Een microbioloog in de modderbak

Eén tel sneller, en Kamiel Maase had meegedaan aan de Spelen van Atlanta. De limiet voor de Olympische tien kilometer lag op 28 minuten rond, de Nederlander kwam tot 28.01....

EEN JAAR OF WAT geleden vond de concurrentie Kamiel Maase maar een vreemde snuiter. De atleet rende rond in rare kleding, in basketbalbroeken bijvoorbeeld, die zijn vader uit de VS had meegenomen. Hé, surfer, wat doe je hier?, werd hem nageroepen. 'En als ik dan won, dan waren ze verbaasd, dachten ze dat ik nog een rondje moest.'

De atletiek is hem komen aanwaaien, vertelt Maase in Leiden, waar hij na een langdurig verblijf in de VS weer is neergestreken, en waar hij scheikunde studeert. 'Ik werd pas op mijn zestiende lid van een atletiek-vereniging.' Zijn ouders stuurden hem, voor hemzelf 'hoefde het allemaal niet zo'. Let wel, hij trainde fanatiek, maar wedstrijden, 'met al dat gedoe', dat trok hem eigenlijk niet. 'Maar ze zeiden dat ik talent had, dat ik er niet uithaalde, wat er in zat.'

Pas nadat Kamiel Maase (25) in 1990 in Leiden ging studeren en lid werd van de Bataven verschoof de vrijblijvendheid naar de achtergrond. 'Tot dat moment had ik er geen idee van gehad hoe hard ik eigenlijk kon lopen.' De intensievere trainingen wierpen hun vruchten af, de student vond aansluiting met de nationale top op de vijf en tien kilometer. Hij bleek tevens een geducht veldloper. In 1992 deed hij nog mee aan de B-loop van de Warande-cross in Tilburg, die hij 'veel te makkelijk won'. Een jaar later liep hij op met de grote jongens.

In dat jaar, 1993, liep Maase de (toen nog) jaarlijkse cross op Duindigt. Op de paardenbaan werd hij ingehaald door een 'klein mannetje'. 'Hij liep snel, maar op de laatste meters, waar het op en neer ging tussen wat heuveltjes kwam ik weer bij hem. Op het allerlaatste stuk rechtdoor ben ik vervolgens voluit gaan sprinten. Toen had ik hem.' 'Hem', dat was Marti ten Kate, die zich verbaasd afvroeg 'wie die gozer was'.

Maase was weggedraafd uit de anonimiteit, maar de atleet verdween na de cross op Duindigt letterlijk en figuurlijk achter de horizon. Hij had al langer met de gedachte gespeeld om een tijdlang in de VS te gaan studeren. Hij was in Leiden, een atleet waardig, vrij snel door zijn studie geracet ('Ritzen kon tevreden zijn'), en wilde aan gene zijde van de oceaan het leerproces vervolmaken. Via via kwam er contact met de University of Texas. Of hij wilde lopen voor het atletiek-team, en, ja, hij kon er ook micro-biologie ('Een oude wens') komen studeren. Maar, 'dan moet je nú tandenborstel en spikes inpakken'.

De eerste dagen in Austin waren veelbelovend. Maase arriveerde met een lichte blessure aan de rechtervoet, maar won meteen wel een vijf kilometer indoor voor zijn nieuwe alma mater. De euforie sloeg echter snel om. 'De blessure verslechterde en tijdens wedstrijden in Laredo liep ik een voedselvergiftiging op.'

Maase was de enige buitenlander in het team, het semester was al begonnen, en daar stond hij met zijn koffers in een kleine kamer op de campus van Austin, met een roommate die hij nog nooit gezien had. En dan nog die blessure. 'Ik voelde me behoorlijk bezwaard, ze hadden duizenden dollars - huisvesting, studie, boeken en maaltijden - voor me betaald, en ik kon niets laten zien. Die eerste weken voelde ik me dan ook klein, zielig, slap en ellendig.'

Later ging het beter, 'heb ik het prima naar mijn zin gehad'. Voor zijn team won Maase in 1994 diverse wedstrijden, en werd hij, tijdens zijn vakantie in Nederland, ook nog nationaal kampioen op de vijf kilometer. Dat kunststukje herhaalde hij in de zomer van 1995, maar bij terugkomst in Austin bleek de hoofdcoach van het universiteitsteam met pensioen.

'Ik mocht toen trouwens toch al niet meer voor het team lopen, vanwege de regelgeving in de VS. Die is redelijk ingewikkeld, maar het komt er op neer dat je binnen vijf jaar van je studie, vier jaar voor een universiteitsteam mag sporten. Omdat ik al in 1990 in Nederland was begonnen met mijn studie, liep voor mij de teller in 1995 af.'

Met Stan Huntsman, de gepensioneerde hoofdcoach, werd verder getraind. 'Hij had dan wel afscheid genomen, hij wilde mij graag als privé-trainer gaan begeleiden.' Huntsman stelde in het najaar van 1995 een meer-maanden-plan op, dat in november, tijdens de jaarlijkse Ekiden in Japan (de marathon-afstand als estafette) al resulteerde in een 28.13 op de tien kilometer.

BIJ TERUGKOMST in Austin stelde Huntsman nieuwere, nog zwaardere trainingschema's op. 'Het was niet ongebruikelijk om acht mijl te intervallen, een 10 K-workout noemde Stan dat, met tussenpauzes voluit er tegenaan. Maase ging steeds harder lopen, Huntsman tekende aan het eind van zijn schema's vijf ringen op het papier: De Spelen van Atlanta leken nabij, met een limiet van 28 rond op de tien kilometer.

Na de Ekiden in Japan was Maase verborgen geweest voor ogen uit Nederland. Pas eind maart '96 dook hij weer op in de Nederlandse selectie, bij de WK-veldloop in het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch. Achter het Afrikaanse geweld van winnaar Paul Tergat en Haile Gebreselassie werd Maase de beste Nederlander, op een 30ste plaats, de zevende plaats onder de Europese deelnemers. 'Ik had vooraf gehoopt op een plaats bij de eerste vijftig, dus met die dertigste stek was ik superblij. Iedereen doet mee aan zo'n WK: de beste marathonlopers, maar ook de snelste lopers op de mijl, de vijf en de tien kilometer; het is de sterkst bezette wedstrijd van het jaar.

'De start van zo'n veldloop is zó hard, dat kun je je niet voorstellen. 150 Lopers die tegelijkertijd een trechter in moeten, je moet echt je benen uit je lijf lopen. Ik ging bijzonder snel weg, maar lag toch slechts vijftigste toen ik het bos inging. Daarna heb ik alleen maar mensen ingehaald.'

Terug in de VS gloorden de magische ringen op de trainingspapieren van coach Huntsman. Maase hoopte eind april in Walnut in Californië, de limiet te halen. 'Het was een Olympisch jaar, dus ik rekende op flink wat Amerikaanse tegenstand. Dat zou de tijden opschroeven.'

Het mocht niet zo zijn. 'De eerste twee kilometer ging nog goed, maar halverwege lagen we op het schema van 28.10. De tegenstand viel tegen, ik moest het alleen doen. Daarna moest ik wel versnellen.' Het werd 28.01, de vijfde tijd ooit door een Nederlander, maar wel één Olympische tel te langzaam. 'Ik won, maar zag meteen de finishklok en dacht, shit, mislukt. Het was wrang, want de nummers twee en drie liepen 28.03 en 28.05. Dat waren Amerikanen, hun limiet lag op 28.10, dus zij waren er wél.'

Het was eind april, Maase keerde terug naar Nederland, kreeg last van een knieblessure, en ging ondanks dat ongemak naarstig op zoek naar een goeie '10', waar hij alsnog de limiet zou kunnen lopen. De enige mogelijkheid bleken de Open Russische kampioenschappen. De wedstrijd in Moskou bleek echter minder sterk bezet dan verwacht, zonder tegenstand liep de Nederlandse atleet al halverwege op kop. Eindtijd: 28.23, plús een mooie Russische medaille en een plakkaat, maar géén Spelen.

Maase's 28.01 jojode vervolgens enige tijd tussen KNAU en NOCNSF, maar uiteindelijk bleek het toch einde-oefening. Met zijn Amerikaanse vriendin vertrok de hardlopende student naar Parijs, voor een paar dagen vakantie: 'Stik maar, met die limiet, dacht ik. Ik had het snel verwerkt. De Spelen heb ik op de tv gezien.'

Inmiddels is het nieuwe seizoen begonnen, met nieuwe doelen. De WK in het warme Athene, augustus volgend jaar, met een richttijd van 27.55 voor de tien kilometer. Limieten bestaan in KNAU-land inmiddels niet meer, het fenomeen 'richttijden' kwam er voor in de plaats, maar Maase heeft zijn twijfels: 'Met limieten wist je wél wat je er aan had. Ik vind het begrip richttijd verwarrend. Wat gebeurt er als je 27.55 loopt? Gá je dan, of gaan er dan weer andere zaken spelen?'

VOORLOPIG BLIJFT Maase zijn heil zoeken bij de cross en de vijf en tien kilometer op baan en weg. De marathon schuift hij nog even voor zich uit: 'Ik heb nog niet alles uit de tien gehaald. De 42195 meter wil ik pas gaan lopen als ik minder dan 2.15 in de benen heb.'

Tijdens recente veldlopen in Tilburg (Warande-cross) en Velsen (Stijn Jaspers-memorial) eindigde hij voorin, steeds als beste Nederlander, achter echte Afrikanen en Medelanders, Afrikaanse Nederlanders. Over de laatsten zegt hij: 'Goed dat ze er zijn. Ze prikkelen ons om nog harder te gaan lopen. Als Tessema en Missima er in Velsen niet bijgeweest waren, was ik geen derde geworden, dan was ik zeker ingehaald door Godlieb, Laros of Gielen. Nu bleef ik alert.'

Morgen zijn de Afrikanen er in Charleroi, tijdens de EK veldloop, niet bij, maar krijgt Maase te maken met de 'Europese Afrikanen', de sterke veldlopers uit Portugal en Spanje. 'Over mijn kansen kan ik weinig zeggen. Het zal koud zijn in België, modderig. Ik houd meer van warmte.'

Bijkomend 'probleem' is dat de veldloper vandaag in Arnhem een toelatings-examen dient af te leggen voor zijn vervolgstudie in de VS, waar hij jaar wil promoveren in de moleculaire biologie. In plaats van vandaag op zijn gemak naar België af te reizen, zit hij met het hoofd boven ingewikkelde opgaven.

Zodoende slaapt hij vanavond niet in een Waals bed, maar kruipt hij tussen de eigen lakens. Zondagochtend vervoert zijn vader hem in alle vroegte naar het crossparkoers in le Pays Noir, de grauwe mijnwerkersstreek rond de stad die ooit vernoemd werd naar een Spaanse koning Karel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden