Interview Ex-rugbyer Tim Visser

Een konijn doodslaan als teambuilding ter voorbereiding op het WK Rugby: ‘Ik had honger als een beer’

Tim Visser is de enige Nederlandse rugbyer die op een WK heeft gespeeld. Hij kwam uit voor Schotland. Het WK rugby in Japan, dat vrijdag is begonnen, volgt hij als tv-commentator.

Blade Thomson van Scotland wint een line out (ingooi) tijdens Ierland - Schotland op het WK in Japan. De Ieren wonnen met 27-3. Beeld Warren Little / Getty

Slechts acht razendsnelle passen met de ovale bal onder de linkerarm geklemd heeft winger Tim Visser op die zonnige 27 september in 2015 nodig om de achterlijn van het stadion Elland Road in Leeds te bereiken. Daar duikt hij naar het gras. Try! Het is het begin van de tweede helft en Schotland maakt de aansluiting met de Verenigde Staten: van 6-13 naar 11-13.

Ploeggenoten stormen op hem af. Ze schreeuwen hem toe. Hij ziet hun opengesperde monden. Maar hij hoort niks. Het is alsof ze playbacken. Hun juichkreten gaan verloren in de herrie achter hem. Daar, op de grootste stand van het stadion, klotst een blauwe zee. De orkaan van geluid die dolgelukkige fans veroorzaken doet hem bijna pijn aan de oren.

Het is op dat moment dat Visser pas goed beseft in welk pandemonium hij is beland: zo, dit is dus het wereldkampioenschap rugby. Dit gaat verder dan de Six Nations, hier speelt de crème de la crème van de sport, afkomstig van het zuidelijk en noordelijk halfrond, uit het oosten en het westen. Ze hebben zich liefst twaalf weken voorbereid. Dit is, zo hebben ze hem verteld, na de Olympische Spelen het podium dat de meeste toeschouwers trekt.

Vier jaar later loopt hij een café op het Mediapark in Hilversum binnen. Lang (1,95 meter), breed, ruim honderd kilo zwaar, de eerste tinten grijs aan de slapen. Komende weken is hij voor Ziggo Sport met tussenpozen commentator bij het WK in Japan, dat afgelopen vrijdag is begonnen en pas op 2 november eindigt. Rugbyers kunnen nu eenmaal niet twee keer in één week spelen. Schrammen, builen en kneuzingen vragen om enig herstel.

Visser (32) heeft recht van spreken. Hij is de eerste Nederlander die het tot een bestaan als rugbyprof heeft geschopt en de enige die een WK bereikte, als flankspeler voor de Schotten. Dutch Delight , zijn bijnaam in de Britse pers, hoefde er geen naturalisatieproces voor te doorlopen. Drie jaar competitie voor zijn club Edinburgh Rugby volstonden.

Zijn activiteiten voor tv vormen een rentree na een kortstondige breuk. In mei maakte hij bekend te stoppen met rugbyen bij de Britse Harlequin Football Club, waarvoor hij vanaf 2015 speelde. Vorig jaar bedankte hij al voor het nationale team van Schotland. Drie maanden lang heeft hij geen wedstrijd gezien, hij verbleef met zijn gezin in Nederland. ‘Ik was er even klaar mee. De liefde was voorbij.’

Genieten

Vorige week zat hij toch op de tribune in Edinburgh, hij moest weten waarover hij het straks in de studio gaat hebben. Hij verbaasde zichzelf. ‘Ik kon ervan genieten. Het was leuk, echt leuk. Rugby is toch vaak prettiger om naar te kijken dan om te spelen. Op de tribune is het spannender. Die zenuwen voel je op het veld veel minder.’

Deelname aan dit WK is nooit in beeld geweest. Hij wilde niet meer maanden achtereen van huis zijn. In mei was het op. ‘Ik kon het niet langer opbrengen. De trainingen werden steeds langer, intensiever. Wetenschappers bemoeien zich er steeds meer mee. Wat je moet eten, hoe je moet trainen. Elke keer worden de doelen verlegd. Iedereen wordt maar sneller, zwaarder, sterker. Toen ik begon, rende ik in één uur training drie kilometer. Nu is dat bijna zes geworden. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten als je 110 kilo weegt.’

Hij wijst naar zijn linkerknie. ‘Die is van een zestiger. Ik heb eigenlijk overal last van. Mijn rug. Een hernia. Ontstoken schouders. Een ingescheurde pees in mijn voet. Die staat zo strak dat die een stuk bot van mijn hiel afscheurde.’

Hij speelde er niet minder om. Slechts één blessure hield hem maanden aan de kant. In oktober 2013 belandde hij in een wedstrijd tegen een Italiaanse club tussen twee tegenstanders die hem tegelijkertijd tackelden. Hij brak zijn linkerbeen op twee plaatsen. Zijn enkelbanden scheurden af.

‘Ik heb in mijn carrière nog geluk gehad. Ik speelde op een positie waarin relatief weinig gebeurt. Je moet er zijn als zich een scoringskans voordoet. Ik kreeg 10, 12 keer de bal in de wedstrijd, een beetje zoals de spitsen in het voetbal. De voorwaartsen, de eerste rijers, de derde rijers, halen wel 30 keer. Die jongens krijgen klappen die wel eens zijn vergeleken met een botsing in een auto. Voordat ze van de academy afkomen hebben ze vaak al twee schouderoperaties achter de rug. Dan zijn ze 18.’

Vastgoed

Voor de Kerst was er nog een operatie aan zijn knie. In februari speelde hij weer, maar hij voelde dat de scherpte en de snelheid ontbraken. Hij liet zijn club weten dat de lol eraf was en ontbond voortijdig zijn contract. Hij is vanuit het plaatje Cobham, zuidwestelijk van Londen, met zijn gezin teruggekeerd naar Edinburgh, en zit nu in het vastgoed. Hij verhuurt en verkoopt er gerestaureerde appartementen. ‘Edinburgh is geweldig. Een compacte wereldstad.’

Welke herinneringen bewaart hij aan zijn WK? Hij begint meteen over de voorbereiding. Die was ‘gruwelijk’. De selectie wordt afgepeigerd in het krachthonk en met conditietrainingen in het Murrayfield Stadium in Edinburgh. Spelers gaan er geregeld over hun nek. Op hoogtestage in de Pyreneeën worden ze verder afgeknepen. Na één sprintje is hij er al buiten adem.

Tim Visser in actie voor Schotland in 2017 in Edinburgh. Beeld Getty Images

Met commando’s beklimmen ze een berg om er de nacht onder een te klein dekentje door te brengen. Ze treffen konijnen in een kooi aan. Die moeten ze zelf slachten. ‘Een commando deed voor hoe het moest. Bij de achterpoten pakken en ronddraaien. Dan worden ze duizelig. Het bloed stijgt ze naar de hersenen. Met een stok sla je ze op het achterhoofd in één klap dood. Ja, ik heb het ook gedaan. Ik had honger als een beer.’

Zag hij het nut van deze vorm van teambuilding? ‘Totaal niet. Nooit gezien. Ik dacht vaak: welke gekkigheid is er nu weer verzonnen? Het interesseert me gewoon geen reet. Wingers zijn van nature ook niet echt teamspelers. Die zijn egoïstisch. Alleen het scoren telt. Als ik niet scoorde, voelde ik me echt ziek.’

Hij weet een effectievere methode, in het rugby vaker toegepast. ‘Er is geen betere teambuildingexercitie dan een wilde avond.’ Het is in de aanloop naar zijn WK niet anders. Na de hoogtestage brengt de selectie twee dagen door in Perpignan aan de kust. ‘We lieten ons in het restaurant helemaal gaan. Het moest en het mocht. Het was heel snel een puinhoop. Sommige jongens flikkerden ladderzat van het terras. Stelletjes die romantisch tafelden, gingen ervandoor. Onze materiaalman viel boven op een tafel waarop wel honderd glazen stonden. Die brak doormidden.

Bier en feesten

‘Ik belde mijn vrouw, die was hoogzwanger. In de bergen controleerde ik elke ochtend hoe laat er een vlucht naar huis ging voor het geval dat. Nu zei ik: even inhouden, Lau, twee dagen niks. Die cultuur van bier en feesten past bij het rugby. Daar smeed je een band met anderen, daar heb je goede gesprekken, daar zorg je voor elkaar. Dat heeft zijn weerslag op het veld.’

De eerste wedstrijd tegen Japan, in Gloucester, mist hij. Coach Vern Cotter kiest een andere winger. Tegen de Verenigde Staten, in Leeds, is hij er wel bij. Er is kippevel als hij het gras betreedt, de blauwe massa ziet en The Flower of Scotland klinkt. Het voelt alsof er een pad is afgelegd. Op 16-jarige leeftijd was hij uit Zeewolde naar Newcastle vertrokken om er op kostschool Barnard Castle professioneel rugby te leren en nu staat hij hier, als Nederlandse international op een WK.

Hoge ballen

Op de tribune zit zijn vrouw Laura, pas bevallen van zoontje Josh, zijn ouders – vader Marc is oud-captain van het Nederlands rugbyteam – en vrienden. Op zak heeft hij een contract met de Harlequins. Hij herinnert zich nog vrijwel alles van die wedstrijd: de hoge ballen, de pass die te veel op zijn enkels is gericht waardoor hij net niet kan scoren. Mede dankzij zijn aansluitende try winnen ze met 39-16.

Tegen Zuid-Afrika speelt en scoort hij opnieuw, maar verliest het team met 34-16. Tegen Samoa staat hij ernaast en is er winst, 36 tegen 33. In de kwartfinale, tegen Australië, voor 82.000 toeschouwers in het Twickenham Stadion in Londen, stelt de bondscoach hem weer niet op. Hij is laaiend, hij speelt goed, hij scoort, waarom zet hij ’m op de bank?

De wedstrijd wordt beslist in de laatste minuut. De scheidsrechter geeft Australië een penalty, een Schot in buitenspelpositie zou de bal hebben geraakt. Accidental offside. ‘We waren woedend. We begrepen niet waarom hij niet de video-ref raadpleegde. Uit de beelden bleek dat niet onze speler, maar een tegenstander achter hem de bal aantikte. Later hoorden we dat je alleen maar bij foul play of een try de hulp van video kunt inroepen.’ Het wordt 34-35. De scheidsrechter rent het veld af, hij voelt zich bedreigd. De Schotten huilen.

Visser: ‘In de halve finale wachtte Argentinië. Daar hadden we al jaren niet van verloren. De finale was ons ontnomen, zo voelde het. Voor iedereen was het hun grootste kans in hun loopbaan. Die hadden we gemist.’ Een week later al debuteert hij bij zijn nieuwe werkgever. Hij scoort zeven keer in zeven wedstrijden. ‘Dat is rugby. Het gaat maar door.’

Het veld is nu verruimd voor de studio. Hij ambieert meer dan verslag doen van de wedstrijden. Ook aan de zijlijn voelt hij zich een ambassadeur van het rugby. ‘Ik wil graag het uithangbord zijn.’

De winnaars volgens Tim Visser

Ierland, Wales, Zuid-Afrika en Australië zijn voor mij de favorieten. Nee, wereldkampioen Nieuw-Zeeland niet. Dat heeft veel oudere spelers, die beginnen wat op te raken.Ierland staat eerste op de wereldranglijst, ze zijn al twee jaar goed bezig. Maar ze hebben weinig wat wij noemen diepte.

Als er één belangrijke speler uitvalt, wordt het meteen een ander team. Wales was nooit zo sensationeel, maar om een of andere reden zijn ze vergeten hoe ze moeten verliezen.‘

Zuid-Afrika was al jaren bagger, Australië zat ook in een crisis, maar ze beginnen allebei ineens te pieken. Misschien gaat Zuid-Afrika wel winnen. Daar is de diepte wel. En Schotland? Een mix van jonge spelers vol energie en ervaren krachten. Ik denk dat ze de groepsfase wel overleven. Maar als er blessures komen, krijgen ook zij het lastig.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden