Een diplomaat tussen al die grote ego's

Tenniscoach Sven Groeneveld is de spil in een netwerk. De lijst van toppers, met wie hij heeft samengewerkt, is lang....

Even leek het erop dat Sven Groeneveld vorig jaar op Roland Garros benoemd was tot coach van Roger Federer. Een foutje. Zijn naam was verward met die van een andere trainer.

Maar een gekke gedachte vond bijna niemand het, merkte Groeneveld. Hij begeleidde in Parijs Ana Ivanovic naar haar eerste grote titel. ‘De mensen vonden het wel vanzelfsprekend, ze begrepen het’, zegt de 43-jarige coach met een bescheiden lachje op een terras in Amsterdam, kort voor het vertrek naar Roland Garros. ‘Het is natuurlijk vleiend om in één adem te worden genoemd met een speler als Roger.’

Groeneveld heeft ruim tien jaar geleden gewerkt met Federer. Hij was destijds coach van Zwitserland. De vijfvoudig Wimbledonkampioen gold als een onstuimig natuurtalent, die de bal beter onder controle hield dan zijn temperament. Wat als Federer nu bij hem aanklopt? ‘Het is een vraag die ik mezelf weleens stel’, erkent hij. ‘Hoe je reageert, weet je pas echt als hij belt en zegt: Sven, ik wil dat jij met mij werkt.’

Het ligt niet voor de hand, benadrukt Groeneveld. Federer werkt al jaren zonder vaste coach. Zelf is hij sinds 2006 de spil in een netwerk van toptennissers en topcoaches, in het zogeheten ontwikkelingsprogramma van Adidas. Hij heeft Ivanovic naar de eerste plaats op de wereldranglijst gebracht, het 18-jarige Deense talent Caroline Wozniacki naar de toptien en ook de Spanjaard Fernando Verdasco is onder zijn begeleiding opgebloeid.

Groeneveld treedt niet vaak op de voorgrond. Hij is een diplomaat in een circuit dat wordt gedomineerd door grote ego’s. Maar de lijst van topspelers met wie hij heeft gewerkt, is lang. De voormalige nummer 7 van de Nederlandse ranglijst begon in 1991 als hitting partner van de toenmalige nummer één Monica Seles. Daarna coachte hij uiteenlopende speelsters en spelers als Mary Pierce, Arantxa Sanchez, Michael Stich, Greg Rusedski en Mario Ancic.

Hij heeft door al die samenwerkingsverbanden ontdekt welke karaktertrek topspelers gemeen hebben. Het is een eigenschap die hij als speler miste en als coach met de jaren heeft verworven: verantwoordelijkheid nemen voor succes én falen.

‘Topspelers zijn een speciaal ras. Ze zijn heel erg gedreven en gedisciplineerd, maar daarnaast kunnen ze zichzelf de schuld geven. Ze zullen nooit als excuus naar externe factoren wijzen die hen belemmeren in hun ontwikkeling. Ze kijken steeds naar zichzelf en wat ze zelf beter kunnen doen. Wat ze kunnen controleren, proberen ze zo goed mogelijk te controleren, de rest laten ze los. Ze hebben een sterk ego, maar weten dat zo te gebruiken dat ze zich blijven ontwikkelen.’

Groeneveld heeft er geen spijt van dat hij een vroege waarschuwing van vader Seles in de wind sloeg. ‘Hij zei: Sven, word nooit coach, ze zullen je nooit respecteren.’

De Nederlander heeft gezag verworven door dienstbaarheid te koppelen aan principes. Hij is plooibaar, maar houdt vast aan Nederlandse normen en waarden. Hij heeft de samenwerking met spelers vaak opgezegd, omdat het naar zijn zin niet liep. Geregeld hebben spelers hem teruggevraagd. Dat valt op in het uiterst commerciële, vaak opportunistisch milieu, dat soms wordt omschreven als een slangenkuil. Er zijn botsende belangen tussen bezorgde ouders, jaloerse coaches, sluwe managers, publiciteit zoekende sponsors en de opdringerige media.

Groeneveld: ‘Er zijn vele valkuilen, maar als je van huis uit de juiste normen en waarden hebt meegekregen dan weet je wat goed en fout is. Dan zie je die valkuilen vaak wel aankomen. Dan kun je overleven.’

Hij is door toeval coach geworden, na een mislukte poging om zich via twee Amerikaanse universiteiten op te werken tot het profcircuit. Coachen zag hij aanvankelijk als een bewijs van zijn falen als speler. Na een afgeronde managementopleiding ontdekte hij al snel dat hij niet was weggelegd voor het kantoorbestaan.

Via een advertentie kwam hij in Japan terecht als coach. Daar werd hij in 1991 voor tien dagen gevraagd als hitting partner van Seles, de toenmalige nummer één van de wereld. Hij bleef negen maanden.

‘Ze kwamen bij mij uit, omdat ik het spel van Steffi Graf goed kon nadoen. Maar ook Novotna, Sabatini en Navratilova kon ik aardig nabootsen. Ik kon uren maken, het liep als een trein.’

Die periode werkte als een stoomcursus voor Groeneveld, die alleen in Amerika als assistent-coach enige ervaring had opgedaan. Hij zag van binnenuit hoe het circuit functioneert, maakte kennis met de leef- en werkwijze van spelers en coaches, raakte bevriend met machtige mensen zoals Mark McCormack van sportmarketingbureau IMG.

En hij deed uit eerste hand ervaring op met het functioneren binnen een tennisfamilie, die niet als gemakkelijk te boek stond.

Zijn vertrek bij Seles was exemplarisch voor de problemen die een tenniscoach kan tegenkomen. Tijdens een toernooi stond hij te praten met de Nederlandse echtgenoot van een tegenstander van Seles. Dat viel slecht bij de vader Seles, een achterdochtige Serviër. Zelfs toen Groeneveld uitlegde dat het een onschuldig gesprek over Johan Cruijff betrof. Het ging helemaal mis toen Monica zijn kant koos.

‘De vader van Seles was een goede vader, die er echt was voor zijn dochter. Een intelligente man met wie je een biertje kon drinken. Maar toen Monica mij verdedigde zag ik een vreemde blik in zijn ogen. Er dreigde strijd.

‘Dat moet je niet hebben. Zij hebben kort daarna om een pauze in de samenwerking gevraagd. Ik heb advies gevraagd bij Stanley Franker, de voormalige bondscoach. Die zei dat ik moest stoppen. Eén keer nee is altijd nee. Toen heb ik in een brief bedankt.’

De ervaring maakte Groeneveld niet kopschuw. Hij had ontdekt dat hij iets kon betekenen als coach en bood zijn diensten aan bij de vader van Mary Pierce, een 15-jarig talent dat destijds op de wereldranglijst rond de 40ste plaats stond. Vader Pierce had een reputatie als notoire ruziemaker, die zijn dochter soms sloeg.

‘Hij was heel emotioneel. Op zo’n vader moet je je instellen. Als je een managementopleiding hebt gevolgd, weet je dat je bepaalde dingen moet accepteren. Als pa een agressieve toon heeft, moet je ermee om leren gaan. Overigens heb ik nooit gezien dat hij Mary sloeg, al weet ik dat het is gebeurd.

‘Ik praat het niet goed, maar ik heb ook weleens een tik gehad. Ook toen ik 18 was. Of zoiets wordt geaccepteerd, is soms een kwestie van cultuur, of van wat binnen een familie geaccepteerd is.’

Groeneveld weet dat tennisouders vaak in een kwaad daglicht worden gesteld. Soms is dat terecht, vindt hij, maar vaak ook niet. Hij denkt dat ouders meestal een waardevolle bijdrage leveren aan het ontwikkelen van het talent van hun kind. Discipline, mentaliteit, omgaan met winst en verlies: het zijn zaken waarin de opvoeding doorslaggevend is.

Bovendien bekommeren ouders zich naar zijn smaak terecht om het lot van talentvolle tienerkinderen. Naarmate ze dichter bij de top komen, ligt meer gevaar op de loer. Op financieel gebied, met de belangen van toernooien, sponsors en zaakwaarnemers. Maar ook op het emotionele vlak. Vader Krajicek heeft regelmatig gesproken over de noodzaak zijn minderjarige dochter te beschermen tegen de avances van trainers en lesbische speelsters.

‘Als ouder heb je de verplichting je kind te beschermen. Ik heb altijd gewaardeerd wat vader Krajicek heeft gedaan. Er zijn genoeg mensen die misbruik maken van een machts- of vertrouwenspositie. Als coach heb je het privilege van een vertrouwenspositie. Dat betekent dat je je aan bepaalde normen hebt te houden, dus geen liefdesrelatie, geen financiële relatie buiten het contract om, en geen fysiek contact.’

Een coach moet soms tegen zijn gevoel in handelen, meent Groeneveld. ‘Ik heb vaak gehad dat een meisje haar emoties toont en zit te huilen. Als ik dan de fout bega een arm om haar heen te leggen, is dat al gevaarlijk. Het is misschien je natuurlijke reactie als je iemand pijn ziet lijden, maar daar zijn anderen voor.’

Volgens Groeneveld wordt de druk van presteren aan de tennistop vaak onderschat, ook door ouders en spelers. De moeder van Ana Ivanovic zei laatst nog tegen hem: ik dacht dat het makkelijker zou worden als ze aan de top zou staan, maar het wordt alleen maar moeilijker.

Ivanovic is teruggevallen op de wereldranglijst, nadat ze vorig jaar in sneltreinvaart de koppositie had bereikt. De roem slokt zo veel tijd op dat er minder kan worden getraind, weet Groeneveld uit ervaring. Pers, sponsor en fans kosten energie en concentratievermogen. ‘De invloeden zijn heel sterk en vaak heb je er geen greep op, als speler of als coach. Er is minder tijd om te trainen dus moet er kwalitatief beter worden getraind. Je mag geen tijd meer verliezen. Maar dat is moeilijk.’

Soms groeit het succes de speler en diens familie boven het hoofd. Ze hebben de complexiteit van de roem nooit ervaren en zijn niet voorbereid op de consequenties ervan. Omgaan met roem vergt een apart talent. En de hulp van experts. Op advies van Groeneveld heeft Ivanovic nu een persoonlijke coach.

‘Ana wordt gezien als de pretty girl van het tennis, terwijl ze graag als tennisster wil worden beoordeeld. Waarom doe je dan al die glamour shoots, vraag ik dan. De aandacht is de keerzijde van de medaille. Ik denk dat ze even tijd nodig heeft om een balans te vinden.’

Groeneveld voelt zich na bijna twintig jaar coachen op zijn gemak in de dynamiek van het toptennis. Zijn kracht schuilt niet in het geven van technische of tactische tips, denkt hij. Hij kan spelers laten geloven in een plan van aanpak en ze zover krijgen het uit te voeren.

‘Mijn specialisme is succes behalen’, zegt hij. Dat lukt onder meer doordat hij niet al te hoog opgeeft over die prestaties, meent hij. Hij gunt anderen het spotlight. Ego is ballast.

Groeneveld weet een oude uitspraak van zijn leermeester Mark McCormack nu op waarde te schatten. Die zei vijftien jaar geleden: ‘Sven, als jij je ego onder controle krijgt, word je een heel grote coach.’ Het is hem altijd bijgebleven. Ze reden samen door Parijs, op weg naar Place de la Concorde, naar het hotel waar Roger Federer tegenwoordig logeert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden