TourcolumnPeter Winnen

Een rennerslichaam is een raar beestje: het snakt naar rust en vrede, maar het kan zichzelf niet stoppen

Kort voor de etappe van dinsdag kreeg Tom een microfoon voorgehouden. Hoe was hij de rustdag doorgekomen? Het eerlijke antwoord dat hij gaf: hij was helemaal maar dan ook helemaal ‘ingekakt’. Aan de andere kant was het ook wel lekker geweest, ‘een beetje op en neer fietsen’, en verder nietsnutten met het verstand op nul.

Helemaal ingekakt? Een lichaam dat even niets te doen heeft, schrikt van de opgebouwde vermoeidheid. Sterker nog, zo’n lichaam kan het zich niet voorstellen ooit nog het rijk der levenden te betreden.

Dit was rustdag nummer twee, een zeer gevaarlijke rustdag. Van de tweede rustdag moet een mens echt bijkomen. Er zullen er bij zijn die er helemaal niet van herstellen. Dat zijn de lui die elke ambitie en strategie inruilen voor een exclusief romantische ideaal: Parijs halen.

Een rennerslichaam is een raar beestje. Het is in flagrante tegenspraak met zichzelf. Het snakt naar rust en vrede, maar het kan zichzelf niet stoppen. Hoe kapot het ook is, als een koppige ezeltje blijven de cellen herhalen wat hun geleerd is: kerosine verbranden en renovatiewerkzaamheden uitvoeren. De cellen metselen zichzelf dicht als het ware, en dat is nu juist niet de bedoeling van een rustdag. Er huist een dwaas in de benen.

De laatste rustdag vereist een drieste eetdiscipline. Hoe onstilbaar de honger ook, en hoe grotesk het verlangen naar een diner bij kaarslicht, matiging is geboden. Voor je het weet schakel je jezelf uit op de rustdag. In elk geval ben je er de dag nadien uren zoet mee de benen terug in het gelid te krijgen.

Met de food-app van Jumbo is het voor Tom (en de rest) iets makkelijker geworden. De berekeningen van Ground Control maken de ascese iets beter te pruimen.

Ik meen dat het Stef Clement was die onlangs bij de NOS vertelde nimmer het juiste recept voor de rustdag te hebben gevonden. Moet je veel fietsen, weinig fietsen, niet fietsen? Hoeveel te eten? Ik zou het ook niet weten.

Een rustdag is om uit te rusten, dus wordt er ook geslapen. Geen uitputtender bezigheid dan een middagslaap was mijn ervaring. Het is als een tuimeling in de afgrond; slapen in een graf. Het ontwaken, inert als een steen – het gevoel dat Tom omschreef. Het kostte me jaren voordat ik de middagslaap een loer kon draaien. Maar aan een Tour zonder rustdagen moest ik ook weer niet denken.

‘De Tour wordt in bed gewonnen’, zei Joop Zoetemelk. Ja, Joop ook. Hij is de enige renner die ik ervan verdacht talent voor rustdagen te hebben.

De laatste, en qua parcours onbehoorlijk zware Tourweek zijn ze ingegaan. Welk lichaam is nog geschikt? Ik heb het verstand alvast op nul gezet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden