Een goede Giro rijden

Begin mei is het boek 'Verlangen naar de Giro' verschenen, een briefwisseling tussen Volkskrant-journalist Gijs Zandbergen en de Italiaanse beroepswielrenner Marco Pinotti, die 7 mei zijn debuut in de Giro d’Italia maakt. Op verzoek van de Volkskrant heeft Pinotti een extra hoofdstuk geschreven over zijn droomtour...

In mijn zevende jaar als beroepsrenner en na drie Tour de Frances begint over een paar dagen de wedstrijd waar ik mijn hele leven van heb gedroomd, de Giro d’ Italia. Eindelijk. Ik ben er opgewonden van. Ik wilde die wedstrijd zo graag rijden dat het de voornaamste reden is geweest waarom ik vorig jaar naar Saunier Duval ben overgestapt, want bij Lampre kreeg ik al die jaren niet de gelegenheid niet, zelfs niet toen ik vorig jaar in de Ronde van Romandië de beste renner van het team was. De ploegleider van Saunier vertelde me toen dat hij niet begreep waarom ik niet voor de Giro was geselecteerd en hij nodigde me in 2005 uit naar Spanje te komen. Ik zou bij hem alle belangrijke wedstrijden van het Italiaanse programma kunnen rijden en omdat Saunier Duval geen grote kopman heeft, kreeg elke renner de kans zichzelf te laten zien. ‘Jouw kans komt in mei volgend jaar.’

Vanaf dat moment heb ik naar de Giro toegeleefd. Dat wil zeggen, nadat Michela en ik in november zijn getrouwd, ben ik aan het seizoen 2005 gaan werken met de Giro als voornaamste richtpunt. In de afgelopen jaren richtte ik me in de winter op voornamelijk twee trainingselementen: de fysieke voorbereiding (fietsen, aerobische training, krachttraining) en de lichaamsverzorging (voeding, gewichtscontrole, blessurepreventie, rusten en slapen). Maar omdat 2005 als getrouwd man in een nieuwe ploeg met een debuut in de Giro een speciaal jaar moest gaan worden, wilde ik mijn routine van de afgelopen jaren veranderen. Met mijn persoonlijke trainer, een naar Italië geëmigreerde Argentijnse psycholoog, sprak ik over mijn kwaliteiten en hoe ik mijn doelstellingen zou kunnen bereiken. Hij zei me dat ik dit jaar meer moest gaan werken aan een derde component, de psychische voorbereiding, want in deze tijd van gerichte trainingsplannen, gebaseerd op kracht- en hartslagmetingen, krijgt de emotionele component vaak niet de aandacht die hij verdient. Wielrenners hebben het vaak over hun ‘moraal’, maar ze doen er verdraaid weinig aan om die actief te verbeteren. Terwijl moraal niet iets is dat je overkomt, je kunt het ook trainen.

Met behulp van mijn trainer ben ik de afgelopen winter daarom begonnen met uitvoeren van speciale psychologische trainingsessies. Om te beginnen heb ik mijn doelen vastgesteld. Die waren dat ik voor de Giro optimistisch, enthousiast, geconcentreerd en vol vertrouwen zou zijn.Vanaf december begon ik ’s ochtends met een meditatie en deed ik ’s avonds voor het naar bed gaan aan ‘visualisatie’. Dat zijn oefeningen waar bij je eerst geestelijk moet ontspannen, waarna je jezelf gaat zien optreden. Eerst is het alsof je naar jezelf op de televisie kijkt, daarna alsof je in de wedstrijd bent, waarbij je ook de kleuren, geluiden en gevoelens van de wedstrijd ervaart.

Ik zeg er eerlijk bij dat ik me aanvankelijk wel wat zorgen maakte over deze benadering, want de tijd die ik aan psychologische training besteedde, ging ten koste van de lichamelijke training. Maar wat had ik te verliezen met een tweejarig contract? Maar aan minder fietsen moest ik erg wennen, vooral omdat ik het veel en graag doe. Bovendien was Michela mijn geestelijke oefeningen net zo min gewend als ik. (Eerlijk gezegd geloof ik dat ze nog steeds niet helemaal overtuigd is van het nut van wat ik doe, al zal ze dat nooit erkennen.) Ik ging helemaal twijfelen toen ik in januari tijdens het trainingskamp in Spanje een van de traagste renners van het team bleek te zijn. De anderen vlogen en ik vroeg me af of ik wel de juiste weg had gekozen. Thuis sprak ik erover met mijn trainer. Die maakte zich niet ongerust. Hij zei: ‘Ik zou me pas zorgen maken als je de snelste was. Jouw dagen komen echt wel.’

En waarachtig, het ging beter. Mijn eerste wedstrijd was de Ronde van Qatar, een ronde waar ik, eerlijk gezegd, niet zo van houd. Door de permanente wind ontstaan er veel waaiers en ik moest elke dag vechten om zonder valpartijen bij de finish te komen. Maar het gekke was dat ik op het eind steeds beter werd en dat ik, eenmaal terug in Italië, mezelf sterker voelde dan daarvoor. In Qatar heb ik ook een boek over yoga gelezen. Sinds die tijd zijn yoga-oefeningen een dagelijkse routine voor met geworden.

Doordat ik als Italiaan in een Spaanse ploeg rijd, kreeg ik ook de kans om voor het eerst de Tirenno-Adriatico te rijden. Ik begon bescheiden, maar ik voelde me goed en na een lange ontsnapping heb ik nog bijna een etappe gewonnen. Ik geloof dat ik daar ook het eerst de vruchten van mijn mentale trainingen plukte, want het was die dag koud en regenachtig, en onder die weersomstandigheden rijd ik gewoonlijk niet goed. Nu voor het eerst wel. De etappe werd trouwens gewonnen door een landgenoot van je, de ervaren Servais Knaven.

In de Tirenno-Adriatico was aanvankelijk de Amerikaan Chris Horner mijn kamergenoot. Hij was bij mij op de kamer geplaatst, omdat ik de enige van het team ben die Engels spreekt. Hij is iets ouder dan ik en we zijn vrienden geworden. Maar Horner moest na een valpartij de wedstrijd verlaten en daardoor kwam er voor mij een plaatsje vrij voor de belangrijkste eendagswedstrijd in Italië, Milaan-Sanremo. Het was mijn eerste wedstrijd van boven de 300 kilometer, waarbij ik meer dan zeven uur op de fiets zat. En toch ging het allemaal ontzettend snel, met elke kilometer meer pathos en spanning, net zo lang tot de wedstrijd de laatste dertig kilometer een gekkenhuis vol zenuwpatiënten was geworden. Het was een dag om nooit te vergeten.

Daarna reed ik het Criterium International in Frankrijk en een wedstrijd in Keulen, waar ik al na zestig kilometer afstapte. Alweer een record: het was mijn vroegste vertrek uit een wedstrijd ooit. Kennelijk was ik te moe en thuis heb ik de fiets een paar dagen niet aangekeken, waarna ik de twee wedstrijdloze weken ben gaan gebruiken voor een persoonlijk trainingsplan. Ik ging vaak in mijn eentje weg, maar alle dagen was ik op zoek naar een gevoel van optimale gemoedsrust, ook al regende het behoorlijk vaak. Ik geloof ook dat het lukte, want op den duur deed de regen me steeds minder, terwijl ik in andere jaren gemakkelijk thuisbleef als het weer me niet beviel. Nu kon het me weinig schelen, waardoor ik nog meer moraal kreeg. Wat nog werd vermeerderd toen de ploegleider me opriep om met een paar teamgenoten de belangrijkste etappes van de Giro te gaan verkennen. Dat betekende dat ze vertrouwen in me hadden, want gewoonlijk doen ze dat soort dingen alleen met renners die zeker van deelname zijn. Gedurende die twee dagen kreeg ik te horen dat mijn wedstrijdschema was veranderd. Ik zou aanvankelijk de Waalse Pijl, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Romandië rijden, maar door het wegvallen van Horner werd ik naar de Ronde van Georgia gestuurd.Ook dat ervoer ik als een als goed voorteken, want ik was nog nooit in de Verenigde Staten geweest. Michela vond het trouwens ook erg leuk, want ik zou nu veel korter van huis zijn dan wanneer ik de Belgische klassiekers en Romandië zou rijden. Dan ben je zomaar twee weken weg. De eerste indruk van de USA was dezelfde als die van de Ronde van Langkawi vorig jaar in Maleisië: alle teams logeerden in dezelfde gigantische hotels. Oversize, dat is wat me het meest aan de USA is opgevallen. De wegen, de auto’s, de media-aandacht, de mensen, de etensporties en de hotelkamers. Ik kreeg er ook een indruk van de status die Lance Armstrong er heeft. In het peloton is hij gewoon een van de renners, maar daarbuiten is hij in Amerika een superster. De speaker kondigde hem elke morgen bij de start met dezelfde woorden aan: ‘Here he is: survivor of cancer, father, six time winner of the Tour de France, the youngest worldchampion ever, winner of the Tour of Georgia 200! And, winning of losing, in 2005 he wil ride his last Tour de France! Ladies and gentlemen: Lance Armstrong!!!!’

Ik geef toe dat ik daar pas goed de rol heb leren kennen die Lance Armstrong in de Verenigde Staten vervult. Daar hebben we in Europa geen benul van. Die man wordt eigenlijk alleen tijdens de wedstrijd met rust gelaten. Dat was trouwens ook voor ons de enige mogelijkheid om hem te zien, want hij en zijn team overnachtten nooit bij de andere renners in het hotel. Ze kwamen elke dag pas een minuut voor het vertrek opdagen. We maakten er wel eens sarcastische grapjes over. We aten vaak buiten het hotel, bijvoorbeeld een keer in een stadion of op de universiteitscampus. Als de pasta al dente weer eens slecht was, zeiden we tegen elkaar: ‘Armstrong was hier vijf minuten geleden en hij heeft vast gezegd dat het goed was.’

Door de entourage, de honderden verslaggevers en de enorme aantallen toeschouwers, sommigen namen zelfs een week vakantie om ons met hun mobil homes te volgen, kreeg ik steeds meer zelfvertrouwen. Daar kwam bij dat we door een fantastisch landschap reden. Dat alles bij elkaar heeft geïnspireerd tot het rijden van een geweldige wedstrijd, een van de beste van mijn carrière tot nu toe. Ik werd zevende in het algemeen klassement en won bijna twee moeilijke etappes (ik werd een keer 3e en een keer 6e). De etappe waarin ik derde werd, reden we in stort- en onweersbuien. Het slechte weer deed me helemaal niets.

Integendeel. Ik moest telkens denken aan mijn solotrainingen in de regen en me kon volledig op mijn optreden concentreren. Tijdens de etappe met de finish bergop, waarin ik zesde werd, reed ik voor het eerst tussen renners als Armstrong, Julich, Leipheimer en Landis. Soms was het net alsof ik naar mezelf op tv zat te kijken en ik begon mezelf aan te moedigen met: go go go. Voor het eerst heb ik ook Armstrong live op een berg zien demarreren. Dat is een heel bijzondere ervaring geweest. Je rijdt in hetzelfde groepje, natuurlijk met pijn, maar in je ritme, en opeens zie je hem wegratelen. Dat is werkelijk verbazingwekkend. Die etappe stond ik van het team al het hoogst in het klassement en was ik de kopman geworden. Ik geloof dat ik het heb waargemaakt en dat heeft me het vertrouwen gegeven dat de mentale trainingen van de afgelopen winter hun vruchten gaan afwerpen. Straks ben ik in de Giro een underdog, maar ik ben er klaar voor. Ik ga in elk geval proberen van voren te fietsen, zodat Michela me zo vaak mogelijk op tv kan zien, want drie weken van huis is een hele poos als je pas getrouwd bent. Op sommige dagen zal ik ongetwijfeld zenuwachtig zijn, maar fysiek en mentaal voel ik me beter dan ooit. Een goede Giro rijden, ik hoef het alleen nog maar te laten gebeuren.

Marco Pinotti

Gijs Zandbergen, Marco Pinotti: Verlangen naar de Giro. ISBN 9043906964 Tirion, 14,95 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden