Interview Sanneke de Neeling

Een nieuwe trainer betekende voor Sanneke de Neeling een wereld van verschil: ‘Ik paste niet in het modelletje dat zo goed werkt bij anderen’

Sanneke de Neeling gedijt in vrijheid. Die heeft ze bij haar nieuwe coach Henk Hospes. Afgeserveerd door kampioenenmaker Jac Orie, was De Neeling afgelopen weekeinde de beste Nederlandse sprintster.

Sanneke de Neeling. Beeld AP

Het was een kort telefoongesprek tussen schaatscoach Jac Orie en sprintster Sanneke de Neeling (22). Binnen vier minuten zat het erop en wist ze dat na drie jaar samenwerking haar contract niet werd verlengd. Het was begin maart 2018 en ze stond op het vliegveld, net terug van een paar dagen vakantie. Werkloos.

Afgelopen weekeinde, een klein jaar later, verraste De Neeling bij de WK sprint, rijdend voor het gewest Friesland, met de vijfde plaats. Ze was de beste Nederlandse. Haar twee 500 meters (38,09 en 38,25) en twee 1.000 meters (1.15,08 en 1.15,28) hadden bij elkaar even lang geduurd als de tijd die Orie had uitgetrokken voor zijn telefonische exitgesprekje.

De beproefde methode van Orie, de succesvolste schaatscoach op de afgelopen Winterspelen, had voor De Neeling niet gewerkt. Zijn gedetailleerde testuitslagen stonden allemaal op groen: De Neeling werd sterker en explosiever, maar daarvan was op het ijs niets te zien. ‘Ik paste niet in het modelletje dat zo goed werkt bij anderen.’

Beeld Klaas Jan van der Weij

Geen ziet meer aan

Het monotone schaatsersleven van trainen, eten en slapen lag haar niet. Het voelde alsof elk minuut van de dag in het teken stond van haar sportprestaties. ‘Ik dacht dat alles wat ik daarbuiten deed ten koste ging van het schaatsen.’

Bijna was ze na het telefoontje van Orie met schaatsen gestopt. Niet alleen zat ze zonder ploeg, ze ontbeerde vooral plezier. Van NOCNSFkreeg ze bovendien een mail waarin zakelijk werd vastgesteld dat haar topsportstatus niet zou worden verlengd.

De mail bevatte ook een paar persoonlijke woorden over haar palmares en met name de nationale sprinttitel die ze in 2016, als 19-jarige en jongste ooit, had veroverd. ‘Het las als een condoleancebericht van mijn topsportcarrière.’

Ze verloor haar zelfvertrouwen. Haar ontwikkeling, die eerder was gestokt, holde achteruit. ‘Ik was een week voor een wedstrijd al bang hoe goed de rest zou zijn. Ik vond er echt geen zier meer aan.’

Toch ging ze verder. Een belletje naar de KNSB (‘daar moest ik echt moed voor verzamelen’) leverde haar alsnog de B-status van NOCNSF: goed voor een kleine onkostenregeling, toegang tot sportfaciliteiten en een verzekering. De Rotterdamse sloot zich aan bij gewest Friesland. Daar was Lotte van Beek na jaren kwakkelen in het olympisch seizoen ook opgebloeid. ‘Misschien moet ik dat gaan proberen, dacht ik.’

Anders dan bij de profploegen krijgen schaatsers bij het gewest geen salaris. Sterker, ze leggen elk 2.500 euro in. Dat vindt De Neeling geen probleem. ‘Waarom zou iemand anders in jou moeten investeren als jij dat niet in jezelf wil doen?’

Beeld Klaas Jan van der Weij

Meer coach dan trainer

De twijfel over haar sporttoekomst hield na de overstap naar het Friese gewest aan. De eerste schaatstraining op het zomerijs van Thialf hielp niet. De lol met haar ploeggenoten trok haar erdoorheen en ook coach Henk Hospes speelde een belangrijke rol. ‘Hij staat altijd voor je klaar.’

Tijdens de WK sprint pendelde hij met haar schaatsen tussen hun hotel en dat van de materiaalman. En toen De Neeling voor de slotafstand in Thialf de tijd was vergeten, bracht hij haar met zachte hand weer bij de les. ‘Geen paniek, concentreer je, haal diep adem en dan gaan we verder.’

‘Ik ben meer coach dan trainer’, vat Hospes zijn werkwijze samen. Niet dat hij trainingsschema’s veronachtzaamt, maar hij gelooft in een persoonlijke aanpak. De Neeling: ‘We gaan veel meer op ons gevoel af. Als je je even niet zo goed voelt, mag je ook wat minder doen.’

Hospes biedt de vrijheid waar De Neeling zo naar snakte. Wat ze bij haar vorige ploeg niet had durven overwegen, deed ze nu wel: ze schreef zich in voor een studie Life Sciences and Technology in Groningen. ‘Eerder vond ik dat heel eng, want ik dacht dat het ten koste zou gaan van mijn schaatscarrière.’

Haar studie blijkt een welkome afleiding. ‘Je kunt beter vijf minuten voor een race denken: ik ga starten en hard rijden, dan dat je een week van tevoren ziek in je bed gaat liggen met het gevoel: help, ik moet rijden.’

Juiste keuze

Twee weken geleden, in Inzell bij de WK afstanden, wist ze zeker dat ze de juiste keuzes had gemaakt. Ze was reserve voor de 1.000 meter. Op de ochtend van de wedstrijd hoorde ze dat Ireen Wüst zich had afgemeld. Een paar uur later verraste ze met een achtste plaats.

Ze vierde het alsof ze een medaille had gewonnen, veel uitgelatener dan Jutta Leerdam en Antoinette de Jong, die voor haar als vijfde en zesde waren geëindigd. Ze had met haar achtste plaats een A-status verdiend. ‘Dat was een opluchting. Anders moet je alles van je spaarrekening afhalen en nu kan ik mezelf met schaatsen onderhouden.’

Haar prestaties op de WK afstanden en het WK sprint zouden de interesse van sponsorploegen kunnen wekken, maar De Neeling leek er in Heerenveen niet op uit om zich weer in het keurslijf van de schaatsprof te laten dringen. ‘Ik zit heel erg op mijn plek bij Henk. Ik heb weer vertrouwen in mezelf en in mijn lichaam.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.