Een impuls om jongeren enthousiast te maken voor sport en spel

Staatssecretaris Ross-Van Dorp heeft weer 47 miljoen euro toegewezen om op 279 plaatsen de BOS-impuls te kunnen laten starten. In totaal is daar 80 miljoen voor beschikbaar....

Pannaveldjes, Cruijff-courts, speciale sport- en onderwijstrajecten: niet eerder doken die termen zo vaak op in collegeprogramma’s als na de laatste verkiezingen. ‘Sport is populairder dan ooit’, concludeerde het Sociaal Planbureau eerder dit jaar, maar tegelijkertijd kampt de overheid met het probleem van een samenleving die vervet en steeds meer gezondheidsklachten vertoont.

Bijna de helft van alle gemeenten, zo constateert de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, besteedt aandacht aan de mogelijkheden die de sport biedt voor ‘een duurzaam actieve en gezonde levensstijl’. Ze volgen daarmee de rijksoverheid, die vindt dat buurthuiswerk, onderwijs en sport, elkaar kunnen treffen in de gezamenlijke aanpak van bewegingsarmoede en overgewicht bij jongeren van 4 tot 19 jaar. Aangenomen wordt dat 50 procent van de jongeren in deze leeftijd te weinig lichaamsactiviteit ontplooit.

Om elkaar te vinden, werd de BOS-impuls in het leven geroepen, een regeling waarmee de overheid de komende jaren in totaal 80 miljoen verdeelt over de door een onafhankelijke commissie op waarde gemeten projecten. Van de bijna duizend aanvragen werden meer dan 400 gehonoreerd.

Op die plaatsen zullen vanaf 1 januari activiteiten worden ontwikkeld die kunnen bestaan uit de inzet van vakleerkrachten bij buitenschoolse opvang en verenigingsactiviteiten, maar ook uit het gebruik van bussen die met sportmaterialen door de buurten rijden waar nog veel ‘hangjeugd’ is.

De BOS-impuls is een injectie in verwaarloosde grond, sport moet de jeugd weer in beweging brengen. ‘Sport begint op straat’, zeggen ze in Zwolle. ‘Sport is het dorpsplein van de samenleving’, weten ze in Nijmegen. ‘Een vakleerkracht – gymnastiekleraar – op alle scholen’, luidt het pleidooi van Tilburg voor toekomstige tijden.

En dan Bedum, een Gronings dorp met nog geen 8000 inwoners, dat bekend werd als de geboorteplaats van voetballer Arjen Robben. Bedum is één van de 23 Groningse gemeenten die in aanmerking komen voor de BOS-impuls.

‘Wat dat betekent?’, zeggen ze op het gemeentehuis. ‘Dat straks naast die ene vakleerkracht die we nu hebben voor acht basisscholen, een tweede vakleerkracht wordt aangesteld.’ Sport en bewegen is in Bedum, net als in alle andere Groningse gemeenten, gaan leven sinds drie jaar geleden werd gekozen voor het zogenoemde Groninger SportModel.

In dit systeem wordt op alle basisscholen elke dag bewegingsonderwijs gegeven, daarnaast is elke woensdagmiddag gelegenheid op een sportlocatie mee te doen aan een sportstimuleringsactiviteit. Het initiatief van het Huis voor de Sport in Groningen heeft ertoe geleid dat in de provincie acht vakleerkrachten werkzaam zijn en dat de gemeenten, overdonderd door het succes, hebben besloten met eigen middelen door te gaan op de ingeslagen weg.

Geen provincie heeft verhoudingsgewijs zo veel geld uit de BOS-impuls gekregen als Groningen. ‘Wij hebben de hoofdprijs’, aldus de directeur van het Huis voor de Sport, ex-schaatscoach Tjaart Kloosterboer. ‘We krijgen geld voor 23 gemeenten, 7,2 miljoen van de overheid, 1,2 miljoen van de provincie en 6,1 miljoen uit de onderwijsbudgetten van de gemeenten zelf, die daarmee hun eigen sportbudget vaak verdrie- en zelfs verviervoudigd hebben.’

Door die ontwikkeling zal het aantal vakleerkrachten in de provincie van acht naar zestien worden verhoogd. ‘In Groningen wordt nu al tienduizend uur extra bewegingsonderwijs gegeven’, aldus Kloosterboer. Zijn initiatief kwam voort uit het schokkende resultaat van een onderzoek van de provinciale gezondheidsdienst, die vaststelde dat nergens de problematiek van overgewicht zo groot was als in Groningen.

Nieuwe resultaten zijn weliswaar nog niet bekend. ‘Maar dat gemeenten voor eigen rekening met het project doorgaan, zegt voldoende. Bewegingsonderwijs heeft een plaats gekregen in de binnenschoolse activiteit, maar ook voor de buitenschoolse activiteit neemt de belangstelling toe.’

Gemiddeld wordt in het basisonderwijs 1 uur en 44 minuten aan sport gedaan, en daarvoor wordt op 40 procent van de scholen een beroep gedaan op vakleerkrachten. Dat aantal daalt, want in 1995 lag dat percentage nog op 46.

In Groningen liggen die cijfers hoger. Via het Huis voor de Sport hebben vrijwel alle gemeenten nu ook steun gezocht bij de BOS-impuls. Projectleider Robert Gelink: ‘Doel is om de bewegingsarmoede met vijf tot tien procent te verkleinen door gezondheidsweken op scholen te organiseren, het vakonderwijs uit te breiden, meer clinics te organiseren. Jongerenwerkers kunnen wel hun doelgroep bereiken, maar ze niet tot activiteiten aanzetten. Die mensen kunnen door de BOS-impuls nu aankloppen bij onderwijs en sport.’

In Groningen hebben ze gemerkt hoe het werkt: opgeleide jongerenwerkers leren beter omgaan met sport, maar ook de in het lichamelijk onderwijs opgeleide docenten kiezen in de woensdagclinics voor hun eigen aanpak.

Gelink: ‘Want het gaat er niet om nieuwe topsporters op te leiden, maar kinderen tot een actievere leefstijl aan te sporen. Kinderen moeten weer leren dat sport leuk is. Daarom moeten die muren van het gymlokaal zo af en toe ook even weg. Om de jeugd weer te leren wat spelen is en de kinderen ervan te overtuigen, met voorlichting over bewegen en voeding, dat ze zelf een grote verantwoordelijkheid hebben om gezond te blijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden