Reportage Starterscursus Thialf

Een kijkje bij de cursus voor schaatsstarters: ‘Je kunt de spanning overdragen op de schaatser’

Bij een valse start is de starter in het schaatsen vaak genoeg mikpunt van kritiek. Bij een tweejaarlijkse cursus in ijsstadion Thialf worden gegadigden uit het buitenland daarop voorbereid. Een kijkje in de keuken. ‘De kunst is om de boosheid te weerstaan.’ 

Hein Otterspeer (L) en Michel Mulder aan de start van de 500 meter tijdens het NK Sprint op de ijsbaan Kardinge. Beeld ANP / Vincent Jannink

‘Je staat er een beetje ongemakkelijk bij, alsof je nerveus bent’, zegt André de Vries in het Engels, terwijl hij naar het televisiescherm wijst. Voor hem zit zaterdagmiddag een groepje buitenlandse schaatsstarters, ook degene die op het scherm in actie is. ‘Je kunt je spanning overdragen op de schaatsers. Probeer altijd zelfvertrouwen uit te stralen. Jij bent de starter.’

Een groep van zo’n 15 personen zit in een zaaltje in Thialf en kijkt beelden terug van ritten die vlak ervoor zijn verreden tijdens het NK voor clubs. Voor de tijden van de schaatsers hebben ze geen aandacht. Ze bekijken zichzelf, de starters. Ze zijn in Heerenveen voor de tweejaarlijkse starterscursus van de Internationale Schaatsunie (ISU) en brengen hun lessen tijdens de wedstrijd in de praktijk. 

De Vries, die op bijna alle grote schaatstoernooien startschoten heeft gelost, is cursusleider. Hij heeft een groep van 37 deelnemers uit 14 landen onder zijn hoede. Ze komen uit kleine schaatslanden als Wit-Rusland en Italië, maar ook uit Nederland en Noorwegen.

Het zijn vooral mannen van middelbare leeftijd die zaterdag in vijf verschillende groepjes de starts voor hun rekening nemen, elkaar observeren en becommentariëren. De vrouwen, vijf maar, zijn duidelijk in de minderheid, net als jonge deelnemers. Startersfamilie Sørli uit Noorwegen trekt met vader Ole Hermann (59), moeder Tone (58) en zoon Torbjørn (29) de verhoudingen nog een beetje recht.

Het is een ondankbare functie. Als alles goed gaat, schenkt niemand aandacht aan ze, maar bij een valse start, zeker als het er meer zijn, is degene met het pistool het mikpunt van kritiek. ‘Dat weet je van tevoren’, zegt Tone. ‘De kunst is om kalm te blijven en de druk te weerstaan. Net als de boosheid van de schaatsers.’

Tone was altijd al schaatsliefhebber, maar wilde meer doen dan juichen langs de kant van de baan. ’Ik begon met wafels verkopen in het ijsstadion en sinds tien jaar ben ik starter.’ Komende winter mag ze voor het eerst naar internationale kampioenschappen. En als het goed is het seizoen erna ook. Daarna is het voorbij, want met 60 jaar wacht volgens de reglementen van de ISU het starterspensioen.

Haar zoon Torbjørn maakt half november zijn internationale debuut bij een wereldbeker voor junioren. Hij heeft met zijn leeftijd nog dik 30 jaar voor de boeg. Al moet de functie dan wel al die tijd blijven bestaan. Helemaal zeker is dat niet.

Automatische start

De startprocedure is al enige tijd onderhevig aan kritiek, vooral op de korte nummers. In 2015 becijferde oud-schaatser Beorn Nijenhuis dat de tijd tussen ‘ready’ en het startschot op de 500 meter invloed kan hebben op de eindtijd. Die pauze moet rond de 1,5 seconde liggen, maar geen enkele starter weet dat in elke rit exact voor elkaar te krijgen.

Torbjørn: ‘Aan de finish meten we met een fotofinish tot op een duizendste van een seconde nauwkeurig de eindtijd, maar de start is nog altijd mensenwerk. In Noorwegen hebben we daar wel discussies over. Of we de start kunnen automatiseren, zoals bij atletiek waar ze drukmeters in het startblok hebben. Maar tot nu toe hebben we nog geen oplossing voor het schaatsen gevonden.’

Volgens sprinter Hein Otterspeer is zo’n automatische startprocedure niet nodig. ‘Een schaatsstart valt toch niet te mechaniseren’, zegt de pupil van Jac Orie, die als spreker was uitgenodigd bij de starterscursus ‘om de starter en schaatser dichter bij elkaar te brengen’.

‘We hebben gediscussieerd over de ideale start en het belangrijkste voor een schaatser is dat een starter consequent is’, zegt Otterspeer.

‘Dat is helemaal niet gemakkelijk’, zegt Tone, ‘al denken veel mensen van wel. Voordat ik naar Nederland ging, vroegen collega’s nog verbaasd of ik echt een cursus nodig had. Maar je moet twee mensen in de gaten houden en in een fractie van een seconde beslissen of alles goed gaat.’

Een paar uur na zijn optreden in het cursuszaaltje stond Otterspeer aan de start van de 500 meter. ‘Ik heb wel even gekeken wie er stond.’ Het was Ole Hermann. Die is ervaren, wist de sprinter. Hij rekende op een strakke startprocedure en kreeg die. In 35,04 was hij voor zijn vereniging STV Lekstreek de snelste sprinter van de dag.

Later reed zijn clubgenoot Patrick Roest op de 3 kilometer naar een nieuw baanrecord van 3.38,17. Dat was niet genoeg om in het klassement, waarin per club de tijden van alle rijders werden opgeteld, bovenaan te eindigen. De titel ging naar de Alkmaarsche IJsclub.

Terwijl de Alkmaarders een feestje vieren, zitten de starters alweer rond het televisiescherm om te kijken hoe hun schietoefening op het Friese ijs gegaan is. Tone: ‘Want daarom zijn we hier, om ons te verbeteren en te zorgen dat we nog consistenter worden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden