Een gek avontuur

De Haagse voetbalclub ADO (Alles Door Oefening) bestaat vandaag honderd jaar. Maar het echte ADO verdween eigenlijk al in 1971, toen uit de fusie met Holland Sport FC Den Haag ontstond....

'Kríjte, Theo! Kríjte!'

Een specialist in koppen was Theo van der Burch, de legendarische rechtsback van de Haagse voetbalclub ADO, allerminst. Toch draaide het bij hem om 'de kop'. Die was al op jeugdige leeftijd zo goed als kaal. Als jonge jongen was Theo van der Burch (van 1961 tot 1974 selectiespeler bij ADO en opvolger FC Den Haag) daar niet blij mee, maar juist de kale kop bezorgde hem een immense populariteit.

'Kríjte, Theo! Kríjte!'

In de jaren zestig liep er in het Haagse Zuiderpark een rechtsbuiten rond wiens naam in het plat-Haags heerlijk 'bekte': Harry Heijnen was helemaal geen Hagenaar maar een Limburger en wel eentje met een uitstekende voorzet. Kwam die terecht op de kruin van de mee naar voren gestormde Van der Burch, dan sloeg het ADO-publiek zich op voorhand weer gillend van de pret op de knieën.

Aardige kans dat de bal van de kale kop in alle richtingen ketste behalve de gewenste. Meters over, meters naast, nooit tegen het net. Als een biljartbal na een verkeerd contact met een te gladde pomerans.

'Kríjte, Theo! Kríjte!'

Juist in de jaren dat het nozemkapsel en later het Beatlehaar ook in de voetbalwereld doordrongen, werd Theo van der Burch een cultfiguur. Het hielp al mee dat hij als volbloed Schilderswijker (geboren op de Vaillantlaan) Haags sprak met de bekende ij-, ui- en gs-klank ('Broodje èi met ùi voor vìjf kwagtjes'), maar voor alles zat het hem toch in die kale kop.

Schei toch uit met je aandacht voor het verbale voetbalgeweld, zegt Van der Burch ('net 61') nu bij terugblik op zijn voetballoopbaan. Alsof dat ordinaire geschreeuw toen niet bestond. 'Als ik mijn hoofd uit de dug-out stak, dan was het eerst tering-kale, daarna kwam pleuris-kale en uiteindelijk werd het tyfus-kale. En ik maar zwaaien naar die lui.' Maar mooi dat hij van zijn kale kop zijn handelsmerk kon maken. 'Als wij met de spelersbus rondreden, wisten mensen nooit welke voetbalploeg dat was. Tot ze mijn hoofd zagen: O, ADO.'

Vandaag bestaat de Haagse voetbalvereniging ADO honderd jaar. Theo van der Burch was gisteravond present bij de jubileumviering in het Circustheater. Zoals hij vrijwel elke thuiswedstrijd van ADO Den Haag nog in het Zuiderpark-stadion te vinden is. Hij nog wel. 'Gezinnen komen bijna niet meer. Veel mannen durven hun vrouw niet meer mee te nemen.'

Aan de kwalijke reputatie die onlosmakelijk verbonden lijkt met ADO Den Haag als club van relschoppers wil Van der Burch geen woord vuil maken. Dat weten we nu wel en overigens ligt het niet aan de club maar aan die slappe overheid. Zijn het dan bij andere clubs allemaal lieverdjes?

Wel moesten we het deze middag maar eens hebben over het voortijdige overlijden van ADO. De club mag vandaag dan honderd jaar zijn geworden, met enige verbeelding kan worden gezegd dat ADO als vereniging in 1971 stierf. In dat jaar fuseerde ADO, op last van de gemeente, met de lokale concurrent Holland Sport (ook uitkomend op het hoogste niveau). FC Den Haag was geboren. De toevoeging ADO werd later weer aan de clubnaam geplakt, maar de fusie liet littekens na, vooral bij supporters.

'Wij hadden altijd in rood-groene shirts gespeeld en ineens werd dat groen-geel, de kleuren van de gemeente', mokt Van der Burch alsnog.

'Wij speelden in groen-wit, de kleuren van Scheveningen', herinnert Sjaak Roggeveen ('bijna 63') zich, een van de drie Holland Sport-spelers die indertijd overgingen naar de nieuwe fusieclub.

Bijeengekomen in Rotterdam, Roggeveens geboorte- en woonplaats, buigen de vroegere rechtsback en vroegere spits (tevens drievoudig international) zich over een van de meest roerige periodes uit de Haagse voetbalgeschiedenis. De fusie tussen ADO en Holland Sport bracht twee botsende culturen aan één tafel. Althans, de besprekingen over de fusie, want de samensmelting zelf (juli 1971) was in feite een overname van Holland Sport door ADO.

ADO speelde (en speelt) in het Zuiderpark en was in de jaren zestig een stabiele subtopper met gemiddeld twintigduizend man publiek. Een grote club, passend bij de derde stad van het land. Holland Sport was een wonderlijke club die in 1968 tot het hoogste niveau doordrong, gemiddeld twaalfduizend supporters trok, en het Scheveningse Houtrust als thuisbasis had. Holland Sport was voortgekomen uit pionierswerk van mensen uit het 'wilde' profvoetbal, zij die zondigden tegen de amateurregels van de KNVB.

De gevoeligheden tussen de twee clubs scholen in de kloof tussen Den Haag en Scheveningen, maar vooral ook in het feit dat Holland Sport meer en meer 'asiel' bood aan voetballers en geldschieters die bij ADO niet aan de bak kwamen. Supporters van Holland Sport moesten niets van ADO hebben. ADO (afkorting voor Alles Door Oefening) stond voor hen voor Achter Doel Opstellen, of Afdeling Dames Ondergoed.

'De clubs verschilden enorm van karakter', herinnert Theo van der Burch zich. 'ADO was in die jaren een gentlemens club met een heel goed bestuur en mensen die ook bij de KNVB hoge posities bekleedden. En Holland Sport was meer een, eh...'

Roggeveen: 'Een soort gek avontuur. Juist in die periode dat ik erbij kwam, 1966, kochten een paar mensen die bij ADO uitgerangeerd waren de club. Je had allerlei merkwaardige geldschieters en je had godzijdank een zeer ambitieuze trainer, Cor van der Hart. Die heeft, als beginnend trainer, de club op de kaart gezet.'

Van der Burch: 'Wij noemden ze altijd ADO-2. Een beetje om te zieken. Was niet echt beledigend bedoeld hoor, gewoon een beetje voeren. ''Hé, daar heb je ADO-2''.'

Roggeveen: 'Als Rotterdammer stond je wat verder van die zaken af. Op bestuursniveau voelde je de enorme rivaliteit wel. En bij de supporters natuurlijk. Scheveningen ligt om de hoek, maar de kloof is groter dan die paar kilometer. Ik weet nog wel van een familie die altijd de kleedkamer van onze trainer moest schoonhouden. Die mensen kon je met geen stokslagen naar ADO krijgen.'

De 67-jarige Scheveninger Rob Schram, van 1954 tot 1958 reserve-doelman van Holland Sport, merkt nu nog aan den lijve dat de wond niet is geheeld bij oudere Holland Sport-supporters. Schram vult eens in de twee weken een pagina over ADO Den Haag in het huis-aan-huisblad De Posthoorn. 'Als ik terugkom in Scheveningen, vragen ze me nog steeds: ''Hoe kun je dat nou doen, schrijven over ADO?'' De haat zit diep, hoor. Scheveningers voelden de fusie als de begrafenis van Holland Sport.'

A

ch ja, Houtrust. Daar op het complex van Holland Sport gebeurden de meest wonderlijke dingen. De tap stond altijd open. Supporters lieten wit-groen geverfde kippen los voor aanvang van de wedstrijd en de voorzitter verlootte palingen. Hekken waren er niet (het groen klom decimeters omhoog tussen de tegels van de staantribunes) en de tegenstander was altijd blij de broeierige sfeer weer achter zich te kunnen laten.

Van der Burch: 'ADO-supporters gingen wel bij Holland Sport kijken, andersom gebeurde dat nooit. Op Houtrust had het publiek altijd wat te lachen. Doelpalen die waren doorgezaagd, de middenstip die was verdwenen. De doelnetten weg. Ik kwam er altijd graag. Vooral omdat we met ADO altijd wonnen.'

Roggeveen: 'We hebben een keer van jullie gewonnen. 4-2.'

Van der Burch: 'Oké, één keertje dan.'

Financieel was het bij Holland Sport altijd een chaos. De club werd overeind gehouden door voorzitter Luc Kroesemeijer (schroothandelaar) en bestuurslid Hans Kattenburg (muntenhandelaar). Roggeveen: 'De administratie zat in een schoenendoos.' Omdat de gemeente wilde bouwen op Houtrust (eigendom van de gemeente) en ADO ook niet zonder gemeenschapsgeld kon, werd in 1971 op initiatief van PvdA-wethouder Piet Vink een fusie doorgedrukt.

'FC Den Haag moest een club worden die structureel in de top meedraaide, maar de sportieve ambities zijn nooit waargemaakt', zegt Sjaak Roggeveen.

Van der Burch: 'ADO is nooit rijk geweest, maar was wel altijd een goed geleide club. Het is na de fusie nog even goed gegaan, maar de club is toch vrij snel afgegleden. De gemeente kreeg het voor het zeggen en het hele verenigingsgevoel verdween. ADO bleef als amateurclub bestaan, maar er is nooit een echte binding ontstaan met het profgedeelte.'

Tekenend genoeg was het laatste jaar voor de fusie ADO's beste aller tijden. De club stond zeventien wedstrijden ongeslagen bovenaan en eindigde als derde. Voor Van der Burch en Roggeveen zelf leidde de fusie ook een periode van neergang in. De rechtsback verdween uit het basisteam; Roggeveen keerde na een seizoen FC Den Haag terug naar Rotterdam (Excelsior).

Van der Burch: 'De fusie heeft wel veel gevolgen gehad, maar niet de verwachte sportieve verbetering. Moet je je voorstellen dat je al dertig, veertig jaar hand- en spandiensten verricht voor de club en ineens wordt je naam afgenomen en heet je FC Den Haag.

'Gezien de ontwikkelingen, al die agressie en zo, moeten we blij zijn dat ADO en Holland Sport niet meer als zelfstandige clubs naast elkaar bestaan. Dat had nu heel erg kunnen wezen.'

Roggeveen: 'Ach, die rivaliteit. Die zat bij de besturen, bij supporters. Maar bij ons? Publiek is altijd veel rechtlijniger, de spelers onderling hadden veel minder last van die rivaliteit.'

Van der Burch: 'We belden elkaar op, donderdag na de training: ''Waar gaan jullie stappen?'' Zaten we elke donderdagavond met z'n allen in dat café aan de Thomsonlaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden