Een gouden draad in de Engelse sportcultuur

Vandaag wordt op Wembley de 118de Engelse Cup Final gespeeld, tussen Newcastle United en Manchester United. De Cup Final is een relikwie....

Bert Wagendorp

BUITENLANDSE managers in het Engelse voetbal, zegt Bryon Butler, hebben gemiddeld een jaar nodig om te begrijpen wat dat is, de FA Cup.

Ze komen uit landen waar ook bekercompetities bestaan, ze hebben de finale van de FA Cup op televisie gezien en ze hebben er over gelezen. En toch begrijpen ze het niet. Ruud Gullit, die in zijn eerste (en laatste) jaar als Chelsea-manager zei dat de FA Cup een prijs was zoals alle andere en de Cup Final een finale zoals hij zoveel had gespeeld.

Arsène Wenger, de Franse manager van Arsenal, die klaagde over de extra druk op het toch al overbeladen programma van zijn ploeg, door al die Cupwedstrijden en replays.

'Nu hij met Newcastle United weer in de finale staat, hoor ik Gullit dergelijke dingen niet meer zeggen', zegt Butler. 'Hij begrijpt nu waar het om gaat, wat de FA Cup voor de Engelsen betekent. En Wenger! Je hoefde maar naar zijn gezicht te kijken, toen Ryan Giggs van Manchester United dat beslissende doelpunt maakte in de halve finale tegen Arsenal, om te zien dat hij het nu ook doorheeft. Wie één keer de smaak van Wembley en de Cup Final heeft geproefd, wil dat nog een keer meemaken. En nog een keer.'

Bryon Butler was 23 jaar voetbalverslaggever voor de BBC-radio en schrijft tegenwoordig over voetbal in onder meer de Daily Telegraph. Zeven wereldkampioenschappen versloeg hij, maar dat was gewoon part of the job. 'Het WK is niet meer dan het kleinkind van The Cup.' De Cup Finals, sinds het midden van de jaren vijftig zag hij ze allemaal. En telkens voelde hij zich een uitverkorene.

Butler schreef een prachtig boek over 's werelds oudste bekercompetitie, The official illustrated history of the FA Cup. Daarin heeft hij de anekdotes opgetekend, de drama's, de kleine verhalen en de grote. Want de FA Cup, dat is vooral een grote beker vol verhalen.

Elke Engelsman die weet dat een bal rond is, kent ook het verhaal van de 'Stanley Matthews finale' van 1953, toen de 38-jarige rechtsbuiten - nadat zijn ploeg een half uur voor het einde nog met 3-1 achterstond tegen Bolton Wanderers- zijn club Blackpool toch nog naar een 4-3 overwinning voerde. Zodat Matthews eindelijk zijn grootste ambitie in vervulling zag gaan. Toen hij in het begin van de jaren dertig aan zijn loopbaan als profvoetballer begon, wilde hij international worden en kampioen van Engeland. Maar hoog boven die twee ambities uit, torende het koortsachtige verlangen naar een Cup Final-medaille.

Tot diep in de jaren vijftig onderscheidde Matthews zich daarmee niet van het merendeel van zijn collega-profs. Een landstitel, aardig. Een Europa Cup, ook fijn. Een wereldtitel, mooi man. Maar er bestond maar één echte kroon op een carrière: trap op naar de koninklijke loge op Wembley, en zwaaien met de FA Cup.

'De Cup', schreef Butler, 'is the sum of all its yesterdays.'

De eerste finale die meer dan honderdduizend toeschouwers trok: Tottenham Hotspur-Sheffield United, 1901.

De grootste overwinning ooit: Bury-Derby County (1903): 6-0.

De grote verhalen: van Billy het Witte Paard en de tweehonderdduizend mensen die zich toegang hadden verschaft tot het splinternieuwe Wembleystadion, in 1923, voor Bolton Wanderers tegen West Ham United. Van Bert Trautmann, de Duitse keeper van Manchester City, die in 1956 in de finale tegen Birmingham City gewoon doorspeelde met een gebroken nek. De finale van 1958, Manchester United-Bolton Wanderers. Drie maanden eerder waren acht spelers uit het wonderteam van United omgekomen bij de luchtramp in München. Heel Wembley huilde, toen de United-spelers de trap bestegen om hun verliezersmedaille in ontvangst te nemen.

Maar ook de kleine verhalen. Voor Bryon Butler is dat van het nietige Yeovil het mooiste: 1949 en het grote Sunderland uit de First Division met 2-1 verslagen. 'Ik kom uit de West Country, ben vlak bij Yeovil geboren. Dan vergeet je zoiets niet meer.' Van dat soort Cupverhalen zijn er duizenden; ze spelen door de hoofden van oude helden, zoemen rond op vervallen tribunes en vormen samen het grote verhaal van het Engelse voetbal, 'de gouden draad in het weefsel van een sportnatie', zegt Butler.

De FA Cup: elk jaar in augustus beginnen de voorrondes, met de Yeovils die dromen van grootse daden. De meesten daarvan zijn meestal al uitgeschakeld, als de Cup de winter ingaat. In die gure maanden, op de modderige velden van stadions vol houtrot, neemt de FA Cup zijn ware gedaante aan. Butler: 'Een spektakelstuk, dat kleine vlekjes op de kaart zet als waren het grote steden. Dat stardust sprenkelt door de triestheid en kou van de Engelse winter, en dat al sinds het jaar waarin Stanley Livingstone vond, en Raspoetin werd geboren.' En voor wie de winter overleeft, lonkt Wembley in de lente.

De zaterdagmiddag in mei, waarop steevast blijkt dat God van voetbal houdt: op de dag van de Cup Final is het altijd mooi weer. De dag waarop de twee finalisten elk veertigduizend fans uitnodigen om naar Wembley te komen en waarop ook de verliezers hartstochtelijk worden toegejuicht.

'Sommige mensen zeggen dat het verliezen van de FA Cup het ergste is dat je kan overkomen', zegt Butler. 'Maar dat is niet waar. Het ergste is verliezen in de halve finale. Het belangrijkste is, dat je naar Wembley gaat. Als je verliest, doe dat dan met ere, maar zorg dat je naar Wembley gaat.'

Meer dan vijftigduizend wedstrijden zijn er gespeeld, door meer dan drieduizend verschillende clubs, sinds Charles William Alcock op 20 juli 1871 op het kantoor van de krant de Sportsmen voorstelde een knock-out competitie in het leven te roepen. Hij was op 16 maart 1872 ook de aanvoerder van het eerste winnende team, de Wanderers, en mocht in die hoedanigheid de eerste cup - de Little Tin Idol, tevens de eerste voetbaltrofee ter wereld - op Kennington Oval in ontvangst nemen. (De Little Tin Idol werd in de nacht van 11 september 1895 gestolen in Birmingham, in 1958 gaf een 83-jarige man toe dat hij de dief was geweest en de beker had omgesmolten.)

'De magie van de FA Cup', zegt Butler, 'is dat het een echte nationale competitie is, voor kleine en grote clubs. Hij heeft iets heel democratisch. De geluksfactor speelt een rol, door de loting. Het is een toernooi van dromen. Maar de magie wordt vooral bepaald door de geschiedenis. Ik ben ervan overtuigd dat in het voetbal, en met name het Engelse voetbal, dingen pas betekenis krijgen door hun geschiedenis. En het is die geschiedenis, die de FA Cup maakt tot wat ze ook nu nog is.'

Want Butler gelooft niet dat de magie van de FA Cup langzaam maar zeker ten onder gaat in de zee van commercie en marketing die ook het Engelse voetbal overspoelt. 'De FA Cup heeft zich steeds, als een strohalm in de wind, aangepast aan veranderende tijden. Ik denk dat het toernooi een heel goede kans heeft om ook op langere termijn te overleven. Het zit zo diep in de psyche van deze natie, is zo'n belangrijk deel van haar sportcultuur. De FA Cup zal zijn plaats behouden, naast de geldfabrieken van de Premier League en de Champions League.'

Zeker, echte verrassingen worden ook in de FA Cup steeds zeldzamer. Teams uit de Derde Divisie schakelen nog maar hoogst zelden een club uit de Premier League uit. Maar de kans dàt het gebeurt, blijft aanwezig; één keer per jaar kunnen ook de minst bedeelde fans dromen van triomf en glorie. 'De FA Cup heeft nog steeds dat ouderwetse, tamelijk romantische aura. Ik denk dat voetbal dat nodig heeft. Ik denk dat voetbal de FA Cup nodig heeft, als tegenwicht tegen de zakelijkheid van de Premier League en Europese toernooien.

'Voor de clubs is de Premiership nu belangrijker dan de FA Cup. Want uitschakeling in dat toernooi overleef je nog wel, maar degradatie uit de Premier League is een ramp, die miljoenen kost. Toch behoudt de FA Cup zijn oude fascinatie. Kijk maar hoe Man United tekeer ging in de halve finale. En het blijft toch de FA Cup, waarin je vaak de leukste en beste wedstrijden ziet.'

De oude, magische FA Cup. 'Ergens in het achterhoofd van elke Engelse voetballer zit nog steeds die ultieme wens: hé, ik wil in de Cup Final spelen. En bij alle fans heerst nog steeds die gedachte: er is maar één Cuphouder, maar hij is van ons allemaal. Misschien moet je het zo zien: de Premier League is een zaak van hoofd en bankrekening. De FA Cup blijft vooral een zaak van het hart.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden