Een haat-liefde verhouding met het fenomeen Johan

Arie van Eijden was samen met voorzitter Ton Harmsen voor een terugkeer van Johan Cruijff bij Ajax. De drie andere bestuursleden waren tegen. Met een truc loodsten zij het plan er toch door.

De verzuiling was aan de macht in het Amsterdam van de jaren vijftig en dat maakte het leven overzichtelijk, zegt Arie van Eijden, tot vorig jaar directeur van Ajax. ‘Er waren weinig auto’s. Je kon op straat voetballen en je jas laten liggen, want die fungeerde als doelpaal. De mobiliteit was gering. Je was aangewezen op je eigen wijk en je eigen sportclub.’

Cruijff groeide op in Betondorp, Van Eijden verhuisde van Amsterdam-Oost naar West. Ajax werd hun gemeenschappelijke huis. Hun vaders kenden elkaar. Van Eijden: ‘Ze waren allebei groenteboer en hadden gemeenschappelijke kennissen. In 1956 werd ik op mijn 10de lid van Ajax. Cruijff mocht als jochie van 9 voetballen, voor hem werd indie tijd al een uitzondering gemaakt.’

Ajax kende toen twee toptalenten, aldus Van Eijden. ‘Gerrie Splinter en Johan Cruijff waren de grote jongens. Met de Oostenrijkse trainer Karel Humenberger werd Ajax landskampioen door telkens met 1-0 te winnen. Humenberger trainde ook de jeugd, maar hij hield niet zo van aanvallend voetbal. Als Cruijff weer tien man voorbijliep, riep Humenberger op bestraffende toon: nicht so pingeln Johan.’

Begin jaren zestig fungeerde Jany van der Veen als de goeroe van de betaalde jeugd bij Ajax, zegt Van Eijden. ‘We hebben heel wat keren bij Jany thuis gezeten als het niet goed ging. Hij haalde de huiskamer leeg, zodat de spelers in een kring konden zitten en dan kregen we de wind van voren.’

De jonge Ajacieden verzamelden destijds bij snackbar De Pegel, tegenover stadion De Meer. Later trokken ze ‘met een kwartje in onze zak’ naar de bekende nachtclub Sheherezade om er een ‘sneeuwwitje’ (bier met 7-up) te drinken. ‘We waren nog groen, het bleef bij onschuldig vermaak.’

In de zomer van 1966 werd Van Eijden in het ziekenhuis opgenomen met een ingeklapte long. ‘Ik moest een zware operatie ondergaan en heb er drie maanden gelegen. Ik woog nog maar 48 kilo, toen ik langzaam weer opkrabbelde. Plotseling stonden Cruijff, Piet Keizer en Wim Suurbier in zijn pakkie van de luchtmacht voor mijn neus met een schaal kroketten. Het heeft me diep geraakt, het is misschien wel de ontroerendste herinnering aan Cruijff uit mijn jonge jaren.’

Van Eijden vertrok in 1968 naar RCH en keerde begin jaren zeventig terug bij de amateurs van Ajax. Hij werkte destijds bij Shell, werd benoemd in de ledenraad van Ajax en kwam in 1977 in het bestuur.

Een jaar later volgde ook Van Eijden met het schaamrood op de kaken de ‘blamerende’ afscheidswedstrijd van Cruijff tegen Bayern München, dat Ajax met 8-0 vernederde. ‘We zakten door de grond van ellende, die Duitsers maakten er een prestigestrijd van. Al die verhalen dat Bayern niet gastvrij ontvangen was, bullshit. Die ploeg wilde zijn gram halen op Ajax.’

Drie jaar later keerde Cruijff terug bij Ajax. ‘Johan had een zakelijk fiasco beleefd en ging weer voetballen. In 1980 kwam hij bij ons aftrainen. De trainers Kurt Linder en Aad de Mos waren laaiend enthousiast. Ze wilden Cruijff terughalen, maar daar bestond ook binnen het bestuur verzet tegen.

‘Voorzitter Ton Harmsen en ik waren voor, de andere drie bestuursleden waren tegen. Jan Westerik waarschuwde dat Cruijff een scheuring zou kunnen veroorzaken. De voorzitter van de ledenraad vroeg me hoe ik het in mijn hoofd kon halen. Cruijff zou alleen problemen veroorzaken.’

Lachend zegt Van Eijden dat hij een truc heeft toegepast om de terugkeer van Cruijff door het bestuur te loodsen. ‘Journalist Jack van Gelder speelde een beslissende rol. Hij was getipt door Harmsen en stelde aan mij voor bestuurslid Jan Neefjes te bellen.

‘Jack zei tegen Jan: ik hoor dat jullie morgen gaan stemmen over de terugkeer van Cruijff en dat jij als enige tegen bent. Dat gesprek heeft Neefjes doen besluiten om toch maar voor Cruijff te zijn.

‘Het frappante was dat Linder en De Mos plotseling twijfelden. Ik zei: heren, jullie kunnen de pot op. We hebben ons in allerlei bochten moeten wringen om Cruijff terug te halen, nu gaat hij spelen ook.’

De triomftocht van Cruijff bij Ajax duurde anderhalf jaar, maar in het seizoen 1982-1983 waren de voortekenen van een nieuwe breuk al zichtbaar. Van Eijden: ‘Johan kreeg pijntjes, er leefden twijfels binnen de club. Zonder dat de medische staf het wist, lieten we fysiotherapeut Richard Smith voor de Europa Cupwedstrijd tegen Celtic naar Glasgow komen om Cruijff fit te krijgen. In de return lieten juist de routiniers Cruijff, Schrijvers en Lerby het afweten. Ajax en Cruijff groeiden uit elkaar en puur op rancune maakte Johan Feyenoord kampioen.’

Van Eijden voerde later stevige debatten met de trainer én het orakel Cruijff, die vanuit Barcelona de KNVB en Ajax adviseerde. ‘Als Ajax-trainer wilde Johan spelers in salarisgroepen onderverdelen. Zijn gevleugelde opmerking was: ik bepaal of een voetballer groot wordt. Met Rijkaard wilde Cruijff niet meer werken, maar volgens mij is Frank aardig terecht gekomen.

Als directeur van de KNVB benoemde Van Eijden Rijkaard in 1998 zelfs tot bondscoach, hoewel Cruijff een andere kandidaat in gedachten had. ‘Om niet in de valkuil te stappen van wijlen Jos Staatsen voor het WK van 1994 heb ik Cruijff geconsulteerd over de opvolging van Guus Hiddink na het WK in 1998. Johan zei meteen dat hij zelf niet wilde. Hij noemde Wim Jansen, maar Wim wilde liever een club trainen. Toen kwamen we bij Rijkaard en Neeskens uit.’

Van Eijden zag hoe Cruijff zich in 50 jaar ontwikkelde van toptalent tot icoon. ‘Cruijff staat model voor cruciale ontwikkelingen in het voetbal. Maar Johan werd pas echt een fenomeen nadat hij als trainer was gestopt. Hij is het voetbal allang ontstegen. Maar we moeten de uitspraken van Cruijff soms ook met een korreltje zout nemen. Johan heeft niet altijd gelijk.’

Ze hebben een haat-liefde verhouding met elkaar, zegt Van Eijden. ‘We zijn het vaak oneens geweest. Johan was boos, toen Ajax Louis van Gaal aanstelde als technisch directeur. Ik heb het nooit hinderlijk gevonden dat Johan boven de club zweefde. Wij hebben altijd in het belang van Ajax gehandeld, hoewel de club ons ook pijn heeft gedaan. Johan zei altijd: Van Eijden luistert wel, maar hij gaat zijn eigen weg. En zo is het ook.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.