Een snelheidsduivel op banden vol pinnen

Volle bak bij de Golden Spike Series in Assen, het grootste ijsspeedwayspektakel te lande. Het hele noorden lijkt uitgelopen om Johnnie Tuinstra te steunen in zijn strijd tegen de snelle Russen....

Ze mogen zeggen dat het gekkenwerk is gas te geven als het glad is.

Dat hij niet goed snik moet zijn om die vervaarlijke viertakt van hem op te juinen tot snelheden van 130 kilometer per uur.

Dat het waanzin is die snelheden te ontwikkelen op een projectiel dat van zestig paardenkrachten, twee versnellingen en andere gemakken is voorzien, maar niet van remmen. Dat moet de motor zelf maar zien op te knappen.

Ze mogen de 35-jarige inwoner van het snelle Friese dorp Tzummarum zelfs aan de kop zeuren dat het linke soep is een 120 kilo wegende motor plat te leggen in de bocht, terwijl dat gevaarte is voorzien van driehonderd vlijmscherpte ijzeren pinnen, bijna gelijkelijk over beide wielen verdeeld. Is zijn Duitse strijdmakker Bauer onlangs niet vanwege een aanvaring met zo'n spies op een operatietafel beland?

Ze mogen zeggen wat ze willen, het zal Tuinstra in het geheel niet deren.

Maar kom alsjeblieft niet aanzetten met het verhaal dat wat hij doet geen topsport is. Dan kan het gebeuren dat de vriendelijke Friese snelheidsduivel ineens wat minder vriendelijk doet. 'Natuurlijk is dit topsport en natuurlijk ben ik een topsporter.'

En dat wil hij bewijzen ook, om te beginnen op zaterdag, de eerste dag van de Golden Spike Series in het ijsstadion van Assen.

Tuinstra wordt wat nerveus, zo lijkt het. Hij moet weldra aan de bak, verontschuldigt zich en gaat in het rijderskwartier op zoek naar een plek waar hij zich ongestoord kan voorbereiden op zijn races. Hij weet dat een mannetje of vijfduizend speciaal voor hem naar Assen is gereisd. Dat levert wat extra druk op. De verwachtingen zijn hooggespannen. JT is tenslotte een snelrijzende ster, met een eigen website en al, die de veelal uit Rusland, Zweden en Duitsland afkomstige wereldtoppers dichter op de hielen zit dan ooit tevoren.

Misschien dat hij het laatste gaatje uitgerekend in Assen kan dichtrijden.

De speaker van dienst kondigt om half acht de derde heat aan. Meteen wordt het onrustig op de tribunes. Daar heb je de favoriet, te herkennen aan zijn roodwitte helm. Honderden witte zakdoekjes wapperen vrolijk in zijn richting.

Dan ineens suizen de vier rijders met een oorverdovend geknetter de eerste bocht in. Al vrij snel na de bocht lijkt het alsof Tuinstra in de (denkbeeldige) remmen knijpt. Hij pruttelt kansloos een meter of twintig achter de rest aan. Dat wordt niks, dat ziet zelfs een leek. Het lijkt wel of zijn Jawa, die door een complete staf van monteurs en tuners in topvorm is gebracht, wordt voortgestuwd door kruipolie in plaats van door het gangbare methanol.

Het wordt zelfs nog minder dan niks: in de voorlaatste bocht breekt zijn achterwiel met zoveel kracht weg dat JT de controle over zijn Jawa compleet verliest, zijn zadel moet verlaten en vervolgens een metertje of wat wordt gelanceerd.

Gelukkig blijkt Tuinstra een ware topsporter als het op vallen aan komt. Om het risico van een aanvaring met de spikes zoveel mogelijk te beperken, draagt hij om zijn pols een koordje dat is verbonden met de ontsteking. Een rukje is voldoende om de motor uit te schakelen en het draaien der wielen te stoppen. Tuinstra krabbelt direct overeind en kan ongedeerd en op eigen kracht de aftocht blazen.

De ongelukkige coureur heeft slechts een minuut of dertig de tijd om zijn wonden te likken en zich klaar te stomen voor de tweede heat van de avond.

Dan pas laat Tuinstra zien wat hij echt in zijn mars heeft. Hij dendert naar de tweede plaats, legt zijn machine in de bocht nog even wat platter dan de rest en opent onvervaard de jacht op de koploper. Op dat moment gaat het fout. Tuinstra laat in de voorlaatste bocht een gaatje vallen en eindigt slechts op de derde plaats. Twee WK-punten worden zijn deel, dat schiet niet op.

Het gat met de wereldtop blijkt nog niet gedicht. Maar dat is geen wonder, zegt Tuinstra. Vergeleken met de toppers is hij slechts een armzalige sappelaar. Hij kan het zich niet permitteren zijn werk als kraanmachinist op te geven in ruil voor een profbestaan. Daar is geen denken aan. 'Het kost me alleen maar geld.' En vooral ook tijd. In de zomer moet hij honderden overuren draaien om in de winter te kunnen deelnemen aan de grote wedstrijden in Rusland en Zweden.

Tuinstra gooide er in de aanloop naar dit seizoen zelfs een heus trainingskamp tegenaan, diep in de Oeral. Eerst met zijn busje naar Moskou, een reis van veertig uur, daarna dertig uur met de trein naar de plaats van bestemming. En dat alles om zich vier weken lang over te geven aan Russische drilmeesters. 'We zijn', zegt hij, 'natuurlijk wel een tikkeltje gek.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden