Een dom, breed en saai kanaal

Het is een misverstand dat roeiers tot de romantici van het sportersgilde behoren. Schijn bedriegt. Het lijkt soms zo idyllisch: een ondergaande zon, spiegelglad water, een route zonder keerpunten, koeien in de wei, rustgevende stilte en maar één roeiboot....

Maar de gelukzaligheid van dat moment wordt vaak alleen gevoeld door de jaloerse toeschouwer op de wal. Het is niet de bestaansreden van een roeier. Die wil maar een ding: zo hard mogelijk rechtdoor en dat kan het beste in water zonder stroming en golven, en bij windstil weer. Het grazende vee kan hem gestolen worden.

Hij verkiest niet op voorhand het vrije water van rivieren, kanalen of meren boven de aangelegde en beschutte roeibanen. Liever gaan ze heen en weer, in plaats van heen en weer, heen en weer en heen en weer. Maar voor functionaliteit valt ook veel te zeggen. De roeier dagdroomt niet in zijn boot.

Hij bedenkt ’s ochtends niet dat het leuk zou zijn om zijn skiff op te laden om een bijzondere plek in Nederland te gaan bezoeken, zoals wandelaars of wielrenners doen. Roeien is pas mooi als de roeier zich na afloop niets meer van de tocht herinnert.

Hij is geen watertoerist. Roeien is ook geen watersport, het is een uithoudingssport. Roeiers zijn gericht op snelheid maken, niet op het type van hun boot of de samenstelling van het water. ‘Water is water’, verwoordde roeier Christof Coenders de mening van velen.

Bij de Hel van het Noorden, dat zondag een dertigjarig jubileum vierde, kwamen ze in dat opzicht genoeg aan hun trekken. Het Eemskanaal, dat Groningen met Delfzijl verbindt en sinds 1988 het strijdtoneel is voor de traditionele herfstwedstrijd, is 26,5 kilometer nagenoeg rechtdoor. Het is een route voor de scheepvaart die een keer per jaar wordt stilgelegd om er te kunnen roeien.

Het zou het ideaal van een roeier moeten zijn. Het Eemskanaal, gegraven tussen 1886 en 1896, is zonder geheimen. Een decennium geleden viste de politie er een van de drie Groningse hoertjes uit op die werden vermoord door de verkrachter van Harkstede. Een kleuter verdronk er toen hij overboord sloeg van een binnenvaartschip. En bij paal acht is er een gemaal, en dus stroming. Meer weet de gemiddelde roeier er niet over.

De Amstel schrijft met zijn Naald, de Racebaan, een Hoerenbocht en de Grote Bocht zijn eigen verhalen. Het verschafte schilders en schrijvers voldoende inspiratie. Daar ligt ook de bron van het Nederlandse roeien, vinden velen. Om op de Amstel te kunnen roeien is stuurmanskunst gevraagd. En hoewel roeiers de rechte lijn zoeken, voelen ze zich ook gevleid door de eisen die het water aan hen stelt.

Het Eemskanaal is tijdens de Hel 10 kilometer naar de start varen, 6 kilometer wedstrijd roeien en dan nog 4 kilometer terug naar het boothuis van de organiserende vereniging Aegir. Kilometers tikken, noemen ze dat in het jargon. Het past precies in de trainingsschema’s van dit moment.

‘Voor je lol ga je hier niet heen’, zei Peter Vos, die het liefste op de Rijn zijn baantjes vaart. ‘Elke keer als ik op weg ben naar de Hel denk: waarom doe ik dit eigenlijk?’, vroeg Femke Dekker zich af.

Deze keer was het bondscoach Mijnders die de aanwezigheid van de selectieleden van de vrouwenacht eiste. Net zoals Jan Klerks en Mark Emke de zware boordroeiers in verschillende nummers het water opjoegen om te zien hoe het met hun vormpeil was gesteld.

Officieel gold het als een selectiewedstrijd voor de bondsroeiers, maar officieus hoeft aan die term hoeft geen waarde te worden gehecht. Doorgaans blijven de resultaten zonder directe gevolgen. Dat de combinatie Rogier Blink en Mitchell Steenman de twee zonder won, de Belg Tim Mayens de skiff en dat Marit van Eupen bij de vrouwen wederom een klasse apart bleek, kon niet als een verrassing worden aangemerkt.

Voor de meesten gold de Hel als een verplicht nummer. Roeiers uit de Randstand gaan nu eenmaal niet graag naar Groningen. Daarom gaat de vergelijking met de Hel van het Noorden in het wielrennen ook mank. Iedere wielrenner heeft naar de wedstrijd over de kasseien tussen Parijs en Roubaix maanden uitgekeken. Maar het Eemskanaal roept haat noch liefde op, zoals de Amstel of de Bosbaan.

‘Het is een dom, breed en saai kanaal’, zei Blink, Groninger van geboorte en dus vertrouwd met de omgeving. Het maakt de Hel tot wat van een hel mag worden verwacht, vinden zij: een troosteloze, natte en winderige bijeenkomst.

Aan wal wilde plotseling niemand meer met de mannen op het water ruilen. Het leek opeens maar goed ook dat roeiers zichzelf niet tot de romantici van het sportersgilde rekenden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden