Eén dag moet nu eenmaal de slechtste zijn in de Tour

Pau Erik Breukink zag het vanuit zijn auto gebeuren en hij wist precies hoe zijn kopman zich voelde. De worsteling van Robert Gesink, nadat de zestiende etappe van de Tour de France al bij kilometer nul was ontploft, was net zoiets als de technisch directeur van de Rabobankploeg zelf had...

Van onze verslaggever Mark Misérus

Zijn gedachten gingen meteen terug naar twintig jaar geleden. Toen beleefde hij een van de slechtste dagen in zijn bestaan als Tourrenner terwijl er niets aan de hand leek. De etappes ervoor had hij tot een goed einde gebracht en ook in de voorlaatste Pyreneeënrit zou hij het spoor van geletruidrager Chiappucci probleemloos moeten kunnen volgen.

In plaats daarvan werd de etappe naar Luz Ardiden een lijdensweg waarin alles misliep wat fout kon gaan. Breukink moest alleen al twee keer van fiets wisselen op de Col d’Aspin, net toen er tempo werd gemaakt om de Tourmalet op te rijden. Het zou hem die dag twee plaatsen in het klassement kosten.

Uiteindelijk kon de kopman van het Nederlandse PDM er vrede mee hebben. Er valt veel te controleren voor een renner in de Tour, behalve het noodlot, stak hij ervan op. Dat legde hij gisteren ook uit aan Gesink tijdens het derde deel van het vierluik door de Pyreneeën.

Iedere renner heeft een dag waarop hij zich onoverwinnelijk voelt in de Tour. Evengoed ontkomt ook niemand aan de dag waarop het zaak is geworden te overleven. Dan telt alleen het bereiken van de finish, ook nog eens binnen de tijdslimiet.

Het is grote kampioenen in het verleden overkomen. Bernard Thévénet was berucht om zijn jour sans. Laurent Fignon verloor in 1986 elf minuten op Hinault, ook op weg naar Pau. Jan Ullrich werd geen winnaar van de Tour in 1998 door een slechte dag op de Galibier. Voor Lance Armstrong werd de tweede Alpenrit deze Tour een drama.

Zo erg was het dinsdag voor Gesink niet. De term jour sans zei hem dan ook niets. Maar dat hij nog niet zoveel had geleden in de eerste Tour waarin hij de bergen haalde, gaf hij grif toe. ‘Ik zit me al dagen binnenstebuiten te trekken. Zo’n etappe is dan niet iets om er nog even bij te krijgen.’

De Raborenner moest meteen in de achtervolging nadat de vlag omlaag was gegaan in de startplaats Bagnères-de-Luchon. Het bleek de aanzet voor vele andere renners om aan de voet van de Peyresourde de benen te nemen. Het regende er aanvallen.

Gesink had het geluk dat hij in Samuel Sanchez een bondgenoot vond, nadat een groep onder aanvoering van Lance Armstrong uit het peloton was weggereden. De Spanjaard had net als hij een goede positie in het klassement te verdedigen. Het stelde de Nederlander enigszins gerust.

Zijn ploegleider Adri van Houwelingen en de technisch directeur van de Rabobankploeg deden de rest. Door op hun renner in te praten en hem het vertrouwen te geven dat hij zijn zesde plaats niet zou kwijtraken, hervond Gesink beetje bij beetje zijn moraal.

Het was nodig in een achtervolging die verre van vlekkeloos verliep. Dat Gesink op de Col d’Aspin van fiets wisselde, daarom had hij zelf gevraagd. Op een zwaarder model leek het hem eenvoudiger weer aan te sluiten bij de groep met leider Contador. Voor de lekke band in het lange vlakke slotstuk gold dat niet. Tot zijn geluk betrof het een leegloper, waardoor hij na een stop aan de auto zonder steun van zijn ploegmaats in het peloton kon terugkeren.

Wat hij had meegemaakt, hoefde hij in elk geval niet uit te leggen aan de meeste andere Raborenners. Tankink kwam gisteren niet eens meer aan de start. Voor Moerenhout was de rit naar Gap een overlevingstocht geweest, nadat hij ’s avonds last van diarree had gekregen en hij had moeten overgeven. Boom kwam in de etappe naar Mende 26 minuten achter ritwinnaar Rodriguez binnen.

Tjallingii timede zijn offday precies goed, zei hij gisteren. In de etappe naar Spa in de eerste week was hij vooral met zichzelf in de slag geweest. Het kon echter moeiteloos, merkte hij tot zijn opluchting, nadat Cancellara het peloton vanwege alle valpartijen had stilgelegd.

‘Twee lekke banden in twee weken Tour valt tot nu toe wel mee’, zei Gesink daarom. Een nacht goed slapen en een dag niet fietsen zouden ongetwijfeld wonderen doen. Dat het juist vandaag een rustdag is, noemde hij een geluk bij een ongeluk. ‘Al recupereren de anderen natuurlijk ook.’

De Rabotroef kon slechts hopen dat hem verdere tegenslag en pijn bespaard zullen blijven. Dat een zwarte dag ook hoopgevend kan werken, kon hij in elk geval in zijn eigen ploeg navragen. Vier dagen na zijn jour sans in 1990 won Breukink de tijdrit rond het Lac de Vassivière. Hij werd nog knap derde in de eindstand.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden