Column Peter Winnen

Een onzichtbare hand greep Jakob Fuglsang bij de ruggengraat

Peter Winnen

Bijna ging het toch nog mis.

Jakob Fuglsang slipte weg in de snelle afdaling naar Luik. Minstens zestig per uur ging hij. Ik slaakte een kreet, iets wat ik zelden doe voor de televisie. Iets wat ik überhaupt zelden doe. Dat krijg je er van als je de goden verzoekt, riep ik. Fuglsang probeerde te corrigeren, het zag er hulpeloos uit. Hij kronkelde als een kat die van het balkon wordt geworpen.

In de tiende van de seconde voordat hij te pletter zou slaan dacht ik aan de voorspelling van mevrouw Fuglsang. Loulou had gezegd: derde in de Goldrace, tweede in de Waalse Pijl, dus dat wordt een eerste plek in Luik-Bastenaken-Luik. De brave Jakob had de voorspelling met de wereld gedeeld. Ik dacht aan de spijt die Loulou moest hebben van haar woorden nu haar man als een slingerend projectiel de ether in werd geschoten. Feitelijk in gewonnen positie, ook dat nog.

Ik was niet de enige die een kreet slaakte. In elk geval was ik niet de enige waarbij de stembanden deden wat ze normaal niet doen. De verslaggever van dienst van de VRT waarop ik dat moment had afgestemd, klonk alsof hij een hardgekookt ei doorslikte.

Niet te geloven hoe lang een tiende van een seconde kan duren. Ik typte in gedachten de column die op deze plaats had moeten staan. Ik herinnerde me de eerste keer dat ik over Jakob Fuglsang schreef in een stukje voor een andere krant, tien jaar geleden. Het ging over een wedstrijd die hij net niet won terwijl hij veruit de sterkste man in koers was. Met gepast gevoel voor overdrijving had ik hem ‘het talent van de eeuw’ genoemd. Op jonge leeftijd leek Jakob Fuglsang zich er al in te specialiseren de sterkste man van de koers te zijn zonder er een te winnen.

In de spagaat van een turner aan de rekstok, boven glimmend asfalt in een bos nabij Luik, hing de sterkste man van de koers aan de draden van de zwaartekracht. Hij had de kou van de Ardennen doorstaan; dezelfde kou en nattigheid die andere zwaargewichten een rigor mortis op het lijf had geworpen. Hij was los van de rest. Wat heet, de rest had hij afgeworpen als morsig pakpapier.

Op zijn 34e dreef Jakob Fuglsang, in een van de grote wielermonumenten, voor de duur van een tiende van een seconde de ultieme eigenschap van zijn talent op de spits: hij was de beste van allemaal, maar hij kon het ook boekhoudkundig bevestigen.

Toen pakte een onzichtbare hand hem bij de ruggengraat en die zette hem recht in het zadel. Jakob kon door naar Luik. De hand van God greep al eerder in bij sportmanifestaties, maar dit keer was het rechtvaardig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.