ColumnPeter Middendorp

Een topjaar was het niet, maar ik voel het aan mijn water: onze topjaren komen nog

Zondag beginnen wij zonder vrees aan de tweede helft van de competitie, en met alle vertrouwen in de goede afloop, want wij hebben Dick Lukkien. Een man, een trainer, die naar mijn inschatting over twee jaar trainer van Groningen is, over vijf jaar van Feyenoord, voordat hij, na een kort, buitenlands avontuur, onze bondscoach wordt.

Lukkien – met dubbel ‘k’ en dus een ‘u’-klank, geen ‘uu’ – komt uit Winschoten (1972). Hij speelde en werkte bij Veendam, en werkte bij Groningen, de laatste jaren als assistent. Het lag in de rede dat hij de nieuwe trainer van Groningen zou worden, maar ze kozen er voor een ander en moet je nu eens kijken hoe ze ervoor staan.

De eerste helften van Emmen waren dit seizoen niet zo goed, maar de tweede helften waren bijna allemaal een stuk beter. De vraag is hoe dat komt en het antwoord is Dick Lukkien.

Oei, hoor je in de rust vaak zeggen, dat zag er niet best uit, dat komt niet goed op deze manier. Maar dan denk ik altijd, en soms zeg ik het ook: geen zorgen, jongens. Dick heeft wel gezien wat er misgaat, hij weet wel wat we moeten doen.

En verdomd. In zeventien redelijke tweede helften werden al zeventien punten uit het vuur gesleept

– een punt per wedstrijd, precies op het schema van lijfsbehoud in de eredivisie. Mijn gevoel zegt trouwens dat we in de tweede helft meer dan zeventien punten zullen halen, ik schat 21. Met een trainer als de onze kan dat bijna ook niet anders.

Samen met Lukkien is de afgelopen weken door journalisten veel teruggekeken op 2018, het jubeljaar, met de promotie naar de eredivisie als hoogtepunt, en het grote volksfeest dat losbarstte op het Raadhuisplein. Heel de provincie werd erdoor opgetild en kijkt sindsdien vanaf een klein treetje hoger naar de wereld.

Het was de dag na de uitvaart van mijn vader. Ik wilde net bij de pakken gaan neerzitten toen het nieuws me bereikte. Ik begreep meteen dat schrijven over Emmen mijn kans was om aan de zwaarmoedigheid te ontsnappen. Naar buiten, onder de mensen, plezier – al die dingen waarvan ze altijd zeiden dat ze zo goed voor je zijn.

Een week later overleed de vader van Dick Lukkien, zijn vriend, zei hij, zijn klankbord, een man ook met een groot voetbalhart, vooral voor Veendam. Dick vertelde dat hij soms urenlang bij zijn vader op de bank kon zitten, zonder dat ze iets zeiden.

Het trof mij als een van de mooiste dingen die je met je vader kon doen. Als hij nog had geleefd, had ik gezegd: ‘Kijk, Jochie, zo kan het ook. Zou dat niet ook wat voor ons zijn?’

Tijdens de interviews zat Lukkien telkens in hotel Parkzicht, op de vaste stoel van zijn vader. Gepromoveerd, zeventien punten, het was niet te geloven. Maar, zei hij: ‘Als je zoiets is gebeurd, kun je nooit van een topjaar spreken.’

Ik kon er van harte mee instemmen. Een topjaar was het niet. Maar als ik de trainer in het voorbijgaan wel­eens aankeek, het gebeurde niet iedere dag, kon ik het aan mijn water voelen: onze topjaren komen nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden