nieuws

Een aflossingsrace om nooit, maar dan ook nooit meer te vergeten

De vier mannen van de 4x400 meter presteerden zaterdag voorbij de grenzen van alle verwachtingen en snelden naar zilver. Een uur later stonden ze nog te stomen van opwinding.

De vallende Liemarvin Bonevacia heeft het stokje gegeven aan Terrence Agard, de tweede loper van de 4 x 400 meter mannenploeg.  Agard liep van het hele veld de op een na snelste tijd. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
De vallende Liemarvin Bonevacia heeft het stokje gegeven aan Terrence Agard, de tweede loper van de 4 x 400 meter mannenploeg. Agard liep van het hele veld de op een na snelste tijd.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Zestienhonderd meter hardlopen door vier mannen: de 4x400 meter. Vier keer volledig verzuurde kerels over de finishlijn zien tuimelen. Het is ongekend dat Nederland daarin de een na de beste van de wereld kan zijn, maar het gebeurde zaterdag. Het immense Olympisch Stadion van Tokio vormde het lege theater voor de wereldprestatie: tweede achter Amerika.

Iedereen leek met stomheid geslagen toen Ramsey Angela op het laatste rechte eind de in tweede positie liggende atleet van Botswana te pakken kreeg. Tien meter voor de streep, Angela begon ook kapot te gaan, was het zo ver. Met een recordverrichting was het olympisch zilver binnen en werden de vier, Liemarvin Bonevacia, Terrence Agard, Tony van Diepen en finisher Angela, besprongen door het vrouwenteam dat even tevoren de zesde plaats in dezelfde aflossingsrace had veroverd. Het 400-collectief van Papendal was buiten zinnen.

Een uur later stonden de mannen nog te stomen van opwinding. Ze vertelden hun verhalen, ingeleid door Agard, die feitelijk het meeste recht van spreken had. Hij had, met overnamevoordeel, een tijd van 43,76 seconden gelopen, tweede in het hele veld, achter de Amerikaan Rai Benjamin. .

Agard was de man van het emotionele verhaal. Hij vertelde van het lopen ‘met hart en ziel’. Niks laten liggen, alles geven, nergens spijt van kunnen hebben. Hij had het zichzelf allemaal ingeprent. De atleet had vooraf zijn eigen ‘besefmoment’ gehad: weet waar je straks komt en wat je moet doen om boven jezelf uit te stijgen. Hij had erbij gehuild, ‘heel veel’ zelfs.

Dat was deels om zichzelf. In 2015 had hij bij een auto-ongeluk, met sprinter Churandy Martina achter het stuur, slapend op de achterbank zijn nek gebroken. Maandenlang met een frame om het hoofd rondgelopen. Hij was teruggekeerd op de baan. Hij was tot zijn eigen verbazing de beste Terrence Agard geworden.

Het andere deel ging niet over hemzelf, maar over zijn ploeg. Hoe vaak was het niet misgegaan met het kwartet dat op papier finaleplaatsen en kwalificaties aan elkaar zou moeten kunnen rijgen. Het kwam er maar niet van. Het was frustrerend. Nu dat, sinds fraaie successen bij de EK indoor en WK relay, een ver verleden was geworden, had Agard het toch nog een keer meegenomen in zijn eigen race.

Op zijn stuk, van 400 naar 800 meter, brak hij door zijn natuurlijke grenzen. Hij had de geschiedenis van pijn en mislukking meegenomen en vervolgens achtergelaten, gedumpt met een weergaloos optreden op het tartan. ‘Dat was mijn race’, zei de rijzige Agard, vol van pathos.

Hij werd bijgevallen door zijn teamgenoten. Door startloper Bonevacia, de motivator van het kwartet. Door slotloper Angela, die voortdurend sprak van plezier en van de kracht van het team. Door motor Tony van Diepen die eigenlijk 800-meterloper is, maar op de 400 relay als geen ander zijn kracht kwijt kan om in de achtervolging te gaan. Hij is beter als hij zich op een voorganger kan richten. Tony is een chaser, de man die de jacht kan inzetten.

Iedereen voerde uit naar het allerbeste behoren. De zenuwen vooraf waren bezworen. Bonevacia, man van de vrolijke noot, vertelde dat ze sinds Torun, de EK-indoor in Polen, een dansje hadden ingestudeerd. Het was bijna oud-Hollands, stap naar links, stap naar rechts, stap naar voren en ten slotte naar achter. Het brak de spanning.

Bonevacia kwam ter plekke met de term Lion Dance. Het stel gierde van het lachen. Want ja dansen, leer dat een Heerhugowaardse stijve hark als Van Diepen eens. ‘Nooit op dansles gezeten’, bekende hij. En de soepele heupen van de anderen met hun Antilliaanse roots waren voor hem onbereikbaar. Ze hadden Tony soepeler gemaakt, wisten de andere drie zeker.

Dat de vrouwen van dat andere Nederlandse kwartet hen na afloop besprongen, zei veel over de hechte band tussen de 400-groepen van Papendal, die onder leiding staan van de Zwitsers meestercoach Laurent Meuwly en diens assistent Bram Peters. De vrouwen zeggen de mannen af en toe de waarheid.

Bonevacia: ‘Ik kom niet weg met een slechte dag. Ik wil niet, maar ik moet gewoon.’ Angela: ‘Wij zijn heel competitief ingesteld.’ Agard: ‘De laatste set van een training is vaak een soort wedstrijd.’

Het is pushen tot de limit, aldus Bonevacia. Een goede trainer doet dat met een voetbalelftal. Hun trainers doen dat met atleten. Geen gezeik over de opstelling, Agard inzetten voor Jochem Dobber en dan gaan. Voorbij de grenzen van alle verwachtingen. Het kwam op een zaterdagavond in Tokio allemaal bij elkaar. Het werd een dag om nooit te vergeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden