Een lintje graag voor vader en zoon Zoer

Een lintje graag voor die man, of ten minste een erepenning van goud, uit te reiken door Martien van den Heuvel, de aanvoerder van de koninklijk goedgekeurde paardenbond KNHS....

Deze week kon Arend Zoer de klapper van zijn leven maken en een man in bonis worden. Hij hoefde alleen maar ‘ja’ te zeggen tegen een Amerikaan en een Rus die vier miljoen euro op tafel wilden leggen voor Okidoko, het paard dat met groot succes wordt bereden door zoonlief.

Maar Zoer zei, geheel in strijd met de hippische handelstradities in dit land, ‘nee’ tegen de opkopers. Zijn liefde voor de sport won het deze keer van zijn handelsgeest.

Heel on-Nederlands.

Hoe vaak is het niet voorgekomen dat Nederlandse springruiters hun paarden zelf verpatsten aan de hoogste bieder of hun (leen)paarden verpatst zagen worden door hun sponsors/eigenaren? Topruiters als Henk Nooren, Johan Heins, Dick Wieken, Willy van der Ham en met name Rob Ehrens, de huidige bondscoach, zagen hun carrières menigmaal geknakt doordat de door hen tot toppers opgeleide paarden bijna onder hun kont vandaan werden verkocht.

Het Nederlandse fokproduct won de vorige eeuw snel aan populariteit in internationale handelskringen. Nadat de nationale ploeg in 1977 in Wenen had gegrossierd in Europees eremetaal – goud voor de ploeg, goud voor Heins, brons voor Anton Ebben – waren de paarden met het keurmerk van het Nederlandse stamboek (KWPN) bijna niet aan te slepen. Er gingen zo veel toppers en potentiële toppers de grens over, met name naar de Verenigde Staten en Japan, dat de resultaten van de nationale springploeg achteruitholden.

De bond moest eraan te pas komen om de ongebreidelde handelslust binnen de perken te houden. In de jaren tachtig bedacht Jacques van Leeuwen, die na een carrière in de sportjournalistiek opdook als directeur van de paardenbond, het NOP: het Nederlands Olympiade Paard.

Paardenliefhebbers werd opgeroepen geld te storten, zodat deze stichting een aandeel kon kopen in (aankomende) toppaarden van eigen bodem. Dan zouden buitenlandse opkopers vanzelf afdruipen.

Het NOP schoot flitsend uit de startblokken en boekte menig succesje, maar bleef uiteindelijk voor de finish steken. De stichting stierf een langzame dood, waarna de handel snel weer opbloeide. Het Nederlandse fokproduct won aan aanzien en veroverde, met vreemdelingen in het zadel, waar ook ter wereld veel prijzen. Hoogste tijd om er maar weer een stichting tegenaan te gooien: het Springpaarden Fonds Nederland.

Het fonds streeft naar een startkapitaal van 3,5 miljoen euro. Daartoe worden certificaten uitgegeven van 10, 25 en 100 mille. Met de opbrengst wil het fonds jonge, talentvolle paarden kopen en opleiden tot toppers.

Okidoki is al opgeleid, en hoe. De ruin wint met Albert Zoer als stuurman aan de lopende band Grote Prijzen en was in de landenwedstrijd van het jongste WK zo goed op dreef dat de nationale ploeg er de wereldtitel aan overhield.

Sindsdien worden astronomische bedragen geboden voor het wonderpaard. Maar ook Albert wil er niet van horen. Sport gaat ook bij hem voor geld. Doe Zoer junior dus ook maar een toplintje.

Martien Schurink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden