Een topcoach met een bek als een scheermes

De 66-jarige Groninger is even terug in Amsterdam om korfbalclub Blauw Wit te redden...

De akoestiek in de hal van de Amsterdamse korfbalclub Blauw Wit is dramatisch. Maar Jaap Lenstra betitelde zichzelf ooit als een coach met ‘een bek als een scheermes’. Het is voor iedereen te horen hoe de 66-jarige Groninger zijn spelers soms met verbale zweepslagen corrigeert. ‘Typisch Amsterdams, die bal een beetje dom naar de korf gooien.’

Als interim-coach keerde Lenstra in februari terug bij zijn oude liefde. Prompt behaalde Blauw Wit vier kostbare punten in de strijd tegen degradatie uit de Korfballeague. In zijn eerste periode tussen 1990 en 1993 loodste Lenstra de roemruchte club naar de zaalfinale in Ahoy. Verbitterd stapte hij in 1999 op na een mislukte comeback.

Lenstra haalde destijds genadeloos uit naar de ‘pseudo-vedetten van Blauw Wit die denken dat ze met twee keer trainen per week topsporter zijn’. Zijn huidige assistent Jan Niebeek was een van de spelers met wie Lenstra botste. ‘We hebben dat seizoen vaak tot diep in de nacht gediscussieerd’, aldus Niebeek. ‘Maar als trainer staat Jaap in mijn topdrie, ik heb veel van hem geleerd.’

In 2007 lijkt het soms of de tijd heeft stilgestaan, constateert Lenstra. ‘Voor een andere club als Blauw Wit zou ik het niet hebben gedaan. Ik heb net acht maanden gerevalideerd omdat ik een nieuwe knie heb gekregen. Ik trof een jonge selectie die naar mijn idee zelf bepaalde hoe er getraind werd.

‘Het moest leuk zijn bij Blauw Wit en de spelers wensten vooral niet aangesproken te worden door de coach. Ze waren niet gewend aan mijn intensieve trainingen, aan mijn harde wijze van coachen. Ze toonden weinig zelfkritiek.’

Saai is het nooit met Lenstra langs de lijn. De wedstrijd tegen Nic. was zaterdag niet alleen beladen, omdat Lenstra tegenover de club uit zijn woonplaats stond. Hij had als medewerker van Radio Noord een koude oorlog gevoerd met Nic.-coach Taco Poelstra en het duel in Amsterdam eindigde met een rel, toen de winnende treffer van Blauw Wit in de zoemer werd afgekeurd.

Lenstra: ‘Ik zat al achter een wit wijntje in de kantine, toen ik hoorde dat de eindstand werd veranderd. Uit beelden van TV Noord bleek dat de bal inderdaad boven de korf zweefde, toen het eindsignaal klonk. Maar dat was voor het blote oog niet waarneembaar. De voorzitter van de jury vond een gelijkspel blijkbaar leuker.’

De groothandelaar in gedistilleerd heeft in de korfbalwereld de reputatie opgebouwd van een rasprovocateur die taboes wilde doorbreken. Bij het 75-jarig bestaan van Blauw Wit in 1991 liet Lenstra in het jubileumboek optekenen dat hij als zakenman ‘nog geen 50 gulden in de sport zou steken, omdat men mij niets te bieden heeft’. Zestien jaar later denkt hij daar genuanceerder over.

Lenstra: ‘Het korfbal heeft zich sterk ontwikkeld. Ben Crum heeft enorm veel betekend voor deze sport. Met nieuwe spelregels als de schotklok en de invoering van de Korfballeague heeft hij onze sport meer allure gegeven. Maar je moet het ook een beetje netjes aankleden. Zo hebben alle trainers besloten in pak te coachen.

‘Alleen de trainer van PKC wil lekker ordinair langs de lijn blijven staan. Je zou denken dat hij in een achterbuurt van de straat is geplukt. Meneer Mijnsbergen is een leraar die het zich kan permitteren om in waardeloze kleren op school te komen. Zo kan ik me niet bij een klant presenteren.’

Lenstra verbaast zich over het conservatisme bij zijn vakgenoten. ‘Bijna iedereen wil af van de regel die het spelers verbiedt om te schieten als ze gedekt staan. Die is namelijk niet uit te leggen aan de consument.

‘Plotseling stonden zogenaamde toptrainers als Hans Heemskerk en Erik Wolsink op hun achterste benen en riepen op tot een boycot. Zij zouden wel even uitleggen hoe het dan wel moest. Nooit meer iets van gehoord natuurlijk. Die trainers willen niet investeren omdat ze hun potjes toch wel winnen. Zo bevestig je het imago van de korfbalsport.’

Natuurlijk is korfbal folklore, betoogde Lenstra al jaren geleden. ‘Maar dat geldt voor tachtig procent van de Nederlandse topsport.’ Zijn visie is onveranderd gebleven. ‘Schaatser Sven Kramer verbeterde zijn wereldrecord op de 10 kilometer met meer dan zeven seconden. Dat is toch het beste voorbeeld hoe onderontwikkeld deze sport is?

‘In het tafeltennis haalde mijn oude vriend Jan Vlieg een Chinees van 43 jaar naar Klazienaveen, waarmee hij naar de eredivisie promoveerde. Waar blijven de talenten dan?’

De politiek werkt ook al niet mee, stelt Lenstra. ‘In Amsterdam heerst totaal geen topsportklimaat en zeker niet bij de deelraden. In de meeste sporten kun je geen topclub meer aanwijzen. Het is dodelijk voor de uitstraling van de sport in Amsterdam.

‘Helaas is het overal zo. Eindhoven kreeg een fantastisch zwembad omdat Van den Hoogenband zo goed presteerde. Het zijn individuele impulsen die niet worden gedragen door de gemeenschap.’

Het verbaasde Lenstra ook niet dat de nieuwe regering kritiek kreeg van NOC*NSF, omdat ze nauwelijks oog had voor de topsport.

‘We hebben in Nederland niks met topsport behalve als we winnen. Dan krijg je op de ijsbaan een handje van de premier. Balkenende, Rouvoet, Bos; deze regering is zo gereformeerd dat ze ook geen affiniteit met sport kan hebben. Vraag de Kamerleden of ze iets van sport weten en ze zeggen alleen ja omdat het nu eenmaal stemmen kan opleveren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.