‘Een Ajax-spits hoort er 25 doelpunten in te leggen’

De oud-spitsen Kieft en Bosman weten wat wordt verlangd van een Ajax-aanvaller. En dat is veel, zeker voor de beperkte Rosenberg en Charisteas....

Van onze verslaggever Charles Bromet

Met een hartgrondige vloek, die in het plat-Amsterdams van Gerard van der Lem nog iets aan kracht wint, wordt Angelos Charisteas terechtgewezen. ‘Hé mafketel! Ja, jij daar. Kijk je de volgende keer wel een beetje uit?’

De assistent-trainer van Ajax is geraakt door een schot op doel van de Griekse spits. De inzet van de aanvaller mist echter weer eens richting, waardoor Van der Lem, die drie meter verderop wat ballen verzamelt, vol in de maagstreek is geraakt. Ziehier het spitsenprobleem van Ajax in een notendop.

Het beeld van de training liegt niet. Dat geldt overigens al weken. Dinsdag, de dag voordat Ajax in blessuretijd tegen ADO Den Haag een 2-0 voorsprong verspeelt (2-2), laat trainer Blind zijn selectie een ruime partij spelen die in 0-0 eindigt. Tijdens de oefening ‘afwerken op doel’ is middenvelder Galasek het meest schotvaardig.

Blind zegt zijn aankoop Rosenberg nog altijd als ‘eerste keuze’ voor de spitspositie te zien, maar kiest tegen ADO voor Charisteas. Van hem wordt dezelfde besluitvaardigheid verwacht als op Schiphol, na terugkeer van het Champions Leage-duel tegen Sparta Praag. Na de bordjes voor de toiletten te hebben bekeken, loopt de Griek in blinde overtuiging het vrouwentoilet binnen. Toegegeven, het is niet de juiste keuze, maar nu kent hij eens géén twijfel.

Graag ziet Blind die houding terug bij zijn spits, als hij tegen ADO na zeven minuten een kopkans krijgt, vrij voor open doel. Maar Charisteas mist. Blind: ‘Je voelt je beter als je er negen in hebt liggen dan als je er één hebt gescoord.’

Zo moet Jari Litmanen er in het seizoen 1993-1994 ook over hebben gedacht. Met 26 doelpunten wordt de Fin dat seizoen topscorer van de eredivisie. Hij is de laatste die als zodanig wordt gehuldigd, want sinds dat seizoen heeft Ajax nooit meer de topscorer geleverd. Alleen Shota Arveladze (’97-’98) is er na Litmanen nog in geslaagd meer dan 20 competitiedoelpunten te maken.

Dat is tevens de laatste keer geweest, dat een speler van Ajax zelfs deel heeft uitgemaakt van de topdrie in het topscorersklassement.

Noem het dan maar eens terecht dat Rosenberg en Charisteas nu zo onder vuur liggen. ‘De slechte prestaties van Ajax mogen nu ook niet alleen worden toegeschreven aan de spitsen’, zegt oud-Ajacied John Bosman. ‘Ik geloof dat er de laatste wedstrijden achterin ook nog wel het nodige is misgegaan’, voegt hij daar ironisch aan toe.

‘Ajax is niet veel verder dan vorig seizoen’, meent Wim Kieft. Volgens de oud-spits van Ajax heeft het kleine aantal doelpunten van Ajacieden in de laatste seizoenen ook te maken met het spelsysteem dat niet meer geheel conform de huisregels is.

Op papier speelt Ajax dan nog wel 4-3-3, maar Babel en Pienaar zijn geen typische flankspelers. Kieft: ‘Er wordt steeds meer gevraagd van een spits bij Ajax, omdat de aanvoer niet meer ideaal is. Dat vergt veel.’

Maar het neemt niet weg dat een spits van Ajax zich nooit mag verschuilen achter excuses. Bosman: ‘Je bent aanspeelpunt, ze zoeken je altijd, dus moet je er staan. Een Ajax-spits hoort er 25 doelpunten in te leggen. Dat houdt in dat je altijd scherp moet zijn, zowel op de training als in de wedstrijd.’

Dat brengt bij Bosman de herinnering terug aan de jaren tachtig; aan het Ajax van coach Johan Cruijff. ‘Johan riep altijd: scherp zijn, scherp zijn. Op een dag kom ik in de kleedkamer met wat foto’s van een bevriende fotograaf. Dus ik laat ze zien aan de jongens, en zeg: kijk eens, mooie actiefoto’s hè? Waarop Rijkaard ze uit mijn handen grist, en zegt: mooie foto’s ja, maar niet scherp Johnny. Dat kon ik wel waarderen.’

De laatste spits uit de Ajax-opleiding die volgens Kieft heeft voldaan, is Patrick Kluivert. ‘En ik zie Babel niet als zijn opvolger, want die is helemaal niet balvast. Een spits van Ajax moet rond het strafschopgebied altijd aanspeelbaar zijn en positie kiezen bij de eerste paal. Zo’n type is Ryan niet.’

Veel alternatieven heeft Blind niet, volgens Kieft. ‘Charisteas schiet te kort. Die is niet balvast. Dat heeft Anastasiou wat meer, maar die komt snelheid te kort. En Rosenberg is meer een speler die met zijn neus dan met zijn rug naar de goal moet spelen. Ik neem aan dat er is gescout, en dat ze bij Ajax niet helemaal achterlijk zijn, maar tussen deze jongens zie ik geen typische Ajax-spits zitten.’

Maar daar heeft de aanhang geen boodschap aan. Na de nederlaag tegen Feyenoord (1-2) en het gelijkspel tegen ADO (2-2) willen de Ajax-supporters hun team weer eens zien winnen in de Arena, anders begint het morren vanzelf weer.

Kieft: ‘Daar moeten ze maar tegen kunnen. Als je bij een topclub speelt, hoort kritiek erbij. Ik geloof niet zo in het verhaal dat de druk te groot is. Zou het misschien met kwaliteit te maken hebben?’

Bosman: ‘Je taakomschrijving als Ajax-spits is simpel: scoren en meevoetballen. Ja, je staat onder druk, maar daar word je ook sterker van. Je moet het zelf doen, niemand kan je daarbij helpen. Zo hard is het.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden