Een dolle rit door de RAI op een snugger paard

Ook in de dressuurpiste zou Wout-Jan van der Schans geen gek figuur slaan. De winnaar van de wereldbekerwedstrijd in Amsterdam krulde tijdens de huldiging de ene na de andere pirouette in het zand en danste op de melodie van het Wilhelmus met zijn Oldenburgse ruin Leroy Brown bijna de RAI...

Van onze verslaggever

Martien Schurink

AMSTERDAM

Nee, Anky van Grunsven hoeft niet bang te zijn dat een nieuwe concurrent is opgestaan. Dansen is niet de grootste passie van Van der Schans, zoals de military, waarin hij ooit zeer bedreven was, al evenmin nog eens zijn hart zal stelen. De 35-jarige ruiter uit Lunteren is in de afgelopen jaren, ondanks alle tegenslagen, ondanks het jarenlang met wisselend succes zoeken naar een sportpaard van formaat, een te groot liefhebber geworden van het overwinnen van oxers om nu nog van zijn geloof te vallen.

En niet te vergeten een te groot liefhebber van Volvo's. Hij graaide er ooit twee uit de showroom van de wereldbekersponsor, in 1986 en 1989 in Helsinki, en die waren nodig aan vervanging toe. Vorige week in het Deense Aarhus, de derde pleisterplaats van het WB-circus, greep Van der Schans mis, vanwege een pechfoutje.

Gisteren in de Amsterdamse RAI was het zomaar ineens raak. Omdat het geluk het eindelijk eens won van de pech die hem jarenlang had achtervolgd. 'Geluk heb je nodig in deze tak van sport, met pech winnen is nooit iemand gelukt', zei hij met de bravoure van een wijsgerige.

Geluk was inderdaad nodig, veel geluk, om in het bezit te komen van de in de RAI ronkende en pronkende hoofdprijs. Liefst 39 combinaties waren toegelaten tot de wedstrijd, de vierde in de kwalificatiereeks voor de wereldbeker, en liefst dertien van hen mochten voor de barrage opdraven.

Velen onder de zesduizend toeschouwers zagen Ludger Beerbaum al wegrijden met de limousine. Tenslotte had de Duitse alles-winnaar dat huzarenstukje in de vorige twee edities van Jumping Amsterdam ook al uitgehaald. Eerst Beerbaum, dan erkende barrage-specialisten als Piet Raymakers en de Fransman Bost. Zo ongeveer, dachten de kenners zeker te weten, zou de logische rangorde zijn. En dan pas een ruiter als Wout-Jan van der Schans.

Beerbaum, de Olympisch kampioen van Barcelona, greep inderdaad de eerste plaats. Hij loodste Priamos in hoog tempo over de zes hindernissen en liet de klok, dankzij het afsnijden van de bocht tussen de tweede en derde hindernis, een triplebar en oxer, al na 33,06 seconden stoppen.

Raymakers was vanzelfsprekend sneller, maar de leider in het WB-tussenklassement moest zijn haast, tot hoorbare ontzetting van zijn vele fans, met een springfout bekopen. Beerbaum rekende zich al rijk, net als de vele gokkers, maar de Duitser was er toch nog niet helemaal gerust op. Met een ruiter als Van der Schans, zo mijmerde hij, en met een paard als Leroy Brown weet je het maar nooit.

Van der Schans was gemotiveerd tot in zijn vingertoppen. Hoe vaak had hij al niet met minimaal verschil een barrage verloren? Het gebeurde hem ooit met Treffer, de schimmel die hem in de jaren tachtig vanuit het niets naar de internationale springtop bracht, dat hij met een marge van tweehonderdste seconde verslagen werd door de Fransman Bertran de Balanda. En was het niet vorig jaar in Bordeaux dat de Engelsman Skelton hem met hetzelfde verschil naar de tweede plaats verwees? Dat zou hij zich niet nog eens laten gebeuren.

En dus haalde Van der Schans alles uit de kast bij Leroy Brown. De dertienjarige ruin piepte en kreunde boven de hindernissen, maar gaf geen krimp, zelfs niet toen zijn berijder hem in de wending naar de derde hindernis bijna plat tegen de bodem legde.

Leroy Brown, toch niet de soepelste onder de vierbenige atleten, sprong, snelde, sprong en versnelde nog eens extra op het laatste rechte stuk naar het laatste obstakel en in de bocht naar het electronisch oog. De klok wees na de dollemansrit 33,05 seconden aan, een honderdste minder dan de gedoodverfde winnaar Beerbaum voor de hindernisrace nodig had gehad.

Zijn voorgevoel had Beerbaum niet bedrogen. Niet dat hij daarmee zat. Integendeel, de Duitser nam spontaan zijn petje voor de winnaar af. 'Als iemand recht heeft op de overwinning is het Wout-Jan wel. Hij heeft jarenlang keihard gewerkt met een moeilijk paard. Ik gun hem de overwinning van harte.'

Een moeilijk paard, groot van statuur, log van bouw, door sommigen in het circuit wel eens oneerbiedig als een olifant betiteld, sterk, onhandig en, dat ook nog eens, nerveus.

Maar al die slechte eigenschappen vallen in het niet bij zijn wonderbaarlijke springvermogen en zijn gegroeide intelligentie. 'Vroeger was Leroy Brown bepaald de snuggerste niet. Het heeft zeker een jaar geduurd voordat ik de juiste knoppen kon vinden. Nu pas begint het dier de sport een beetje te snappen en nu pas snap ik hem.'

Toch presteerde Leroy Brown, eigendom van een groep vrienden van de ruiter, 'noem het maar een syndicaat', al geruime tijd op topniveau. De combinatie won de Grote Prijs van Londen en sprong in de Grote Prijs van Rotterdam naar de derde plaats.

Dus zo vreemd was het nog niet dat Van der Schans zijn uiterste best deed om zijn overwinning als iets vanzelfsprekends te beschouwen. 'Ik wist zeker dat het succes vroeg of laat zou komen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden