Etappeverslag Tour de France, rit 16

Een lesje dalen van Alaphilippe: één zijn met je fiets, maar ook weer niet te veel

Julian Alaphilippe in de afdaling van de Col du Portillon in jacht op Adam Yates. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Julian Alaphilippe raast op de Col du Portilion naar beneden. Zijn mikpunt is een geelzwart stipje in de verte: koploper Adam Yates. ‘Ik zag dat hij bang was.’ Even later ligt Yates op het asfalt. Wedstrijd beslist.

Er bestaat een trui voor de beste renner, de snelste renner, de beste klimmer en de beste jongere, maar niet voor de beste daler. Mocht die wel hebben bestaan, dan zou hij dinsdag ongetwijfeld naar Julian Alaphilippe zijn gegaan. De onvermoeibare durfal van Quick-Step won de eerste van de drie Pyreneeënritten in de Tour, vooral dankzij zijn voortreffelijke dalerskwaliteiten.

Zittend op zijn bovenbuis, met enorme snelheden, snelt de 26-jarige Fransman op de afdaling van de Col du Portillon naar beneden. Zijn mikpunt is een geelzwart stipje in de verte: koploper Adam Yates. Alaphilippe heeft hem al bijna te pakken. Maar belangrijker, zo zegt hij na afloop: ‘Ik zag dat hij bang was.’ En inderdaad: even later ligt Yates op het asfalt. Wedstrijd beslist.

Met dalen is het net zoals met penalty’s in het voetbal: er heerst een eeuwige discussie of het te trainen is of niet. Teambaas Patrick Lefevere van Quick-Step behoort tot de laatste school. ‘Wij oefenen er niet speciaal op. Het is iets wat volgens mij niet na te bootsen is op een training.’

Lefevere ziet dinsdag Alaphilippe winnen, maar verliest bijna een andere renner van zijn ploeg: Philippe Gilbert. De oud-wereldkampioen schat op de afdaling van de Col de Portet-d’Aspet een bocht verkeerd in. ‘Waarschijnlijk omdat hij afgaat op de remlichten van de motor voor hem’, zegt Lefevere. ‘Die motard sneed de bocht te scherp aan.’ Gilbert raakt uit het evenwicht en tuimelt het ravijn in.

Onder het bloed

In de ploegleiderswagen krijgt Lefevere naar eigen zeggen een hartaanval vanwege de schrik. Het ravijn blijkt drie meter diep. Als Gilbert om zich heen kijkt, ziet hij overal stenen. Benen en armen zitten onder het bloed. ‘Ik dacht: ik heb alles gebroken. Ik durfde niet meer te bewegen.’

Twee Belgische fotografen tillen hem uit het ravijn. Op het talud moet Gilbert eerst even bijkomen van de val. Daarna steekt hij zijn duim op naar de camera, een teken dat vooral voor zijn familie is bedoeld, zo zal hij later zeggen: alles oké.

De etappe van dinsdag onderstreept nog maar eens het belang van een goede afdaling. Met wat minder geluk had Gilbert zijn verhaal niet meer kunnen navertellen. Uitgerekend op de col waar hij naar beneden tuimelde, verloor Fabio Casartelli in 1995 het leven. Voor de start kondigt Tom Dumoulin alvast aan: ‘Ik ga niet mijn leven wagen voor de gele trui.’

Julian Alaphilippe in de bolletjestrui. Beeld Reuters

Afdaling als wapen

De afdaling is steeds meer een wapen geworden in het wielrennen. Vincenzo Nibali won afgelopen voorjaar Milaan-San Remo door zijn daalcapaciteiten, Chris Froome legde in 2016 de basis voor zijn Tourzege in de afzink van de Col de Peyresourde en Steven Kruijswijk kon in hetzelfde jaar een streep door de Giro zetten nadat hij in de afdaling, onder druk gezet door Nibali, tegen een sneeuwmuur was gebotst.

Als Alaphilippe de gevallen Yates dinsdagmiddag voorbij rijdt, schiet even door zijn hoofd om te stoppen, uit oogpunt van Fair Play. Maar zodra hij constateert dat de Brit er niet ernstig aan toe is, dendert hij verder, in perfecte lijn: van buiten naar binnen en dan weer naar buiten. ‘Wielrennen is ook op je fiets blijven zitten’, stelt hij naderhand. Ik had zelf ook kunnen vallen. Dan had er ook niemand gewacht.’

Alaphilippe is een van de beste dalers van het peloton, al toont hij zich na afloop bescheiden. ‘Laten we het zo zeggen: ik hou ervan om hard naar beneden te gaan.’ De afdaling naar Bagnères-de-Luchon heeft hij dit voorjaar verkend, want dat is een van zijn geheimen: parcourskennis. ‘Ik wist dat het een gevaarlijke en technische afdaling was.’

Beeld AFP

Ken je grenzen

Merkwaardig genoeg heeft Alaphilippe nooit op zijn specialiteit getraind: ‘Ik kan het gewoon. Het zit in me.’ Volgens hem zijn een paar zaken essentieel: ‘Je moet één zijn met je fiets, maar ook weer niet te veel. Anders word je roekeloos. Risico’s inschatten hoort erbij. En altijd gefocust blijven.’

Ploegleider Jan Boven van Lotto-Jumbo noemt nog een belangrijk facet: ‘Vertrouwen in jezelf en vertrouwen in je fiets.’ De renners van de Nederlandse ploeg worden elk jaar op trainingskamp bijgeschoold door Oscar Saiz, ex-wereldkampioen downhill. Diens belangrijkste boodschap: ken je grenzen. Boven: ‘Het helpt ook als je fris bent in de finale. Hoe minder vermoeidheid je kent, hoe scherper je naar beneden kunt gaan.’

Na afloop staat Alaphilippe samen met ploeggenoot Philippe Gilbert de journalisten te woord. ‘Ik ben blij dat hij hier nog naast me staat’, zegt hij. Het linkerbeen van Gilbert zit in het verband, er komt nog bloed doorheen. Ook zijn elleboog ligt open. Lachend zwaait hij op het podium naar het publiek. Hij heeft het rode nummer voor de strijdlustigste renner gekregen.

Maar eenmaal bij de teambus daalt het besef in wat hem is overkomen. Huilend gaat de gevallen oud-wereldkampioen naar binnen. Later op de avond wordt bekend dat hij uit de Tour stapt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.