Een dienaar met ambities

Zwemkampioen Pieter van den Hoogenband waagt zich aan een ambitieus project: de Topsport Community. Uit liefde voor de sport. Om talenten te helpen....

Nu en dan dreigt zijn vader een ezeltje voor hem te kopen. Het is een verkapte waarschuwing. Word geen Don Quichot.

Het weerhoudt Pieter van den Hoogenband niet. Zijn hart gaat sneller kloppen van projecten die eigenlijk net niet kunnen, zoals olympisch goud winnen op het koningsnummer van het zwemmen: de 100 meter vrije slag. Dat lukte tweemaal.

‘Zo sta ik in het leven’, zegt hij. ‘Je moet de realiteit niet uit het oog verliezen, maar ik heb paden bewandeld die anderen niet durfden in te slaan. Dat heeft me veel moois gebracht.’

Anderhalf jaar na zijn afscheid bij de Spelen van Peking waagt Van den Hoogenband (31) zich opnieuw aan een ambitieus project: de Topsport Community. Uit liefde voor de topsport. Vanwege de ongekende mogelijkheden die hij vermoedt. Omdat hij anderen met zijn kennis en naamsbekendheid denkt te kunnen helpen. Maar ook uit bezorgdheid over wat hij in Nederland ziet gebeuren.

In zijn kantoor in Eindhoven, naast het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion, formuleert hij met vriendelijke stem een hard oordeel over de staat van de topsport. ‘Ik heb sterk het idee dat veel mensen op belangrijke posities hun werk niet goed doen, met alle gevolgen vandien. Dat enorme potentieel dat we hebben, al die talenten, hebben te maken met een vreemde vorm van diefstal. Er wordt hun kansen ontnomen.’

Volgens de zwemkampioen is het vergadercircuit te groot. ‘Veel gezinnen leven tegenwoordig van de sport. Er wordt veel gepraat, geschreven en gediscussieerd. Allemaal overheadkosten. Maar de mensen die de mouwen opstropen en aan de slag gaan, zijn zwaar in de minderheid. Laatst zei iemand tegen mij: er zijn meer chiefs dan indians, meer opperhoofden dan indianen. Zo zie ik het ook.’

De sport moet niet dezelfde fouten maken als de politiek, meent hij. ‘Een tijdje geleden zag je dat politici niet meer wisten wat er speelde in de samenleving. Dat geldt nu ook in de sport. Het is hier twee voor twaalf, misschien wel één voor twaalf.’

Van de Hoogenband noemt geen namen. Hij is er niet op uit bestuurders, bonden of het NOC*NSF in de beklaagdenbank te zetten of tot aftreden te dwingen. Wel is er één functie waarvoor hij zich spontaan beschikbaar stelt: voorzitter van de zwembond. ‘Als ik een team kan samenstellen met mensen die verstand van zaken hebben en ik kan daarmee de sport helpen, doe ik dat meteen.’

Het past in zijn levensvisie. Van den Hoogenband wil niet vrijblijvend vanaf de zijlijn commentaar geven, maar initiatieven nemen, opbouwen, scheppen en anderen de kans geven zich te ontplooien. Hij ziet het als zijn verantwoordelijkheid. Hij is, zogezegd, bereid zich als opperhoofd te ontfermen over de indianen.

‘Er zijn mensen die veel meer verstand hebben van breedtesport dan ik. Maar ik heb veel verstand van topsport. En met die kennis wil ik anderen verder helpen.’

Om die ambitie te verwezenlijken, heeft Van den Hoogenband in samenwerking met het consultancybedrijf Eiffel de Topsport Community opgericht. Die moet zich in een paar jaar ontwikkelen tot een kenniswarenhuis waarin bedrijfsleven, wetenschap en jonge topsporters kunnen samenwerken en shoppen, met als doel de sport naar een hoger plan te tillen. Eiffel is al actief in hockey, basketbal en zwemmen.

Volgens directielid Ton Hegeman, die samen met Van de Hoogenband het management van de Topsport Community doet, is het de bedoeling dat dit jaar enkele ondernemingen zich verbinden aan het project. ‘We willen niet dat het een Eiffel-feestje wordt.’

De doelstellingen zijn scherp. Eiffel-oprichter Ferdi van Dommelen heeft zich laten ontvallen dat 50 procent van de olympische medailles gekoppeld moet zijn aan de groep.

‘Het moet geen papieren tijger worden’, zegt de drievoudige olympische kampioen. Hij kreeg de smaak van het kennis delen een beetje te pakken door lange-afstandszwemmer Maarten van der Weijden ervan te overtuigen dat hij goud kon halen. Hij haalde hem naar Eindhoven en zag hem in Peking winnen.

Van den Hoogenband hoopt met de Topsport Community voort te bouwen op het succes van zijn generatie. Vorige maand bracht hij een aantal Sydney Soulmates, zoals hij de kampioenen van de Zomerspelen van 2000 noemt, bijeen in Eindhoven. Zij brachten Nederland voor het eerst in de toptien van het medailleklassement, een resultaat dat nadien tot regeringbeleid is verheven.

Het was geen klassieke reünie met nostalgisch achteromkijken. Het draaide om verbetering. Hoe maak je kampioenen? Hoe geef je ervaringen door aan nieuwe generaties? Hoe voorkom je dat het wiel steeds weer wordt uitgevonden? Want het resultaat van Sydney is niet meer herhaald of verbeterd: op de achtste plaats (twaalf maal goud) volgden de achttiende in Athene (vier maal goud) en de twaalfde in Peking (zeven maal goud).

‘Met onze erfenis, met onze knowhow, is veel te weinig gedaan. Ik vind het doodzonde als er geen visie is en niet het maximale uit talenten wordt gehaald. Halve maatregelen zijn dodelijk voor goede prestaties in de topsport.’

Van den Hoogenband ziet overeenkomsten tussen zijn olympische succes en dat van Mark Huizinga, Leontien van Moorsel, Anky van Grunsven en Jeroen Dubbeldam. Zij stelden zichzelf centraal en omringden zich met specialisten. Ze waren niet afhankelijk van een sportbond.

‘Ik had een eigen bv’tje met allemaal specialisten om me heen: trainer, manager, voedingsdeskundige, fysiotherapeut, arts, krachttrainer. Ik kon die mensen aanspreken. Aan het eind van het seizoen konden we evalueren, elkaar een spiegel voor houden en kritisch zijn. Wat is niet goed gegaan? Wat kan beter?

‘Het gaat erom dat je de juiste mensen met de juiste focus en visie bij elkaar brengt. Je moet hoofd- en bijzaken scheiden. Veel succesvolle sporters zijn er achter gekomen dat het niet gaat om hard trainen, maar om slim trainen met je talent. Een klein land als Nederland heeft minder sporters dan grote landen, dus moet je zorgen dat ze slimmer zijn.’

Van den Hoogenband is enthousiast als hij spreekt over sporters die naar zijn idee het hart op de juiste plaats hebben, zoals hoogspringer Martijn Nuijens, atleet Bram Som of zwemster Ranomi Kromowidjojo. Hij bewondert hun daadkracht, hun ondubbelzinnige keuze voor sportbeoefening als vak, de offers die ze brengen en vooral ook de ambitie in een mondiale sport uit te blinken.

Niet alle medailles zijn even veel waard, is zijn overtuiging. De uitstraling van prijzen in mondiale sporten is het grootst. ‘Daarvoor moeten we durven kiezen.’

Van den Hoogenband beseft ook dat eigenzinnigheid hoort bij profsporters. Het risico bestaat dat zijn adviezen niet welkom zijn. ‘Je moet oppassen dat mensen niet de hakken in het zand zetten. Ik kan tegen Sven Kramer natuurlijk niet zeggen; je moet dit of dat. Maar ik heb contact en hij weet mij te vinden als er iets mocht zijn.’

Onder bestuurders proeft Van den Hoogenband enig wantrouwen over zijn initiatief. Ook bij bonden en NOC*NSF is innovatie en samenwerking met het bedrijfsleven een sleutelwoord. De Topsport Community presenteert zich als een professioneel, marktgericht alternatief. Maar hij denkt in NOC*NSF-directeur Maurits Hendriks een geestverwant te hebben. De oud-hockeycoach heeft als vernieuwer naam gemaakt. ‘Hij is een man van het eerste uur.’

Of de Topsport Community een begrip wordt in Nederland, durft Van den Hoogenband niet te voorspellen. Hij hoopt het. Hij zal zijn oor vaak te luister leggen bij zijn uitgebreide netwerk en weet dat hij nog veel te leren heeft. Hij beweegt zich met groot gemak tussen de machthebbers en opiniemakers van de sport. Hij kan zijn ideeën testen op Johan Cruijff, prins Willem-Alexander, Hein Verbruggen of André Bolhuis.

Hij wil ervoor waken dat er op een goede dag een ezeltje in zijn tuin staat. Hij is geen Don Quichot. De sport dienen, dat is zijn doel. ‘Ik kan ervoor kiezen helemaal van de radar te verdwijnen, maar ik heb ook gemerkt dat mensen eerder geneigd zijn naar je te luisteren als je wat hebt afgedwongen in de sport. De tijd dat ik het middelpunt van het feestje was, is voorbij. Maar ik kan mensen helpen door mijn ervaringen te delen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden