Een hele zit voor al die machtige sportlichamen

De Nederlandse ploeg voor de Winterspelen werd gisteren incompleet aan chef de mission Ed Verheijen overgedragen. Op 10 februari moet de delegatie ‘34 à 36 sporters’ tellen....

Schaatser Beorn Nijenhuis gaat als eerste staan. Hij heeft het wel gehad met de houten bankjes van de noodtribune van evenementencomplex De Blokhoeve. Hij duwt aan zijn onderste ruggenwervels, rekt het machtige lichaam en zegt dat het een hele zit is geweest.

Als bij de olympische ploegoverdracht de kunstrijders van Holiday On Ice voor de derde keer het indoorbaantje van Nieuwegein opcirkelen, zoekt Nijenhuis de bar op. Vele schaatsers volgen hem. De eer van zo’n olympische vertoning is groot, maar anderhalf uur stilzitten is meer iets voor denksporters dan voor schaatsenrijders die zich op hun voornaamste competitie dienen voor te bereiden.

Dat getrainde mannen moeite hebben een tijdje op een te klein bankje te zitten, vindt Nijenhuis niet vreemd. Met een grijns: ‘Wij topsporters zijn net als Formule 1-auto’s. Die gaan heel hard, maar ze zijn ook snel kapot.’

Nijenhuis trekt na die vaststelling tevreden aan zijn winterjack en laat de kledingstof goedkeurend knisperen tussen de vingers. Hij en schaatscollega Erben Wennemars hebben, als de tweemanskledingcommissie, een dikke vinger gehad in het ontwerp van de kledinglijn, van de traditionele leverancier Asics.

De Nederlandse blazers, zwart met een oranje badge op de mouw, worden als klassiek aangemerkt. De trainingspakken zijn in het vertrouwde blauw en oranje. De winterjassen, met een capuchon vol nepbont, zijn oogverblindend wit, precies naar de smaak van Nijenhuis.

‘We hebben het eerste ontwerp afgekeurd. Was de ene hele mouw oranje en de andere rood, wit en blauw. We vonden dat niet erg passend. Dit is veel mooier.’

De overhandiging van het kledingpakket, souvenirs voor het leven voor een topsporter, geschiedt bij de overdracht van de olympische ploeg. De voorzitter van het olympisch comité, Erica Terpstra, voltrekt in Nieuwegein de ceremonie. Ed Verheijen, deelnemer in Sapporo 1972, is de ontvangende partij.

Terpstra doet haar befaamde peptalk (‘zet ‘m op jongens’) met hese stem. De NOC*NSF-preses, vier jaar geleden in Salt Lake City nog het olympische kwartier uitgezet door toenmalig voorzitter Hans Blankert, heeft deze middag al een topprestatie geleverd.

Ze is bij de ingang van De Blokhoeve klaar gaan staan om iedereen te verwelkomen en een gelukkig nieuwjaar (‘met gezondheid, geluk en mooie prestaties, in die volgorde’) te wensen. Ze doet het soms met een handdruk, maar meestal zoals het ‘de moeder van de vaderlandse sportwereld’ betaamt: met drie ferme pakkerds.

Terpstra heeft deze middag pech. De opkomst bij het olympische partijtje overtreft alle verwachtingen. Het NOC, dat zich in fraaie sponsorcontracten zelfs heeft verplicht van de overdracht een officieel feestje te maken, ontvangt meer dan duizend mensen.

In die omgeving van opperste tevredenheid kan chef de mission Ed Verheijen niet anders dan een vreugdevolle olympische maand voorspellen. De stemming in de ploeg is heel anders dan bij de vorige gelegenheid.

In 2002 wilde niemand bij de openingsceremonie de Nederlandse vlag dragen, nu staan de kandidaten te dringen. Pas op 8 februari wordt gekozen uit vier olympiërs van naam.

De Nederlandse ploeg zal in Noord-Italië van recordomvang zijn. Naast twintig schaatsers – het maximaal toegestane aantal volgens de norm van het IOC – zullen er nog veertien tot zestien toppers uit andere ijs- en sneeuwsporten (bobslee, snowboard en shorttrack) naar Turijn gaan.

Verheijen rekent op ‘34 à 36 leden’ die het olympische pak mogen aantrekken. De eenmansshorttrackformatie (Niels Kerstholt) wordt over twee weken bij de EK in Polen normaliter uitgebreid tot drie (Liesbeth Mau-Asam en Cees Juffermans). ‘Moet geen probleem zijn’, zegt bondscoach Jan-Herman Mogendorff in een bui van puur optimisme.

Bij het sleetjerijden op de buik, het skeleton, is nog een Nederlandse atleet in de running. Peter van Wees kan zich ultimo aansluiten bij het gezelschap van Verheijen, die moet schipperen met accreditaties voor coaches en begeleiders, om iedere olympiër van gepaste coaching en verzorging te voorzien.

Over de doelstellingen houdt Verheijen zich deze middag wijselijk op de vlakte. De concurrentie in het schaatsen is serieus toegenomen. De resultaten van Nagano 1998 (zesde, met elf medailles) en Salt Lake City 2002 (negende, acht medailles) zullen niet overtroffen worden. Toptien is mooi. Zei premier Balkenende dat al niet?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden