Een betrokken sponsor

Wim Noorman wilde graag een keer naar de Olympische Spelen. Maar niet alleen als supporter. Met zijn bedrijf, Eurotech, wordt hij nu gezien als de drijvende kracht achter het jonge succes van het Nederlandse bobsleeën....

Een paar weken geleden deed de kans zich plotseling voor in het Oostenrijkse Igls. Of mijnheer Noorman het misschien leuk zou vinden zelf een bobslee naar beneden te sturen?

Als remmer had hij al eens een afdaling gemaakt. Dat vond hij leuk maar lastig. Hij had niet zelf de touwtjes in handen. Geen wonder dus dat Wim Noorman (49) de nieuwe uitdaging zonder aarzelen aannam.

Het viel hem niet tegen. Niet mee ook trouwens. ‘Het is niet moeilijk goed beneden te komen, het is moeilijk snel beneden te komen. Ik zat veel te veel aan die touwtjes te trekken en dan haal je de snelheid eruit.’

Angst had hij geen moment. Zelfs de levensgevaarlijke baan van Whistler Sliding Centre schrikt hem niet af. ‘Ik zou hier ook wel durven sturen. Kennis bepaalt je angstgrens. Dit is een schitterende baan. Ik vind dat bij elke Spelen de grenzen verlegd moeten worden en dat elke nieuwe baan sneller en moeilijker moet zijn.’

Er zijn niet veel gekke dingen die hij in zijn leven niet heeft gedaan. Natuurlijk wilde hij wel duelleren met Rintje Ritsma toen die met een skeleton naar beneden suisde. Ritsma kwam bont en blauw beneden. Noorman niet en won. ‘Ik ben slimmer dan Rintje’, lacht hij.

Als het gaat over het succes van de bobsleeteams van piloten Edwin van Calker en Esmée Kamphuis die voorzichtig naar de wereldtop kruipen, wordt altijd in de richting van Noorman gewezen.

Sinds hij zich twee jaar geleden over de sport ontfermde, is veel in een stroomversnelling geraakt. Niet omdat hij als directeur van Eurotech, een metaalverwerkingsfabriek, de portemonnee trok. Nee, omdat hij door zijn overtuigingskracht het geloof in de sport heeft veranderd.

Hij heeft de piloten en remmers in staat gesteld bezig te zijn met waar ze goed in zijn: sleeën. Twee monteurs sleutelen het hele seizoen aan het materiaal, dat wordt opgeslagen in een grote racetruck die tevens dienst doet als verwarmde werkplaats. De uitstraling is verbeterd.

Het pronkstuk werd eind januari gepresenteerd in Limburg: de nieuwe, supersnelle bobslee. Noorman kwam daarmee zijn belofte na. Van Calker was daar sceptisch over geweest. Die dacht: een nieuwe slee bouwen is niet zo moeilijk, maar een snelle slee, dat is heel wat anders.

Noorman begreep niet wat de piloot bedoelde. Want hoe moeilijk kon dat zijn?

Het begon allemaal met de opmerking dat hij graag eens naar de Spelen wilde. Maar niet als supporter, Noorman wilde betrokken zijn, een bijdrage leveren.

Een familielid attendeerde hem op de bobsleeërs. Het is de bijna perfecte match gebleken. ‘Wij hebben iets met sport. Maar we stellen een voorwaarde: het plezier staat voorop. Waarom zou ik me een hoop ellende op de hals halen met sporters of federaties? Het moet geen gezeik of gezeur opleveren.’

Het was de reden waarom hij ex-schaatser Ritsma naar voren schoof als de man die tussen de bond en hem zou pendelen. Het was een voorwaarde toen hij zich in 2008 aan het project verbond.

‘Je moet af en toe ook geloven in toeval’, zegt Noorman die woensdagnacht in Whistler arriveerde. ‘Dit blijkt een geschikte sport voor ons, het ligt dichter bij ons dan we in eerste instantie dachten. En er stond ook al meer op de rails dan we hadden verwacht.’

Hij begon met goede bedoelingen, maar besefte ook dat het fout kon gaan. ‘Zo moest Edwin bijvoorbeeld accepteren dat de druk weer bij hem lag. Vroeger kon hij altijd de bob de schuld geven.’

In zijn hart is Noorman topsporter. Hij geniet van de samenwerking die voorafgaat aan een topprestatie. ‘Ik probeer alles in dienst te stellen van de atleet. Maar aanvaardt die dat? Wordt hij niet lui en verwend? Daar was ik een beetje bang voor. Ik was bang dat het meedoen aan de Spelen voor de bobsleeërs het doel was en dat ze het eigenlijk helemaal niet zo leuk vonden dat wij er waren.

‘Edwin heeft zich uiteindelijk open en kwetsbaar opgesteld. Hij is een echte topsporter gebleken. Hij accepteert dat wij er zijn om hem te helpen en niet om zelf naam te maken. Om al die publiciteit hebben wij niet gevraagd.’

De ondernemer uit Horst is niet de traditionele geldschieter. Hij maakt geen geld over om in ruil daarvoor een reclamebord op te mogen hangen, of een sticker op een shirt te plakken. Het gaat niet om zijn ego, het gaat om de balans die een project als van de bobsleeërs hem in zijn bestaan biedt. De sporters begrijpen waarvoor hij het doet. Dat is voor hem genoeg.

‘Je kunt geen naamsbekendheid kopen. Daar is het me ook niet om te doen. Ik zit al negentien jaar in de topsport en nu pakt het toevallig een keer goed uit en krijgen we ruimschoots aandacht. Ik heb vroeger veel lastigere dingen gedaan en die zijn nooit opgevallen.’

Zo ontwikkelde en bouwde hij zijn eigen auto. Een project met een grotere moeilijkheidsgraad dan de olympische missie. ‘Maar ik ben geen Victor Muller. Wij hebben veel meer auto’s gebouwd dan Spyker en kwamen nooit in de krant. Dat hoefde van mij ook helemaal niet.’

Noorman zocht gewoon een uitlaatklep voor zijn passie. Hij bagatelliseert de rol van geld daarin. En als iedereen hoog opgeeft over de nieuwe slee van de Nederlanders, wijst hij op het gemak om in het leven de eenvoudige dingen goed te doen.

‘Wat me opviel, was dat we heel snel heel goed konden scoren. Ik verbaasde me erover dat de sporters zelf vlak voor een run op de koude vloer aan hun bob zaten te sleutelen. Nu kunnen ze langer trainen, zich beter concentreren en meer rusten. Daar hebben ze de grootste slag gemaakt.

‘Dat heeft helemaal niets met geld te maken. Wij denken niet in geld. Als je aan topsport doet, doe je alles met één doel: zo goed mogelijk worden. Dan is geld van ondergeschikt belang. Je kunt wel het verschil maken met goed materiaal, maar dat kun je ook door goed te sturen.’ Hij zegt geen berekening te hebben gemaakt van de kosten. De motivatie en de dankbaarheid van de sporters geven hem genoeg voldoening.

De geheimen van de slee? Er is meer onkunde bij anderen dan er geheimen zijn bij hen, beweert hij. ‘Er zit ook een stuk geluk bij. Wie had dit nu van tevoren kunnen bedenken? Voor hetzelfde geld bouw je een slee die niet snel is. Het klopt natuurlijk wel dat wij net zo lang gekloot hebben tot we een snelle slee hadden.’

Noorman komt uit een sportgekke familie. Hij is getrouwd met de zus van ex-wielrenner Gert-Jan Theunisse en was een van de eerste sponsors van ex-mountainbiker Bart Brentjens. ‘Ik ben opgegroeid in een arbeiderswijk. We waren de hele dag bezig met het opvoeren van onze brommertjes.’

Hij begon in 1991 in Panningen met Eurotech. Het bedrijf, dat naar Blerick verhuisde, heeft nu een omzet van 38 miljoen euro, telt meer dan 300 werknemers en heeft werkmaatschappijen in Tsjechië en Slowakije.

Hij bracht zijn hobby en monteurs onder bij Noorman Engineering, een driemansbedrijf, en begon een raceteam. Noorman reed de 24 uur van Zolder, was teammanager bij de 24 uur van Le Mans en nam onder meer deel aan de rally van St.-Petersburg naar Peking. Zo leerde hij veel topsporters kennen.

Met zijn bedrijf is hij ook al jaren hoofdsponsor van de handbalclub Bevo uit Panningen. Dat doet hij alleen uit sociale betrokkenheid. ‘Bevo is een vereniging, geen topsportbedrijf. Ze roepen dat ze aan topsport doen, maar het is breedtesport. Als ik van een vereniging een topsportbedrijf wil maken, denk ik dat alle leden weglopen.’

Als kind was hij onder meer doelman in de jeugd van TOP uit Oss, maar zijn zwakke fysieke gesteldheid maakte het hem onmogelijk de top in het voetbal te bereiken. Het is geen groot gemis, zegt Noorman. Maar misschien wel de reden waarom hij zo graag onder topsporters verkeert.

Bij Eurotech moet hij alles soms tien keer uitleggen en dan komt het nog niet voor elkaar. Als hij onder topsporters is, weet iedereen in vijf minuten wat hij of zij moet doen. Die denken zoals hij: onbegrensd.

‘Ik ben aanvallend ingesteld. Ik houd van uitdagingen. Maar Nederlanders zijn een verwend volkje. Daar erger ik me dood aan. We beredeneren alles vanuit het behoud van wat we hebben. We zitten altijd te zeuren en te zeiken.’

In zijn bedrijf behandelde hij zijn werknemers de eerste jaren ook als topsporters. Tot hij doorkreeg dat zijn onderneming geen topsportbedrijf was, dat het gewoon een doorsnee van de samenleving is. Hij was er lang door gefrustreerd.

‘Op een gegeven moment ben je ook maar een eenling in je eigen bedrijf en moet je dat een plaats geven. Het heeft me tien jaar gekost dat in te zien. Ik dacht dat ik van iedereen een topsporter kon maken. Dat gaat niet. Een mens is een kuddedier. Ze willen dat je voor ze zorgt en ik weet dat ik dat kan. Soms is dat best lastig. In de topsport kan ik dat compenseren.

Tijdens het wereldbekerseizoen reist hij met zijn vrouw in een camper naar de wedstrijden. In Canada begeeft hij zich in de anonimiteit. Vanaf vandaag neemt hij op zijn gemak plaats op de tribunes van het Whistler Sliding Centre.

De Limburger tempert de hoge Nederlandse verwachtingen. Met een klassering bij de topacht zou hij heel tevreden zijn. ‘Wat verlangen we eigenlijk? Edwin heeft het in zich om bij de eerste drie te komen, maar hij is dit seizoen nog geen constante factor geweest.

‘Daarom zou het ook jammer zijn als Edwin na Vancouver niet doorgaat. Wij hebben een optimale situatie gecreëerd, het is nu aan hem zich te ontwikkelen en een vaste plaats te veroveren in de wereldtop.’

Ook zijn toekomst in het bobsleeën hangt er vanaf, bekent Noorman. Hij wil niet leidend zijn. Hij voelt zich een dienstverlener, geen motivator. ‘Het ligt aan de verborgen agenda van de atleten. De een heeft zijn doel al bereikt door hier mee te doen, de ander wil misschien ooit goud winnen. Maar als je echt goud wilt winnen, moet je nu niet stoppen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden