat botter en directer. Dat schrikt veel Japanners af.

'Ik ben Japans opgevoed, met de normen van mijn moeder. Ik ben daardoor best beleefd. Ik ben niet zo snel open over mezelf, maak niet zo makkelijk vrienden. Ik heb tijd nodig om mensen goed te leren kennen.'

Beeld anp

Je was de enige met een niet-Nederlands uiterlijk in je dorp. Hoe was dat?

'Dat was soms lastig. Vooral in groep 3 en 4 werd ik gepest. Ik werd altijd behandeld als Chinees. Dat is nu eenmaal zo. Een Aziaat, dan gaan ze ervan uit dat het een Chinees is. 'Kai Shanghai' werd vaak gezegd. Of 'Loempia-Kai'. Of 'Koi' - van koikarper. De school pakte dat wel aan. In groep 7 en 8 verdween het, ook doordat ik ouder werd. Goed, ik ben gepest, maar had zelf ook problemen omdat ik iemand anders had gepest. Het gebeurt nu eenmaal, maar het was geen pretje.'

Volgens je vader putte je in die tijd zelfvertrouwen uit je schaatssucces.

'Het is zo lang geleden dat ik niet meer weet hoe ik me toen voelde. Het schaatsen ging wel beter op het moment dat ik niet zo veel problemen meer had op school. Ik ben tweetalig opgevoed en ik haalde slechte cijfers. Ik beheerste het Nederlands niet goed genoeg. Ik werd teruggezet van groep 8 naar groep 7. Door bijles in Nederlands ben ik flink vooruitgegaan, haalde ik betere cijfers en kon ik toch het vwo gaan doen.

'Weet je, een tweetalige opvoeding is handig voor kinderen, maar doordat mijn vader het vaak druk had met zijn werk, sprak ik weinig Nederlands. Mijn moeder was altijd bij me en ik ging ook naar de Japanse school. Mijn Japans was veel beter dan mijn Nederlands. Inmiddels is dat anders.

'Maar ook nu nog heb ik moeite met Nederlands. Als je mij nu een brief laat schrijven, maak ik alleen maar fouten. Dat kan ik niet. Ik moet goed nadenken voordat ik wat zeg. Ik zit altijd in mijn hoofd: hoe moet ik iets zeggen, snap je? Dat heb ik nu ook met Japans. Mijn Nederlands wordt beter, maar mijn Japans steeds slechter.'

Je hebt je zelfs weleens een 'Japhollander' genoemd. Waarom?

'Dat had ik misschien niet moeten doen. Toen ik 10 was, werd ik op een camping gepest en Japhollander genoemd. Dat vond ik toen geen leuk woord, maar later, op de middelbare school, vertelde ik het aan mijn vrienden. Die vonden het vet cool.'

Het werd dus een geuzennaam?

'Een beetje. Ik ben trots op mijn Japanse achtergrond. Ik vind Japan een mooi land, ik vind het niet erg dat ik van allebei ben. Maar misschien kan ik me beter Nederlander dan Japhollander noemen.'

Beeld anp

Voel je je thuis in Japan?

'Ik heb altijd gezegd dat ik best een jaartje in Japan zou willen wonen om te proberen of het wat voor mij is. Toch voelt het nooit helemaal als thuis. Omdat ik me altijd moet bezighouden met alle regeltjes zal ik me er nooit op mijn gemak voelen. Mijn Japanse familie is vrij streng. Daardoor was mijn moeder ook streng vroeger, voor mij. Ik ben opgevoed met veel regels.'

Vorige winter liet Verbij nadrukkelijk van zich horen. Hij werd in januari voor het eerst Nederlands kampioen sprint en mocht naar het WK sprint in Seoel. Daar debuteerde hij met de derde plaats, achter de Rus Pavel Koelizjnikov en Kjeld Nuis. Van uitgelatenheid over die prestatie was geen sprake. 'Derde is mooi', was zijn bondige conclusie. Er kon nog net een lachje vanaf.

Vrijdag reageerde je wel uitgelaten toen je Nederlands kampioen werd op de 1.000 meter. Dat was ongewoon. Je juicht niet zo snel.

'Ik ben over het algemeen rustig. Al kan ik, als ik me op mijn gemak voel, ook heel druk zijn. Juichen doe ik inderdaad niet veel. Ik denk dat mensen het niet zo leuk vinden dat ik altijd zo stilletjes over de streep kom, maar dat komt puur omdat ik kritisch over mezelf ben. Dat was ik altijd al. Als ik over de finish kom en het gevoel heb dat ik niet het beste uit mezelf gehaald heb, kan ik al niet meer juichen.

'Als ik eerste word bij een wereldbekerwedstrijd, zal ik blij zijn, maar misschien ook niet juichen. Het is leuk als je je internationaal kunt meten, maar uiteindelijk gaat het om WK's en de Olympische Spelen. Als je daar een rit rijdt waarvan je zelf denkt: hier heb ik niets laten liggen, dan kan ik juichen. Anders niet.'

Op welk moment besloot je te gaan schaatsen? Was dat na die zege als 6-jarige schooljongen?

'Ik wilde graag op ijshockey, maar mijn vader vond het gevaarlijk. Ik vond ijshockeyschaatsen er cooler uitzien. Mijn eerste schaatsen ooit waren ijshockeyschaatsjes. Maar schaatsen was de tweede sport in mijn dorp en voetbal kon ik niet doen, omdat ik zaterdag ook naar de Japanse school ging. Op mijn 6de ben ik met schaatsen begonnen in Den Haag, op de 400-meterbaan. Daar vond ik het niet echt leuk, omdat de bochten er zo lang waren. Ik ben het jaar erna ook met turnen begonnen, maar daar ben ik op mijn 11de mee gekapt.'

Het podium op de 1.000 meter, v.l.n.r: Kjeld Nuis (zilver), Kai Verbij (goud) en Ronald Mulder (brons). Beeld anp

Had schaatsen snel je voorkeur?

'Nee, op mijn 8ste ongeveer kwam er een moment dat ik niet verder wilde met schaatsen. Dat was omdat mijn zus ook wilde stoppen. Tegelijkertijd ging ik ineens beter rijden en begon ik ook wedstrijdjes te winnen. Dat was heel leuk. Op mijn 11de ging ik het nationale pupillentoernooi rijden. Toen werd het wat serieuzer, daarvoor was het toch meer spelen.'

Vind je schaatsen leuk?

'Het is geen hobby meer. Het is werk. Dit leven is heel mooi, want je hebt werk dat niemand anders doet. Maar ik leef wel op schema's. Het is een vrij monotoon leven. Ik kan niet veel doen buiten schaatsen. Het is een groot offer dat je als schaatser moet brengen. Daarom vind ik mensen die 30 of 32 zijn en nog steeds op hoog niveau schaatsen indrukwekkend. Die houden van hun sport. Als je niet zoveel van die sport houdt, hoe ga je het dan volhouden? Het is een pittig bestaan. Het is fysiek zwaar, maar mentaal ook.'

Zijn er mensen met wie je daarover kunt praten?

'Jawel, met de jongens in mijn team en vorig jaar in Calgary nog met Stefan Groothuis (werd als 32-jarige olympisch kampioen op de 1.000 meter, red.). Ik deelde er een kamer met hem. Hij zei: 'Joh, Kai, dit had ik precies hetzelfde als jij op jouw leeftijd. En echt, jongen, later begon ik schaatsen echt te waarderen. Ga dus maar gewoon door.' Het is niet zo dat ik schaatsen niet leuk vind. Het is gewoon: als het werk wordt, wil je af en toe even vakantie of vrij. Maar dat kan hierbij niet.'

Vader Verbij legde Kai ooit uit dat het leven is als een duimstok. Je begint op nul en eindigt, als alles meezit, ergens rond de 90. Wie begin 20 is, heeft nog een heel leven voor zich. Op diezelfde duimstok liet hij aan zijn zoon zien hoe kort het topsportbestaan duurt: ongeveer tien centimeter op de hele duimstok. Verbij is zich bewust van de vluchtigheid van zijn bestaan. 'Ik ben een persoon die verder vooruit in toekomst kijkt en niet per jaar. In mijn hoofd zit ik nu al bij wat ik ga doen als ik gestopt ben met schaatsen. Terwijl ik pas 22 ben.'

Koelizjnikov zegt af voor EK sprint in Thialf

De Russische wereldkampioen sprint Pavel Koelizjnikov doet niet mee aan de eerste EK sprint, die vanaf vrijdag in Heerenveen worden gehouden. De controversiële Rus, die als junior een dopingschorsing uitzat en vorig jaar positief werd bevonden om het verboden middel meldonium, kampt met de naweeën van een liesblessure. Koelizjnikov bleef in 2016 bij de WK sprint Kjeld Nuis en Kai Verbij voor. De wereldrecordhouder op de 500 meter was dit seizoen minder goed dan voorgaande jaren. Toen was meldonium nog niet verboden.

Hoe lang verwacht je het leven als topschaatser dan vol te houden?

'Ik bekijk alles per vier jaar. Ik wil graag op de Spelen in Pyeongchang rijden. Als ik dat heb gehad, wil ik eerst kijken hoe ik me dan voel. Heb ik nog de mentale frisheid nog wel? Als die er niet meer is, rijd je mee om de mindere plaatsen. Dat is het gevaarlijke aan schaatsen. Er zijn een heleboel mensen van wie je denkt: waarom stop je niet, je haalt het hoogste niveau toch niet meer.'

Wat zou je dan anders later willen gaan doen?

'Dat is het enge. Ik weet het niet.'

Toch de vijfde generatie molenmaker misschien?

'Ik heb werkelijk geen flauw idee hoe je een molen bouwt. Ik heb geen idee welke soorten molens er allemaal zijn. Dat heeft mijn vader me nooit verteld. Ik weet ook niet welke molens hij heeft gemaakt of gerestaureerd. Ik heb er nooit zo naar gekeken. Het liefst word ik iets anders.'

Je maakt zelf muziek. Is dat misschien iets?

'Die kans is eigenlijk nihil. Er zijn zo veel talentjes. Iedereen kan tegenwoordig software downloaden en muziek maken. Zo lastig is het niet meer. Maar zeker, het liefst zou ik daar mijn werk van maken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.