TourcolumnBert Wagendorp

Een kalme Tourdag waarop van alles had kunnen gebeuren

Het was woensdag een saaie dag in de Tour. Er zijn altijd saaie dagen in elke Tour – je kunt niet van die jongens vragen om het dag na dag spannend te maken.

De Tour is een roman, en elke roman heeft overgangshoofdstukken die niet tot de boeiendste behoren. Zo is het ook met symfonieën, daar zit altijd wel een passage in waarvan je denkt: nu even snel doorspelen, op naar dat schitterende gedeelte waarvoor ik ben gekomen.

Maar je moet er doorheen, saaiheid is de prijs die je betaalt voor topspanning.

De NOS begon aan de uitzending met nog 124.4 kilometer te gaan. ‘Verschrikkelijk is het,’ zuchtte Joris van den Berg.

De Fransman Ladagnous was ontsnapt. Hij keek alsof er een practical joke met hem was uitgehaald: opeens had iedereen in de remmen geknepen en bleek híj te zijn gedemarreerd. Mokkend reed hij langs de verdorde zonnebloemvelden.

Toch moet de wielerliefhebber ook tijdens een wandeletappe waarvan hij de afloop al kent (sprint) op zijn post blijven. Zoals in een boek in het allersaaiste hoofdstuk een alinea kan staan die cruciaal is voor het begrip van de rest van het verhaal, zo mag je tijdens de Tour nooit inzakken in de veronderstelling dat er toch niks gaat gebeuren.

Het vermaarde pianostuk 4.33 van John Cage (4.33 minuut absolute stilte in drie delen) is spannend omdat je nooit helemaal zeker weet of de pianist niet opeens doordraait en tóch op de toetsen begint te beuken.

Wat kón zich aan verrassends voordoen, tussen Châtelaillon-Plage en Poitiers?

Tom Dumoulin kon opeens besluiten dat hij er helemaal geen zin meer in had, zich óp de fiets per mobiel aanmelden voor een studie medicijnen aan de Universiteit van Maastricht en voorgoed afstappen. Eén keer zag ik Dumoulin lossen uit het peloton. Nou gaan we het beleven, dacht ik. Wat een sensatie. Maar toen zag ik Tom alweer rustig terugpeddelen richting peloton. Vermoedelijk had hij een sanitaire stop gemaakt of even ontspannen gemediteerd in de berm.

Ineos-Grenadier kon een masterplan uit de hogehoed toveren. Een plan waarover nog jarenlang zou worden gesproken, zo sensationeel dat elke wielervolger die het had gemist eeuwig spijt zou blijven houden van zijn achteloosheid: de Coup van Poitiers. Tussen kilometer 95 en 76 zat ik te bedenken wat voor plan het zou kunnen zijn, maar omdat het een nog nooit vertoond plan moest wezen, schoot me niks anders te binnen dan dat Ladagnous eigenlijk Bernal in vermomming was. Iets wat Stef Clement zeker zou zijn opgevallen, dus het was niet zo.

Wout van Aert die zich meldde bij de ploegleidersauto van Deceuninck Quickstep en op de fiets een miljoenencontract tekende. Peter Sagan die het hele peloton een rondje champagne aanbood. Jan Raas die een interview gaf aan Sebastiaan Timmerman. De Chain die na een hoosbui buiten zijn oevers was getreden waardoor heel Poitiers onder water stond. Dat zou me een toestand worden.

Het gebeurde allemaal niet, Ewan won en Sagan gaf Van Aert een kopstoot. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden