Een lieverdje is Alice Lindhout nog steeds niet

AZC/De Robben plaatste zich voor de kampioenspoule bij het waterpolo. De 43-jarige ex-international Alice Lindhout is de ideale leider van de ploeg....

HILVERSUM Scoren is haar tweede natuur. Een kans is een doelpunt. In haar hoogtijdagen was Alice Lindhout de Romario van het vrouwenwaterpolo. Overal waar ze speelde, in Italië, Griekenland, Nieuw-Zeeland en Nederland, stond ze garant voor doelpunten. ‘Als ik 100 euro per doelpunt had ontvangen, was ik stinkend rijk geweest.’

Clubs versleet ze bij de vleet. Peter Koelewijn zong over Alice, who the fuck is Alice?, het waterpolo had er zijn variant op: Alice, where the fuck plays Alice? Langer dan drie jaar hield ze het bij een club niet vol. Dan was haar houdbaarheidsdatum verstreken.

Dit seizoen streek ze neer bij HZC/De Robben, een club met ambities. Het Hilversumse bolwerk van weleer, met grote namen als Evert Kroon, Nico Landeweerd en Andy Hoepelman wil terug naar de top. Zo’n uitdaging is Lindhout op het gespierde, frêle lijf geschreven.

De eerste horde namen Lindhout, even jong als Romario (43), en haar ploeg in de twee derby’s tegen BZC Brandenburg uit Bilthoven. Door afgetekende overwinningen dwong De Robben een plaats in de kampioenspoule af. In die groep met zes clubs mikt coach Jan Bram van Luit op een plaats bij de eerste vier.

‘We willen Europa in’, aldus Van Luit. ‘Lindhout is natuurlijk een kapitale versterking. Haar komst heeft de ontwikkeling van jong talent versneld. Ze ziet alles, let op de kleinste details. Ze kent alle trucs in het water en is bereid haar kennis te delen met onze jonkies.’

In de aanloop naar de kruiswedstrijden met Brandenburg bleef De Robben ongeslagen in de hoofdklasse B. In de tien duels scoorde de ploeg 171 keer. Lindhout werd topscorer met zo’n vijftig doelpunten – hoeveel het er precies waren, wist ze niet meer.

Meer oog had ze evenwel voor het groeiproces van de ploeg in het water. ‘Deze ploeg betekent voor mij een uitdaging’, zegt Lindhout zaterdagavond in De Lieberg in Hilversum. ‘De Robben heeft potentie. De amateuristische trekjes moeten er nog uit, maar dat is een kwestie van schaven.’

Kenmerkend voor haar spel was altijd haar snelheid in het water, vooral de explosiviteit op de eerste meters. ‘Die demarrage bezit ze nog steeds’, zegt Van Luit. ‘Ondanks haar leeftijd is ze de snelste in mijn selectie. Haar lijf moet één grote witte spiervezel zijn, anders kan ik het niet verklaren. Ze is een uniek talent, dodelijk in de tegenaanval. Ze beweegt veel, is slim in het water. Met haar ervaring, instelling en kwaliteiten is ze de ideale leider in het water.’

Een lieverdje was Alice Lindhout nooit. Ze kon, zoals ze het zelf zegt, ‘ongezouten kritisch’ zijn. Confrontaties ging ze nimmer uit de weg. Op haar vijftiende, in 1981, debuteerde ze voor PSV, twee jaar later drong ze door tot Oranje. Met de nationale vrouwenploeg werd ze wereldkampioen in 1991.

Drie jaar later reageerde ze na de verloren WK-finale in Rome haar frustraties af op ploeggenoten en de toenmalige bondscoach Van Hardenveld, tegenwoordig technisch directeur waterpolo bij de KNZB. Daarna werd ze nooit meer opgeroepen. Bemiddelingspogingen om ‘de beste speelster op aarde’ terug te halen, bleven vruchteloos.

Getergd haalde Lindhout haar gram in de competities. Twee jaar geleden nog werd ze op haar 41ste, in dienst van Brandenburg, voor de zoveelste keer uitgeroepen tot beste speelster van het seizoen. Ze zag er een compliment in voor de combinatie van talent en keihard werken. Zelf was Lindhout altijd zuinig met complimentjes en scheutig met kritiek.

Ook bij De Robben, de dertiende club in haar loopbaan. ‘Ze kan soms controversieel zijn’, zegt Van Luit. ‘Vooral omdat ze een spelsituatie veel sneller doorziet dan een ander. Dat wekt soms weerstand op. Maar dat ligt vaker aan de onvolwassenheid van de betrokken speelster. Topsport vraagt mentale hardheid. Lindhout weet dat als geen ander. Ze is altijd streng, voor zichzelf en anderen, doet nooit concessies maar laat anderen wel profiteren van haar inzicht.’

Aan het afbouwen van haar indrukwekkende carrière denkt de moeder van twee kinderen uit Lunteren niet. ‘Daar ben ik nog veel te fanatiek voor. Als ik niet meer op het hoogste niveau mee kan, stap ik onmiddellijk op.’

Zover is het voorlopig nog niet. ‘Ik bekijk het jaar voor jaar. Ik draai nog gemakkelijk mee, dus waarom zou ik stoppen? Trainen doe ik met plezier. Waterpolo is voor mij meer dan een hobby. Zolang er gepresteerd wordt, heb ik lol in het spelletje. Maar presteren staat voorop. Altijd. Overal.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden