Een fraaie score op de nieuwste wereldranglijst voor sportlanden

Het begon met de achtste plaats in het medailleklassement van de Olympische Zomerspelen van Sydney (2000). Die positie, bereikt door de twaalf gouden medailles van grootheden als Van den Hoogenband, De Bruijn en Van Moorsel, werd geijkt als een eliteplek waar Nederland voortaan zou thuishoren....

Van onze verslaggever John Volkers

Het toptien verhaal, aangewakkerd door de toenmalige technisch directeur Joop Alberda en vervat in het manifest Nederland Sportland, ging een eigen leven leiden. Hoe moeilijk het handhaven van zo’n positie is, bleek uit de medaillespiegel van Athene 2004. Nederland eindigde daar als 17de.

Alberda’s opvolger Charles van Commenée tekende ook voor die toptien doelstelling, waarna het kabinet Balkenende IV volgde. Nederland had ambitie, Nederland wilde bij de beste tien landen van de wereld behoren. Om dat tussentijds te kunnen bijhouden, diende een andere meetinstrument dan het vierjarige olympische klassement te komen.

Het Nederlands Olympisch Comité NOC*NSF ontwikkelde daartoe – dol op Engelse termen – de World Sport Nations Index, de wereldranglijst voor sportlanden. De eerste editie kwam uit op 1 januari en de score was fraai. Op de WSNI staat Nederland negende, net achter grootmacht Groot-Brittannië en juist voor toplanden als Canada, Japan en Zuid-Korea.

NOC*NSF had al een ranglijst, de NOC*NSF Topsport Index. Die was voor de Spelen van 2000 ten doop gehouden, met de 1000 punten van dat beginjaar als de standaard. ‘Maar die index vergeleek Nederland slechts met Nederland, recente prestaties met oude prestaties’, aldus Marti ten Kate, de olympische medewerker die aan het klassement sleutelde.

De WSNI biedt inzicht in de verrichtingen in de topsport, afgezet tegen de prestaties van andere landen. Het gaat om de medailleonderdelen bij het laatst gehouden WK dan wel de Olympische Spelen. Er worden bij de meting niet alleen olympische sporten meegeteld. ‘Het gaat ook om niet-olympische topsport’, aldus Ten Kate. Daarom tellen sporten als korfbal, biljarten, darts en wushu mee.

Het aantal sporten uit de index is 45. Van 838 onderdelen worden de plaatsen een tot en met acht vastgelegd en beloond met respectievelijk 10, 8, 6, 5, 4, 3, 2 en 1 punt. Ten Kate: ‘Bij de Spelen is het aantal gouden medailles bepalend voor de ranglijst. Wij tellen de klasseringen in de topacht.’

Dat is bedoeld om meer balans te krijgen in het klassement. Dat hockey slechts twee medailles (mannen en vrouwen) kan opleveren tegen zwemmen (olympisch programma) 58 maximaal, is door NOC*NSF niet gecorrigeerd. Atletiek, zwemmen, wielrennen en roeien kennen een fors programma; het is een vast gegeven.

Er zijn door NOC*NSF ook klassementen opgemaakt voor de disciplines van de Olympische Zomer- en Winterspelen. In de zomersport is Nederland (WSNI, januari 2008) twaalfde. In de winterranking staat Nederland op plaats 13. Duitsland en Canada zijn koplopers.

Binnenkort komt er nog een vierde variant van de WSNI. Daarop worden alle WK-medailles op de 300 olympische onderdelen gescoord. Ten Kate: ‘In dat klassement staat Nederland iets lager. Dertiende, veertiende. Maar één verloren wereldtitel als in het zeilen bij de 470 vrouwen kan dan al een groot verschil maken.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden