Een nieuw begin, voor alle drie

Na het vertrek van Peter Pieters als de bondscoach van de baanrenners moeten zijn kinderen Roy en Amy op eigen benen verder....

Meestal deden ze alsof hun neus bloedde. Dan hoorden Roy en Amy Pieters op de wielerbaan weer een paar leeftijdgenoten fluisteren dat ze alleen maar geselecteerd waren voor het WK of die wereldbekerwedstrijd omdat ze de kinderen van de bondscoach zijn.

Laat ze maar, dachten ze dan. Het valt de concurrentie toch niet uit te leggen dat ze door hun erfelijke belasting vooral in het nadeel zijn in hun sport. Heeft iemand er misschien weleens bij stilgestaan dat ze dubbel zo hard moeten trainen dan de anderen om zich te bewijzen? En dat niemand hun prestaties kritischer volgt dan hun vader?

Natuurlijk, ze profiteren er tegelijk net zo hard van. Als het bij de zesdaagse van Rotterdam, waar Roy in het hoofdprogramma rijdt met Ismaël Kip en Amy aan de vrouwenwedstrijd deelneemt, anders loopt dan ze willen, is hun vader Peter de eerste die ze raadplegen.

Op de tribune bij het NK voor sprinters in Alkmaar, komen ze er zonder gêne voor uit, terwijl Peter ondertussen de juniorenwedstrijden volgt. Ze hebben in niemand meer vertrouwen dan in hun vader. Al heeft die ander het misschien even goed met ze voor, er is er maar één die ze het beste kent.

‘Niemand kan me verbieden dat ik naar mijn vader luister’, zegt Amy (18). Volgens Roy (20) is zijn vader de enige op wie hij durft terug te vallen als de twijfel op de fiets toeslaat.

Het hoort eigenlijk niet, dat weten ze ook wel. Sinds maart vorig jaar vallen zij onder Robert Slippens, de nieuwe bondscoach voor de duurrenners. Maar de communicatie met de man die ze als kleuters al in actie zagen met hun vader op de wielerbaan, is nog niet zoals die zou moeten zijn.

Zomaar een voorbeeld. Roy dacht van Slippens de garantie te hebben gehad dat hij mee mocht naar de wereldbeker in Melbourne, eind november. Een paar weken later bleek alles ineens anders. Naar de reden heeft hij nooit gevraagd. Het zit niet in zijn aard.

Vreemd vindt hij het wel. Het zou nooit zijn gebeurd als zijn vader nog bondscoach was geweest, daarvan is hij overtuigd.

Amy vertelt over de rommelige omstandigheden bij de WK junioren, in augustus. Ze moest op de baan in Moskou zelf naar drinken zoeken en miste de mecaniciens die vroeger aan een half woord genoeg hadden om haar te begrijpen.

Alles is anders geworden sinds hun vader vorig jaar werd geslachtofferd in de revolutiedrang van de wielerunie. De werkelijke reden is niet alleen Peter Pieters nog steeds niet duidelijk. Ook zijn kinderen kunnen alleen gissen naar de reden van zijn gedwongen vertrek.

Het heeft hun wantrouwen jegens de bond, waarmee Pieters de laatste jaren toch al niet op al te goede voet stond, alleen maar gevoed. Roy vertelt van de bijeenkomst op het bondsbureau, waar de baanrenners onlangs te verstaan werd gegeven dat ze zich in het openbaar niet meer zo kritisch moesten uitlaten over de KNWU.

Roy en Amy Pieters halen er hun schouders over op. Ze begrepen weinig van de onheilstijding. Hoe kun je als bond van renners verlangen dat ze hun mond houden als je de bondscoach met een tien jaar lange staat van dienst zonder duidelijke reden wegstuurt?

Het moment dat ze het nieuws te horen kregen, weten ze niet precies meer. Wel dat Pieters twee dagen later met een aantal renners op trainingskamp ging. Daar zag Roy dat de schrik sommigen om het hart was geslagen door het plotselinge nieuws.

Zelf heeft hij het er thuis misschien wel het moeilijkst mee gehad. Plotseling miste hij de hand waaraan hij groot was geworden, juist in een periode waarin die zo hard nodig was. Hij was herstellende van de ziekte van Pfeiffer en moest tegelijk de overstap naar de eliterenners maken. Het kostte hem dubbel zo veel kracht.

Amy hoorde het nieuws aan, treurde even, maar besloot al snel dat het leven ook zonder haar vader als bondscoach verder gaat. Ze gaat sindsdien ‘op eigen benen verder’. Dat moet ook, zegt ze.

Dat het niet altijd meevalt, daar was ze ook al snel achter. Als het alleen haar vader was die moest plaatsmaken bij de bond, dan was er weinig veranderd. Bepaalde automatismen zijn door de reorganisatie verdwenen, merkt ze op. Het irriteert haar soms mateloos. Ze zegt alleen te kunnen presteren als de ‘randzaken’ geregeld zijn.

En natuurlijk missen ze hem, al mag Peter als bondscoach van de Poolse duurrenners naast alle toernooien en trainingskampen net zo vaak naar Pruszkow komen als hij zelf wil. ‘Twaalf uur met de auto, je rijdt het zo’, zegt hij over de wielerbaan die zijn nieuwe werkplek is geworden.

Er is niemand die zoveel van ze weet als hun vader. Het leidde na het vertrek van Pieters bij de eerste wereldbeker al tot problemen. Hij zag dat Amy veel te zwaar trainde. Opdracht van de bondscoach, zei ze, toen haar vader vroeg waarmee ze bezig was. Het antwoord stelde hem niet gerust. ‘Als bondscoach moet je je renners van haver tot gort kennen’, zegt hij.

Het heeft ongetwijfeld met de communicatie te maken, denkt Pieters. Van diverse renners hoorde hij al dat ze met Slippens even weinig contact hebben als met diens voorganger. Gebrekkig communiceren was juist een van de kritiekpunten die door de bond werden aangevoerd om van Pieters afscheid te kunnen nemen.

Hij kan erom lachen. De KNWU had misschien een stok nodig om mee te slaan, oppert hij. ‘Maar ik ben altijd bereikbaar geweest voor de renners. Met Peter Schep heb ik eens anderhalf uur aan de lijn gehangen toen hij het moeilijk had. Alleen ga ik daarna natuurlijk niet nog eens hetzelfde doen met die andere twintig renners.’

Pieters (47) heeft het altijd onzin gevonden renners achter hun vodden te zitten. Wie iets nodig had, moest maar naar de wielerbaan in Alkmaar komen, waar hij toch altijd te vinden was. Kennelijk heeft die methode zijn uitwerking niet gemist. De ene na de andere junior vroeg Pieters de afgelopen maanden of hij alsjeblieft bij hem mocht komen trainen. De bondscoach van Polen wees alle verzoeken af. Nederland is nu een concurrent van zijn werkgever, zegt hij.

Maar dat het Nederlandse baanwielrennen er in acht maanden ‘twintig jaar op achteruit is gegaan’, doet hem nog steeds pijn. Het is een van de redenen dat hij zich met zijn kinderen blijft bemoeien.

Aan de keukentafel in Zwanenburg is wielrennen altijd het belangrijkste gespreksonderwerp geweest. Er is niemand die zoveel van het baanwielrennen in Nederland weet als hun vader, die stelling durven Amy en Roy wel aan.

Amy: ‘Tegen mij zegt hij soms: zorg dat je bij diegene in het wiel zit, of hij roept wanneer ik het beste kan versnellen. Maar dat weet hij niet alleen van ons, maar ook van alle junioren. Dan voorspelt hij wie er een ronde voor het einde gaat demarreren en dat klopt altijd. Hoe kan hij dat nou weten?’

Toch halen zij soms ook hun gelijk. De wil van vader Peter is geen wet, zegt Roy: ‘Ik wil ook graag eigen accenten in mijn training leggen. Probeer maar, zegt hij dan. We zijn nog jong, het mag ook een keer misgaan.’

Tegenwoordig ontdekken ze ook steeds meer van de carrière die hun vader achter de rug heeft. Roy kwam laatst op een internetpagina terecht waarop de erelijst van zijn vader op de weg en de baan stond vermeld. Met grote ogen bekeek hij de resultaten van 1988, het jaar voor zijn geboorte. Pieters werd onder meer Nederlands kampioen op de weg en won Parijs-Tours.

Indrukwekkend, oordeelt Roy over het palmares van zijn vader. Maar Peter Pieters heeft er nooit mee te koop gelopen. Uit zichzelf praat hij er liever niet over. Vergelijken maakt volgens hem meer kapot dan het zijn kinderen oplevert.

In het begin deed hij het nog wel. Dan groef hij in zijn geheugen naar zijn eigen toptijd, als Roy weer eens een nationale titel bij de junioren had gewonnen. Knap gedaan, dacht hij dan. Maar de tijden zijn veranderd. Zijn kinderen groeien op in een generatie die de sport nu eenmaal anders beleeft dan hij deed in de jaren zeventig en tachtig.

Met de militaire selectie stapte hij weleens na een acht uur lange training pas van de fiets. ‘Laatst kwam Amy van een trainingskamp in Zuid-Afrika terug. Ik vond het behoorlijk mager toen ik hoorde wat ze hadden gedaan. Maar dit is een ander tijdperk. Jonge renners maken tegenwoordig golfbewegingen: soms zijn ze een poos serieus met hun sport bezig, dan laten ze weer even los.’

Pieters heeft zijn kinderen ook nooit gepusht om hem achterna te gaan. Toen Roy zei te willen stoppen met judoën om te gaan fietsen, reageerde Pieters juist terughoudend. Pas toen hij hem voor de zoveelste keer op zijn fiets bezig zag, zei hij: als je het echt wilt, moet je het ook goed doen.

Roy werd lid van De Bataaf en bereidde zo ook de weg voor Amy. Ze bleek een minder groot talent dan haar broer, die het volgens Pieters allemaal is komen aanwaaien. Maar mede dankzij haar vechtlust is ze Roy voorbijgestreefd. Met de achtervolgingsploeg won ze vorig jaar al brons bij de wereldbeker in Kopenhagen.

‘Amy is feller’, zegt Pieters. Zoals vrouwen dat volgens hem over het algemeen zijn. Ze mocht bij de jongens een leeftijdsklasse lager meetrainen, maar weigerde. Het heeft haar gevormd tot wat ze nu is: een doorbijter. ‘Met alleen talent red je het in het wielrennen niet. Dat probeer ik Roy ook vaak duidelijk te maken.’

De renner van de wegploeg Koga-Creditforce komt volgens zijn vader de hardheid tekort die bij de eliterenners van hem wordt gevraagd, en die in de klassiekers een van de belangrijkste wapens was van Pieters zelf. ‘Roy moet karakter kweken. Maar ik begrijp het wel. Iemand die op school makkelijk leert, krijgt het op de universiteit vaak ook moeilijk.’

Dat ze onder een dak wonen met de meest kritische leraar, heeft hun ontwikkeling alleen maar gestimuleerd. Roy: ‘Hij heeft altijd gezegd: ik kan je pas selecteren als je beter rijdt dan de anderen en nog harder je best doet, anders komt er gezeik van. Ik denk dat we daar veel harder van zijn gaan fietsen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden