Een goudmijn achter een grote, bruine poort

Brazilië - Ivoorkust is een van de krakers in de groepsfase van het WK. Op bezoek bij ASEC in Abidjan, de opleiding die de ploeg van de Olifanten vormgeeft....

Voor de grote, bruine poort, in een buitenwijk van Abidjan, verkoopt de handelaar voetbalshirtjes in alle kleuren. Achter de poort openbaren zich de geheimen van ASEC, de opleiding die de nationale ploeg van Ivoorkust zo innig oranje kleurt. De zware deur zwaait alleen open als je een afspraak hebt. Als die permissie eenmaal is verkregen, betreed je het paradijs van de jonge voetballer. Ongeveer de helft van de Olifanten, de nationale ploeg die zondag in Soccer City Brazilië treft in de groep des doods van het WK, is hier opgeleid.

Sol Béni, zeggen ze hier, als je eenmaal op het terrein bent. Gezegende aarde. Hier liggen prachtige voetbalvelden en tennisbanen, een rimpelloos zwembad, en alles is perfect onderhouden. Een tv-stellage naast het hoofdveld is bestemd voor de wedstrijden van het eerste elftal, de veelvoudige kampioen van Ivoorkust. Voormalig hoofdtrainer Guillou stond meestal op dat torentje, omdat hij dan een beter overzicht had. Rond de velden wuiven palmbomen.

De naam van Laurent Pokou is opgericht in grote, gele letters. Geel is de kleur van ASEC, Association Sportive des Employés de Commerce, opgericht in 1948. Gele bloemen kleuren het wapen van de vereniging. Stuifmeel verspreidende mimosa’s, symbolisch voor het talent dat altijd weer ontspruit aan het verwaaiende zaad.

Ahmed Malolo is onze gids vandaag. Het is rustig deze dag, want de jonge spelers zijn net vertrokken voor een korte vakantie, met Pasen. Normaliter trainen ze hier twee keer per dag. Hun shirts liggen in het gras te drogen.

Malolo lacht als het over Didier Drogba gaat, de aanvoerder van de nationale ploeg. Drogba is als een van de weinige dragende spelers niet afkomstig van ASEC, om de eenvoudige reden dat Drogba reeds als 5-jarige jongen naar Frankrijk emigreerde om bij een oom te gaan wonen. Zijn vader dacht dat hij daar meer kansen zou krijgen.

‘Drogba? Ha ha, Drogba was een kleintje vergeleken bij Pokou’, zegt Malolo. ‘En dan bedoel ik echt een kleintje. Pokou was compleet. Fysiek sterk, technisch, gezegend met een sterk inzicht en overzicht. Maar hij had natuurlijk niet dezelfde trainingen als de spelers van tegenwoordig. Hij had een natuurlijk talent.’

Laurent Pokou was spits. Eens scoorde hij vijf keer in een duel tegen Ethiopië in de Afrika Cup. Tot de opkomst van Samuel Eto’o was hij topschutter aller tijden van het continentale toernooi. Het was de bedoeling dat we ook hem zouden ontmoeten, want hij is trainer op de opleiding. Maar de avond voor het bezoek belt hij dat hij onverwacht naar het buitenland is vertrokken. We moeten het doen met zijn vergulde voet op het terrein en foto’s van de krachtig ogende Pokou aan de muur.

ASEC is een goudmijn. Kolo Touré (Manchester City), zijn broer Yaya (Barcelona), Bakary Koné (Marseille), Salomon Kalou (Chelsea), Aruna Dindane (Portsmouth), Emmanuel Eboué (Arsenal), doelman Boubacar Barry (Lokeren), N’Dri Romaric (Sevilla), Arthur Boka (Stuttgart), Siaka Tiené (Valenciennes), Didier Zokora (Sevilla). Een heel elftal. Zeg maar de helft van de Ivoriaanse WK-selectie is opgeleid bij ASEC.

Tot de beginselen van de opleiding horen hard werken, nederig blijven en plezier hebben in voetbal. Op één van de tribunes staat het motto geschreven. Les enfants amusent. In een schoolklas is een les neergeschreven: Blijf nederig als je een grote wilt worden. Malolo zegt dat ze hier van werken houden, niet van veel praten. Je hoort de vogels fluiten, hier achter de grote, bruine poort.

Malolo troont ons mee naar de kamers van de jongens, waar ze met zijn vieren slapen. Eentje wordt standaard aangewezen als de baas. Op de deuren staan de namen van de oud-leerlingen die nu op het WK zijn: Didier Zokora, bijgenaamd maestro, om zijn Braziliaanse spel. Salomon Kalou. Aruna Dindane. Kolo Touré. Boubacar Barry, Yaya Touré.

Ze zijn allemaal voor veel geld vertrokken naar Europa. Met het geld verbetert ASEC het complex, dat fantastisch is gelegen aan de Lagune Ebrié. Voortdurend bewaken jonge mannen hier het terrein, van de poort tot het water aan de andere kant. Malolo wijst zo ver als hij kan. Zien we de grens van het koninkrijk van ASEC? Ja, die zien we, met enige moeite.

Hij vestigt ook de aandacht op een klein veldje. Hier voetballen de jongsten, de kinderen tot 8 jaar. Ze spelen partijtjes zonder scheidsrechter. La fosse au foot noemen ze dat hier. Dat betekent: de geboorte van het voetbal.

Graag hanteren ze hier de Braziliaanse stijl. Technisch voetbal, vol van vreugde. Bij de jongens gaat het in eerste instantie om plezier. Malolo maakt geluiden. Taktaktak, wil hij van de kleintjes horen. Geen boemboemboem. ‘Je moet spelen zoals je voetbal zelf zou willen zien.’

Mololo haalt een uitspraak aan van de Fransman Jean-Marc Guillou, voormalig trainer van ASEC. ‘Je weet nooit hoe lang het duurt voordat een talent doorbreekt. Dat is afhankelijk van God.’ Guillou, een vriend van Arsenal-trainer Wenger, maakte een aantal jaar geleden furore door Ivoriaanse talenten massaal te stallen bij de Belgische club Beveren, dat soms met tien Ivorianen aantrad in de Belgische competitie.

Malolo laat een hele nieuwe vleugel zien, waarvan de bouw nog niet eens is afgerond. Een hotel met vijftien kamers boven en vijftien beneden. Teams uit andere Afrikaanse landen logeren hier soms. ASEC heeft een zwemleraar aangenomen om voetballers te leren zwemmen.

De vergulde voet van Pokou schittert in de zon. Malolo groeit van trots als hij de stijlvolle vip-ruimte laat zien, en de liften waarin het eten uit de keuken wordt gezet om het in de zalen af te leveren, en al het Afrikaanse hout in de kleedkamers. Alles is nieuw.

Bij een volgende kamer glunderen vier mannen, als ze van hun tekstverwerkers opkijken naar het Nederlandse bezoek. Ze vormen de redactie van de ASEC-krant. Hun deadline voor de eigen krant nadert.

En toch is ook het leven van ASEC best moeilijk. De club moet talenten verkopen, om de begroting sluitend te krijgen. De Fransman Benoit You, stafmedewerker, ontvangt in zijn kantoor: ‘60 procent van de inkomsten komt uit transfers.’

Hij verwoordt de hedendaagse problemen van de club. ‘Het is moeilijk de beste spelers te krijgen. Vroeger was dat helemaal niet zo. Toen waren we eigenlijk de enige academie en wilde iedereen bij ons komen voetballen. Dat was ons geheim. Nu zijn er alleen in Ivoorkust al 25 FIFA-agenten, en dan ook nog eens tal van vaders die zich met talent bemoeien. Iedereen wil geld verdienen aan de jongens. Maar wij geven geen geld aan families.

‘Sommige zogenaamde scholen noemen zich alleen academie. Ze hebben één bal voor dertig jongens. Ze weten dat zo’n jongen zich niet ontwikkelt, maar dat is op het einde van de dag niet hun probleem. Bovendien begrijpen ze niet dat talent alleen niet genoeg is. Als je niet goed bent op je 12de, kun je de beste zijn op je 20ste.’

You is verknocht aan Afrika, hoewel hij de nadelen ziet. ‘De mentaliteit in Afrika is anders. Kinderen hebben acht of tien broers en zussen. Ze leven in één kamer en eten een keer per dag. Dan is het erg moeilijk te weerstaan als zo’n agent tegen een kind zegt: ga niet naar ASEC.’

Hij ontkent dat het vertrek van Guillou bij de club, een paar jaar geleden, van veel invloed is geweest. Feit is dat de unieke lichting talent nog geen succesvolle opvolgers heeft. ‘Guillou is begonnen met nieuwe scholen, in Thailand en op Madagaskar. Ik zie er nog geen grote talenten vandaan komen. Die ene lichting is misschien ook een beetje toeval geweest.’

En hij prijst het eerste elftal, dat deels is opgeleid en deels is gekocht. ‘De gemiddelde leeftijd is 19 jaar. Het elftal speelt in Zambia voor 50 duizend mensen, in Egypte voor 80 duizend. En we verkopen nog steeds meer dan we kopen. Iedereen wil naar Europa. Voetballers hebben daar een kans. Hier verdienen ze 300 euro in de maand. De motivatie van kinderen zit dieper dan bij ons in Europa. Voetbal is het voorbeeld dat alles mogelijk is.’

Malolo zwaait bij het vertrek. Binnenkort zijn de talenten terug van vakantie, dan voetballen ze weer op de gezegende aarde van Abidjan.

Zondag in Soccer City: de Brazilianen uit Brazilië tegen de Brazilianen uit Afrika.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden