Een combinatie van snelheid en techniek

Op de 800 meter bezit de Nederlandse atletiekwereld een rijke traditie. Bij de Europese titelstrijd in Boedapest komt Stella Jongmans (27) uit....

De liefde voor de 800 meter

Stella Jongmans: 'Eigenlijk vind ik handballen veel leuker. Zo'n wedstrijd duurt tenminste veertig minuten, en daarin hoeft één foutje niet direct fataal te zijn.

'Voor mij was het de kick om ergens in uit te blinken en dan maakt het eigenlijk niet uit waarin. Ik ben nu eenmaal heel goed in het lopen geworden. Bij de 800 meter mag je geen fouten maken, daarvoor gaat het te snel. Voor je het weet heb je de eerste ronde erop zitten en dan begint het. Je moet agressie in je lichaam hebben.

Marko Koers: 'Het is een prachtige afstand, met heel veel snelheid en als je even met je ogen knippert is het alweer voorbij. Het is de combinatie van snelheid en tactiek. Maar het is niet zozeer de 800 meter die mijn hart heeft gestolen. Je loopt een afstand waarop je uitblinkt en bij mij ligt dat ergens tussen de 800 en 1500 meter.

A-sociaal

Koers: 'De 800 meter is niet a-socialer dan andere afstanden. Bij elke afstand moet je gretig zijn en je mannetje kunnen staan. Het is natuurlijk wel zo dat de 800 meter niet in banen wordt gelopen, maar bij de mannen wordt niet zoveel geduwd en getrokken. Daar heb je helemaal geen tijd voor.'

Jongmans: 'Bij indoorwedstrijden gebeurt het wel. In Gent heb ik ooit gelopen met de gedachte: ik hoop maar dat ik dit overleef. Elke duw verstoort je ritme.'

Koers: 'Ik probeer altijd zo lang mogelijk uit het gedrang te blijven en me rustig te houden. Tot het moment daar is om een versnelling te plaatsen. Je moet je lichaam een beetje gebruiken om er langs te gaan. Daarmee laat je de tegenstander weten dat je eraan komt. Die kan zich dan vast voorbereiden.

'Dat lukt je trouwens maar een keer in een race, anders ben je kapot. Daarvoor is de concurrentie te groot. In mijn ideale race, de wedstrijden waarin ik een persoonlijk record loop, hoef ik het zelfs helemaal niet te doen.'

Snelheid of tactiek

Koers: 'Hoewel ik het liefst op snelheid loop, blijkt uit kampioenschappen en ranglijsten dat tactiek me erg goed afgaat. Tijdens de WK vorig jaar werd ik zesde, maar ik stond tiende op de wereldranglijst. Daaruit kun je concluderen dat mijn tactisch vermogen iets beter is dan de rest. Maar dat heeft deels ook met mentaliteit en pieken op een groot toernooi te maken.

'Kenianen houden bijvoorbeeld helemaal niet van dat tactische gedoe. Zij willen zich kwalificeren door gewoon heel hard te lopen. In de series wordt dan al 1.44 gelopen. Dan zie je vaak dat niet de snelste, maar de meest tactische loper wint, want die heeft aan het einde nog wat over.

Jongmans: 'Je kunt niet direct in de eerste serie heel hard lopen, er volgen immers nog meer races. Als je bij vier snelle lopers bent ingedeeld, moet je zorgen dat je het tempo hoog houdt. En als er een enorme duwer in je race zit, dan zorg je dat je daar een beetje uit de buurt blijft.

'Ik loop het liefst op kop. Vanaf de kop kan ik de race controleren en dan vertrouw ik erop dat ik me met mijn eindsprint kan kwalificeren. Zo kan ik elke aanval van achteruit afslaan of meegaan. Ik vind dat zelf het prettigst.'

Koers: 'Ik probeer me wat rustiger te houden, wat meer naar het midden van het veld toe. Ik heb het gevoel dat ik het juist van daaruit kan controleren. Als je de race van kop af aan wilt controleren, moet je heel veel macht hebben. Je moet de versnelling steeds hoger op kunnen voeren om het achterveld op afstand te houden.'

Intelligentie

Koers: 'Je kunt tactiek niet koppelen aan intelligentie. Dat is iets wat je van nature in je hebt.'

Jongmans: 'Het is meer intuïtie. Sommige atleten kunnen het idee dat ze een tactische race moeten rennen niet aan, die gaan gewoon staan en knallen. Ester Goossens bijvoorbeeld, die kan knalhard lopen, maar zodra het op tactiek aankomt dan houdt het op, dat vindt ze vreselijk.'

De 1500 meter

Jongmans: 'Mijn trainer ziet mij graag de overstap maken naar de 1500 meter, omdat hij denkt dat ik een goede 1500 meter loopster ben. Of kan worden.

'Voor mezelf, als ik naar mijn karakter kijk, is de afstand net iets te lang. Ik heb nu al wel eens moeite om mijn concentratie te behouden tijdens het lopen. Aan de 1500 meter komt voor mij helemaal geen einde. Dan hoor ik halverwege de vogeltjes alweer fluiten.'

Koers: 'Ik kan me niet herinneren dat ik op de 1500 meter helemaal kapot ben gegaan. Ik weet nog niet precies hoe ik de race in moet delen zodat ik het maximale eruit kan halen. Dat had ik vorig jaar op de 800 meter wel. Toen wist ik precies welke tussentijd nodig was om een race maximaal te lopen.

'Ik wil me in de toekomst meer gaan richten op de 1500 meter, want ik denk dat het mijn betere afstand is. Door mijn fysieke talent, de combinatie van snelheid en uithoudingsvermogen. Maar dat zal dan ten koste gaan van de snelheid op de 800 meter. Beide afstanden combineren is tegenwoordig nauwelijks meer mogelijk. In Sydney wil ik pieken op de 1500. Maar nu wil ik die keuze nog niet maken. Ik kan nu nog veel snelheid opdoen bij de 800, die ik later weer kan gebruiken op de 1500.'

Indeling van de race

Koers: 'De doorkomst op 400 meter is zo'n beetje de mijlpaal. Daar moet je het gevoel hebben dat je op het laatste stuk, de laatste 200 meter, nog potten kunt breken. Maar je moet niet finishen en je nog kiplekker voelen. Dan heb je je race niet goed ingedeeld. In Hechtel voelde ik al na 300 meter dat ik moest versnellen en toen knalde ik dus ook na 600 meter in elkaar.'

Jongmans: 'Dat had ik vorig jaar tijdens de WK-finale in Athene. Maar dan al voor de wedstrijd. Ik had zulke zware benen, dat ik het gevoel had dat ik al door de verzuring heen zat.'

Koers: 'Tijdens de race moet je in een bepaald ritme zien te komen. Dan weet je al of je op het laatste stuk nog kunt aanzetten. Dan hoef je eigenlijk alleen nog het juiste moment te bepalen waarop je die versnelling in gaat zetten. De rest van de tijd gebruik je om lekker te relaxen.

'Als de tijd nog niet dringt om ervan door te gaan, dan denk ik: ik voel me goed, mijn benen voelen heel goed, ik kan straks gaan. Daaruit put ik zelfvertrouwen. Dat gevoel ebt wel langzaam weg, maar daar hou je dan nog net een sprankje van over waarop je de eindsprint ingaat. Maar dat relaxen is dus dat lekkere gevoel van: aha, ik kan nog wel wat schade aanrichten op die laatste 200 meter.'

Jongmans: 'Als ik lekker kan meelopen, kom ik in een trance terecht. Dan krijg je een kick. Die voel je tussen de 400 en de 600 meter. Als ik de eerste 400 meter fluitend doorkom, dan weet ik dat het goed zit. Maar ik kan ook het gevoel hebben dat het eerste deel bijna geen kracht heeft gekost en dan stort ik honderd meter verder helemaal in.'

Koers: 'Je hebt lopers die heel snel zijn op de eerste 400 meter, mijn uithoudingsvermogen is weer beter, omdat ik heel goed met verzuring kan omgaan. Daarom denken mensen altijd dat ik op die laatste 100 meter nog zo goed terugkom, maar dat is niet zo. Ik blijft constant hetzelfde tempo lopen, maar de anderen knallen enorm in elkaar.

'Ik kom vaak van achteruit en dan word ik in de sprint nog vierde. Dan wordt er achteraf gezegd dat ik eerder voorop had moeten gaan lopen, dat ik dan de race had kunnen winnen, maar zo gaat het natuurlijk niet. Als ik vooraan had gezeten, dan had ik een seconde harder gelopen op de eerste 400 meter en dan was ik de laatste honderd meter gigantisch in elkaar gestuiterd.'

De training

Jongmans: 'Ik heb altijd veel getraind. Mijn trainer Haico Scharn is iemand die het liefst twaalf keer per week naar de baan ging. Maar ik voel dat mijn lichaam dat niet kan opbrengen. Vooral mijn achillespees heeft veel rust nodig, ik heb daar drie jaar mee getobd. In de loop der jaren ben ik erachter gekomen dat ik beter kwalitatief hoogstaande trainingen kan doen.'

Koers: 'Ik geloof nog altijd in de weg van de geleidelijkheid. Uiteindelijk zal ik wel bereiken wat ik wil bereiken. Maar dat gebeurt niet door een seizoen hard te roepen dat ik een wereldrecord wil lopen of olympisch kampioen wil worden en dan even heel hard trainen. Want zo werkt dat niet.

'Je moet je lichaam de kans geven door de jaren heen te groeien en niet in een seizoen alles eruit proberen te hameren. Natuurlijk ben je heel erg gretig omdat je zo dicht tegen de wereldtop aanzit. Maar voorzichtigheid is geboden als je jaren mee wilt gaan.'

Jongmans: 'Ik train niet veel met anderen. Ik heb wel eens met Carmen Wüstenhagen en Fréderique Quentin (1500 meterlopers) getraind, maar dat waren alleen duurloopjes. Op de baan heeft iedereen zijn eigen schema en die zijn lastig aan elkaar aan te passen. Bovendien spelen concurrentiegevoelens te veel mee.

'Eerlijk gezegd train ik liever met mannen. Met lange afstandlopers draai ik in de winter mijn belangrijke tempo's. Het is fantastisch om die mannen eraf te lopen. Anders is duurwerk heel geestdodend. Lange tempo's op de baan, daar walg ik van als ik dat alleen moet doen. Dan zit ik onderweg te denken, was ik maar thuis gebleven.'

De concurrentie

Koers: 'Je kunt Wilson Kipketer niet met een ander vergelijken. Hij is een supertalent. Hij is ook een mysterie, niemand weet precies hoe hij traint. Het is grappig om die andere Kenianen over hem te horen praten. Zij geloven heilig dat als ze weten hoe Kipketer traint, zij dan ook een wereldrecord kunnen lopen. Zij denken dat het puur mogelijk is om even een jaartje te trainen en dan de race precies zo op te bouwen dat ze in 49 seconden rondgaan en dan op 1.41 finishen.

'Ik geloof absoluut niet dat dat mogelijk is. Daar ben ik misschien wel te nuchter voor. Ik zou er zelf weinig aan hebben als ik wist hoe hij traint. Ik ben er honderd procent van overtuigd dat ik met mijn manier van training en voorbereiding alles uit mijn lichaam kan halen.'

Jongmans: 'Fysiek zijn de Kenianen bovendien uit een totaal ander hout gesneden dan wij West-Europeanen. Misschien zijn hun lijven wel geschikter om een 800 meter te lopen. Ik vind het onzin om te zeggen dat het met leefomstandigheden te maken heeft. Alsof wij het zo makkelijk zouden hebben.'

Grenzen

Koers: 'Ik kan vrij goed relativeren ten opzichte van mijn eigen prestaties, dus ik zit niet echt aan wereldrecords te denken. Natuurlijk moet je iets magisch in je achterhoofd houden, dat je de allerbeste kunt worden. Die dromen moet je wel hebben, daaruit put je dat vlieggevoel tijdens een wedstrijd. Het gevoel dat je alles aan kunt.

'Ik droom niet in tijden of getallen, maar in een supergevoel: ik ga over de baan vliegen en ik kan alles aan, ik kan met iedereen mee. En dan rolt die tijd er vanzelf uit.

'Ik staar me niet blind op Kipketer, dat is ook maar gewoon een Keniaan. Ik kijk zoveel mogelijk naar mezelf en mijn eigen grenzen en probeer daar het beste uit te halen. Ik ben nog niet tevreden, want ik heb het Nederlands record nog niet. Vorig jaar zat ik er redelijk dichtbij.'

Jongmans: 'Dat supergevoel krijg ik alleen tijdens een toernooi. Ik ben veel minder gefixeerd op tijden, omdat ik toch niet constant kan presteren. Als ik 1.57 zou lopen, dan zou ik de hemel te rijk zijn, maar ik weet ook dat het de volgende keer weer 2.05 kan zijn.

'Ik ben een beetje een pingpongbal, ook in het dagelijks leven. De ene keer schijnt het zonnetje bij me en de volgende keer komen donkere wolken bovendrijven. Dus dat zie je ook in mijn prestaties terug. Dat is mijn charme, daar moet ik niet te erg aan willen sleutelen. Ik kan wereldkampioen worden, maar ik kan ook zomaar 2.10 lopen, bij wijze van spreken.'

Idolen

Jongmans: 'Wereldrecordhoudster Jarmila Kratochvilova was vroeger mijn idool, maar toen was ik nog heel jong. In die tijd wist ik nog niet zo heel veel van doping. Ik had een poster van haar op mijn kamer hangen. Later heb ik die foto nog eens teruggezien en toen zag ik wel dat ze er eigenlijk heel lelijk uitzag met die vreselijk dikke armen. Ik zal hem nu niet meer zo snel ophangen.'

Koers: 'Ik heb nooit echte idolen gehad, daarvoor keek ik niet genoeg naar atletiek. Ik wist er te weinig vanaf.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden