Een renner kan veel verhalen

Van trainen hield hij niet; reizen, dat sprak Peter Winnen vooral aan. De zucht om elders te zijn dreef hem om wielrenner te worden....

MARCEL VAN LIESHOUT

ZIJN EERSTE, mooiste en meest aansprekende overwinning als profrenner boekte Peter Winnen in een bergetappe die voordien alleen maar door grote sportmannen was gewonnen en op enkele kilometers van het doel wist Winnen: 'Zo'n echt grote sportman word ik nooit.'

De Nederlandse omgeving op Alpe d'Huez, juli 1981, kon die gedachte niet vermoeden. Had er overigens ook geen boodschap aan. Van radiocommentator Theo Koomen tot aan de bermtoerist op klompen luidde de conclusie van deze prachtige Tour-dag: Nederland heeft weer een potentiële Tour-winnaar! Door duizenden werd het van de berg geschreeuwd.

Peter Winnen (40): 'Ik wist juist meteen: nooit zal ik de Tour de France winnen. Mijn jongensdroom spatte die dag uiteen.'

Hij won als Tourdebutant, in zijn eerste volle jaar als professioneel wielrenner, de koninginnerit en op slag veranderde zijn ambitie. De drijfveer van het veertienjarig jongetje uit IJsselsteyn om lid te worden van de wielervereniging DTS uit Deurne was nu juist de eindoverwinning in de Tour de France.

Zeven jaar achtereen bleef die ambitie dezelfde - Winnen: 'Gevoed door heerlijke naïviteit' - en trainde en trainde hij maar, vaak tegen zijn zin, want trainen heeft Winnen zelden leuk gevonden. Tot de dag van de winst op Alpe d'Huez. Toen wist hij zeker dat hij nooit in het geel in Parijs zou staan. Hij zocht een andere ambitie om te kunnen blijven fietsen.

Die was er snel en die is ook nooit meer weggegaan, tot het moment van afstappen in 1991: reizen, elders zijn. Een wielrenner ziet nog eens wat van de wereld.

De aanvankelijke ambitie, jongensdroom, loste in het niets op nadat hij in de jaren zeventig als zovelen dagelijks naar de tv-reportages had gekeken. Op Alpe d'Huez had hij schitterende coureurs zien winnen. Toen hij in 1981 zelf won, had hij de laatste vier kilometer in zo'n onpeilbaar diepe leegte gereden, zo onmetelijk veel pijn geleden, dat het dus vast stond dat hij géén groot renner zou worden.

Echt grote renners, potentiële en werkelijke Tour-winnaars, kwamen zonder pijn op Alpe d'Huez aan. Had de tv bewezen. Agostinho, Hinault, Zoetemelk, Kuiper. 'Die moesten over goddelijke krachten beschikken. Ja, ik won dan wel, maar ik was kapot.'

Peter Winnen: 'Wat ik leuk vind is dat ik in de oude krantenknipsels terug vind wat ik toen dacht. Ik heb toen na afloop van de etappe heel duidelijk gemaakt dat ik vanzelfsprekend blij was met de overwinning, maar dat er die dag ook een jongensdroom werd afgepakt.'

Was hij bang dat hij zich nu, in 1998, verbeeldt dat hij al in 1981 zeker wist dat hij nooit de Tour zou winnen? En dat die zekerheid in werkelijkheid pas jaren later kwam? 'Nee, dat is het niet. Ik vind het gewoon leuk om terug te lezen dat ik toen al, in die gekte op die berg, behoorlijk kon relativeren.'

Winnen wel.

Maar ontsnappen aan 'de nationale claim' was er niet meer bij.

Relativeringsvermogen kan een belangrijke steun zijn voor iemand die aspiraties heeft voor het schrijven van non-fictie. Peter Winnen schrijft ook wel eens gedichten.

Een titelloos gedicht:

Toen ik nog een kind was

wilde ik als ik dorst had

alleen maar coca-cola en limo-

nade

terwijl mijn vader mopperde:

er zit genoeg water in de kraan

om één van mijn tantes

moest ik met mijn zussen

altijd wat minachtend lachen:

als zij ons limonade gaf

dan zat er aanmaak in het glas

ongeveer vijftien jaar later

rijd ik op de col du Glandon

kreunend en vloekend en hap-

pend

naar adem wil ik het uitschreeu-

wen:

honderd gulden voor een straal-

tje water

Maar Winnen schrijft toch voornamelijk proza, non-fictie over fietsen. In de prospectus van Thomas Raps Nederlandse Sportbibliotheek staat te lezen dat Winnens Van Santander naar Santander; brieven uit het peloton in augustus van dit jaar verschijnt, kort na de Tour. Zelf rekent hij er op dat het boek uitkomt ten tijde van de volgende Ster van Bessèges, volgend jaar februari.

'Maar de kaft is klaar', jubelt huisman Winnen, terwijl hij naar een boekenkast loopt om het bewijsmateriaal te pakken. Uit een bescheiden rijtje boeken (elders in de woning in Venray staan er vermoedelijk nog véél meer; tijdens zijn wielercarrière werd de als onderwijzer afgestudeerde Limburger tot vervelens toe afgeschilderd als de man die zo graag boeken las) plukt hij een paperback met mooie kaft en ongevulde bladzijden.

HIJ IS zelf zo ongeveer op de helft van zijn werk. Het moet wel een mooi boekje worden en dan gaat het schrijven niet zo snel. En ongeduldigheid is hem vreemd. Hoewel? Sommige dingen die je als wielrenner meemaakt zijn zo onwaarschijnlijk dat Winnen soms als vanzelf naar de schrijftafel wordt gezogen.

Neem de dopingtests. Na de fraude van de Belg Pollentier (blaasbalg met andermans urine onder de oksel) moeten de renners onder toezicht plassen. Onder streng toezicht! In aanwezigheid van. Onder de ogen van. Winnen: 'Wie maakt zoiets nou mee? Dat zijn toch wielerverhalen die alleen renners kunnen opschrijven. Daar komt de journalist of schrijver niet bij.'

Van Santander naar Santander verhaalt in briefvorm over Winnens wielercarrière, van 1978 (topamateur, klaar met opleiding aan de pabo) tot 1991 (afgestapt, genoeg geweest).

In 1978 lag hij vlakbij Santander op het strand, 'met een flinke kater', aandenken aan een nogal heftige avond tevoren. De harde wielersport kon de zachtaardige Winnen toen al fascineren, maar in wielerwetmatigheden als gezond eten, niet roken en niet drinken zat volgens hem wel enige rek. Bovendien had hij zijn afstuderen aan de pabo te vieren.

In 1991 was Winnen weer in Santander, voor het laatst als beroepsrenner. In de etappe naar Santander hield hij het tijdens de Ronde van Spanje definitief voor gezien. 'Pfff. . ., wat heb ik die dag gedaan?' Toch niet wéér een boek gelezen? Geschreven, misschien? 'Ik weet het. Ik heb sigaretten opgehaald bij de verzorger en ben gaan liggen dampen op mijn hotelbed.'

Wie veel reist kan veel verhalen. Aangezien reislust de constante is geweest van Winnens wielerambities heeft hij heel veel te vertellen. Over zijn debuut in het profpeloton bijvoorbeeld, bij de Belgische IJsboerke-ploeg. 'Een schitterende omgeving om te debuteren. De sponsoring was pure liefhebberij, ik geloof niet dat ze er verder iets mee beoogden.'

Hij werd er opgevangen door de oude knechten van Eddy Merckx. 'Willy de Geest! Renners met schitterende namen', glundert de ex-renner die zelf ook een mooie naam heeft. Heerlijke, traditionele wielermensen die stonden te popelen om de nieuweling uit Hollands Limburg enige kneepjes van bijgeloof bij te brengen.

'Als je twee ritten op een dag had mocht je absoluut niet douchen, tussendoor. Nee, de kans was groot dat je met het vuil ook de spierspanning of zo wegspoelde. Of de manier waarop er met seks werd omgesprongen. Je kent die verhalen van Bartali? Die deed het, geloof ik, één keer per jaar. Met Kerstmis. Dat geloof werd in Vlaanderen ook aangehangen.'

Er is zoveel om over te schrijven, in briefvorm aan een fictieve vriend.

'Wat ik ook heb ontdekt, na die eerste zege op Alpe d'Huez was ik plots jongetje af, is dat veel journalisten gewoon supporter zijn. In de Tour van '83 werd ik derde. Er was een etappe naar Alpe d' Huez, die won ik, en op die dag is me verweten dat ik de Touroverwinning heb weggegeven.

'Ja God. Ik won die etappe naar Alpe d'Huez dus en bij de voet hadden we vier minuten voorsprong en had ik inderdaad kans de gele trui te pakken. Maar halverwege de klim waren ze al tot twee minuten genaderd. Dus ik dacht alleen nog aan die etappewinst: pakken wat je pakken kunt. Logisch toch?

'En dan komt de rustdag op Alpe d'Huez! Met mijn vrouw, toen mijn vriendin. Op die middag is mijn vriendin daar in het zwembad, boven op Alpe d'Huez. Met Peter Bonthuis, diens vrouw, diens zoontje. En ik had die Bonthuis nodig voor de criteriums. Dus wat doe ik? Ik wandel dat zwembad binnen en dat is gesignaleerd door een jongen van De Telegraaf. En die heeft het hele circus toen aangezwengeld. . .'

HIJ herinnert zich dat het nationale schandaal, zeg maar het verraad aan het Nederlandse volk, ongeveer in het volgende uitmondde: 'Weekend en Telegraaf en heel wat andere kranten schreven me de grond in, Story was bij me thuis geweest en nam het voor me op.'

De berichtgeving over de etappe ná de rustdag was trouwens helemáál pijnlijk, schiet hem nu te binnen. Hij zat mee in de kopgroep, reed virtueel in het geel, 'en toen is me later verweten dat ik dat niet heb vastgehouden'.

Fignon had het geel, vond Van Impe bereid om voor een zeker bedrag hard achter Winnen aan te rijden. Winnen reed met enkele Peugeot-coureurs voorop. 'Die kwamen zich spontaan al bij me melden voor geld. Maar ik had die jongens niets te bieden! Als die jongens écht waren gaan rijden, hadden ze me er zo van af gereden. Dan had ik moeten lossen'

Na het uithikken van het lachen: 'Weet je wat me toen weer is aangewreven? Dat ik dus op de rustdag tevoren al mijn krachten had weggeneukt. Dat vond ik toch wel te ver gaan. Dat is kwetsend.'

Mag hij eens een poging doen tot samenvatting? Kees van Kooten, groot wielerliefhebber, zei ooit tegen hem: 'Peter, je moet je niet vergissen in het plezier dat je een enorme hoeveelheid mensen bezorgt.' Beroepsrenner Winnen knikte begrijpend, maar concludeerde toch: 'Ja, en dan?'

De huisman Winnen zegt nu: 'Dat soort. . . uh, ja, . . . maatschappelijke of sociale functie heb ik altijd vertikt te vervullen. Dat gaat gewoon niet.'

Laat hem toch rustig in Venray zitten, 's middags zijn zoon David van school halen ('Hij is te zacht voor wielrennen. Hij zit op hockey') en tussendoor werken aan zijn boek.

Misschien haalt hij september tóch nog, zoals uitgever Rap wil en hoopt.

Al gaan de laatste weken van juli en de eerste van augustus uiteraard weer op aan de Tour de France, waar hij als chauffeur voor de Rabo-ploeg met veel plezier vips van start naar finish vervoert.

Komt trouwens de Amstel Gold Race, vandaag op het programma, nog in één van zijn brieven voor?

'Ik ben, geloof ik, één keer elfde geworden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden