Een speler die zijn dromen waarmaakt

Pontus Wernbloom..

alkmaar In Zweden werd hij een speler met een ‘winnend hoofd’ genoemd. Het is in het Scandinavische land de manier om tot uitdrukking te brengen dat Pontus Wernbloom een voetballer is die nooit opgeeft.

‘Hij gaat altijd voor in de strijd en blijft knokken tot hij erbij neervalt’, zo loofde bondscoach Jörgen Lennartson van Jong Zweden onlangs nog zijn mentaliteit bij het EK jeugd in eigen land.

Pontus Wernbloom (23) gunde zich na dat toernooi geen vakantie, hij wilde zo snel mogelijk naar Alkmaar, opdat hij bij AZ, in de aanloop naar de nieuwe competitie, geen trainingsdag hoefde te laten schieten. Klaar om waar te maken wat van hem wordt verwacht.

Wat zijn nieuwe medespelers in Alkmaar meteen opviel, waren de forse tatoeages op Wernblooms onderarm: rechts het beeld van een gladiator, links de tekst Veni, Vidi, Vici: ik kwam, zag en overwon.

De woorden van de Romeinse heerser Julius Caesar zijn het levensmotto van de eerste Zweedse voetballer in AZ-dienst geworden. ‘Waar ik kom wil ik door hard te werken, succesvol zijn’, zei hij enkele dagen na zijn eerste training in Alkmaar. ‘Mijn grootste uitdaging hier is om als voetballer verder te groeien, want uiteindelijk wil ik in de Premier League terecht komen. Dat is toch de droom van elke jonge voetballer.’

Pontus Wernbloom trok vorig seizoen, spelend voor IFK Göteborg, de aandacht van de AZ-scouts door zijn ijver, kracht en snelheid van handelen. Hij was bij zijn ploeg, op het middenveld, de man van de snelle verplaatsing en stichtte, eenmaal in het strafschopgebied van de tegenstander, voortdurend gevaar.

De club zelf meende dat de herhaalde aanwezigheid van de Alkmaarders op de tribunes te maken had met hun belangstelling voor verdediger Mattias Bjärsmyr, maar de enige die iedere scout (AZ heeft er zes) bij elk bezoek aan Gothenburg afzonderlijk bekoorde was Pontus Wernbloom.

De stevige middenvelder (1.87 m lang en 85 kg zwaar) maakte dit jaar – op 15 januari tegen Ecuador – zijn debuut in het Zweedse A-elftal; hij heeft nu twee interlands op zijn naam staan en zelfbewust als hij is, weet hij zeker dat er nog vele zullen volgen.

Pontus Wernbloom groeide op in Kungälv, een plaatsje in het zuidwesten van Zweden. Daar voetbalde hij al op jonge leeftijd in de hoofdmacht van de lokale voetbaltrots. ‘Tussen mannen die allemaal tien of meer jaren ouder waren. Tussen deze routiniers heb ik geleerd van me af te bijten.’

In 2005 verhuisde hij naar IFK Göteborg, de voormalige Zweedse topclub waarmee hij – samen met onder anderen ex-FC Groningen-spits Marcus Berg – in 2007 kampioen werd. Zijn ambities reikten verder dan de Allsvenskan, de nationale eredivisie.

Wernbloom wist dat hij, om te slagen, in zichzelf moest investeren. Op het veld, maar ook daarbuiten. Al in de eerste week van zijn verblijf in Alkmaar, verscheen hij, om dat te onderstrepen, met zijn vriendin op Nederlandse les. ‘Over een half jaar willen we de taal allebei vloeiend spreken.’

In eigen land twijfelen ze daar niet aan, vooral omdat ze hem kennen als de man die zijn dromen waarmaakt. Hij is een harde speler, die in eigen land ook een reputatie opbouwde als verzamelaar van gele kaarten.

‘Hard, maar fair’, is zijn adagium. ‘Ik ga het veld in om te winnen, niet om tegenstanders pijn te doen.’ Maar hij ontkent niet dat zijn hart en de emoties het in het veld vaak winnen van zijn verstand.

‘Dat gebeurt wel steeds minder’, zegt hij ook. ‘Ik heb afgeleerd tegen scheidsrechters te blijven mekkeren. In mijn spel moet ik daarentegen blijven wie ik ben, de gedreven voetballer die het moet hebben van de absolute wil om te slagen, waar ook.’

Poul Annema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden