Een aanwijzing met kwalijke gevolgen

Chef de mission Henk Gemser (69) en schaatscoach Gerard Kemkers (42) keren dezer dagen terug naar een olympische stad in Canada....

Het voorval, de dramatische val van Gerard Kemkers op de 10 kilometer van Calgary, is door de buitenwereld veel besproken, maar de hoofdpersonen zelf, schaatser en coach, nu trainer en chef de mission, hebben het er weinig tot nooit over. Onuitgesproken overeenstemming over een grote mate van noodlottigheid.

Henk Gemser: ‘Ik heb de beelden van de valpartij nooit teruggekeken. Het hoeft niet. Die val zit tot in detail in mijn geheugen.’

Gerard Kemkers: ‘Ik word er nog veel aan herinnerd. Ik heb er in dit land, merk ik elke keer, mijn faam en roem aan te danken. Het is ongelooflijk. Maar ik heb de val, eerlijk gezegd, ook nooit teruggezien. Ik reed 14.08. Een wereldrecord met val werd gezegd.

‘Ik werd vijfde, drie seconden achter Flaim. Leo Visser werd derde met 14 blank en het zilver was voor Hadschieff, de Oostenrijker, met 13.56. De winnaar was Gustafson, in een wereldrecord, 13.48.’

Gemser: ‘Die 10 kilometer van Gerard is het voorbeeld van wat echt verdriet is. Ja, echt. Je hebt er geen flikker aan, dat we dat nu nog eens zeggen, maar hij was toen echt de beste. Dat zei ik vooraf al op gevoel. Daar was voor mij geen discussie over.’

Kemkers: ‘Ik ging te hard in het begin. Ik zat voorin de loting. Dat was de straf voor rijders die het jaar ervoor bij de WK goed waren, dan werd je destijds in de eerste groep ingeloot. Nu zit je in de laatste groep. Leo Visser moest zelfs als eerste beginnen op de 5 kilometer.’

Gemser: ‘Dan weet je niet wat mogelijk is. Ja, het eerste rondje mochten ze kijken wat mogelijk was, met het ijs in gesprek raken. Daarna kozen we een schema. Op de 5 kilometer van Visser kozen we voor het wereldrecord van de Noor Karlstad, 6.42. Maar Leo hield dat niet vol.’

Kemkers: ‘Henk gaf op de 10 kilometer aan dat ik te hard ging. Toen viel ik. Het was na de eerste bocht van de vijfde ronde, vlak voor zijn neus, op de kruising. Sindsdien zeg ik nooit meer tegen welke schaatser ik bij TVM ook coach: kalm aan, of niet zo hard. Dat is een aanwijzing die ik uit mijn taalgebruik heb gebannen.’

Gemser: ‘Dat afremmen had te maken met de strategie die ik gebruik op de 10 kilometer. Ik heb altijd de gedachte dat je niet te snel moet openen. Geef jezelf de kans je ritme te vinden. Daarna is het aan de intelligentie van de sporter om te zien of we toekomen aan de eindtijd die we hebben afgesproken.’

Kemkers: ‘Ik zat na de val met mijn kont op het ijs. Ik heb de oorzaak nooit kunnen achterhalen. Ik haakte met de linkerschaats achter de rechterhak. Ik verspeelde in die volle ronde met val negen seconden, maar daarna heb ik ook nog een rondje of zes, zeven als een dwaas rondgereden. Waarom rijd ik hier nog? Kan ik niet beter stoppen? Heeft dit nog zin?’

Gemser: ‘Ik ben na de val de kruising opgereden, achter Gerard aan. Ik gebruikte wat tekst die ik ook nu weer zou gebruiken. En die maar voor één uitleg vatbaar was. Zo spoedig mogelijk de draad oppakken. Maar wat er gezegd is?’

Kemkers: ‘Daar moesten we nog maar eens een liplezer op los laten.’

Gemser: ‘Ik kreeg een reprimande van de Noorse scheidsrechter en geen waarschuwing. Want ik ging net op tijd in de remmen. Die Noor riep mij heel hard aan, maar ik was de lijn niet voorbij. Toen heb ik hem nog wat ongezelligs toegevoegd. In het Nederlands. Dat kon hij niet verstaan.’

Kemkers: ‘Ik ging pas weer serieus rijden toen ik Mojsin, die Rus, in het vizier kreeg en het Canadese publiek dat leuk bleek te vinden. Maar daarvoor had ik een aantal van mijn minder goede ronden gereden.’

Gemser: ‘Gerard was die dag de beste. Hij liet het alleen niet zien.’

Kemkers: ‘Ik heb nadien wel gedacht: wat gebeurt er als je in een heerlijke race terecht komt zoals Tommy Gustafson die had? Man, ik had hem een jaar eerder nog meegenomen naar Jan Bols in Hoogeveen om zijn schaatsen te repareren en de ronding in orde te brengen. Tommy was een type als ik, een twijfelende topsporter. Dan weer goed, dan weer niet goed.’

Gemser: ‘Ik heb in 1985 de Elfstedentocht met Gustafson gereden. Als ik hem toen heb geïnspireerd, dan is dat achteraf stom. In het olympisch jaar 1988 was hij onbegrijpelijk goed. Hij won bij het EK in Den Haag alle vier afstanden.’

Kemkers: ‘Ik zat op die 10 kilometer maar acht seconden achter het brons. Dat had ik zonder val sowieso gehaald. Zilver had het ook kunnen zijn. En wat als ik ergens laag in de 13.50 had gereden, had de stress Tomas dan te pakken gekregen?

‘Op de 5 kilometer was het anders. Daar waren er twee beter, Gustafson en Visser. Ik kon geen centimeter harder. Ik had elke vezel van mijn lichaam uitgeperst. Het eerste half uur na die race kon ik niet denken. Alles was zwart. Nooit zo gehad. Ik gooide mijn hoofd omhoog en toen ging het bloed gek doen. Leo Visser moest mijn schoenen uittrekken.’

Gemser: ‘De avond na de val van Gerard ben ik zo ziek geworden dat ik van de ploegarts het olympisch dorp uit moest. Diarree, koorts. Ik heb toen in een hotel in de stad geslapen. Ik was vier jaar zo bezig geweest met mijn werk. Ik was er zo door in beslag genomen. Na negentien jaar aanloop had ik eindelijk mijn kans gekregen de Spelen mee te mogen maken. Dat had emotioneel veel van me gevraagd. Ik hield me krampachtig aan mijn taken vast.’

Kemkers: ‘Henk had een combinatie van werk op het CIOS (het Centraal Instituut Opleiding Sportleiders), zijn gezin en ons als schaatsploeg. Hij deed het parttime en in de winter drie maanden fulltime.’

Gemser: ‘Om die tijd te creëren werkte ik op andere momenten extra. Er waren nog geen contracten waarin je werd vrijgesteld van werk.’

Kemkers: ‘Ik begeleid mijn TVM-ploeg fulltime. Ik kan me er niets bij voorstellen hoe dat zou moeten, als ik ook nog eens les zou moeten geven op school. Maar Henk combineerde het, ongelooflijk hoe hij dat toen voor elkaar bracht.’

Gemser: ‘Compliment nog aan de jongens van toen. Om kwart over 9 riep ik: hoi, en vertrok naar school. Ze mopperden nooit. Tussen 12 en 2 uur was ik er weer. En ’s avonds vaak ook nog een trainingsinspanning.’

Kemkers: ‘We trainden zo hard in die tijd. Dat waren belachelijke schema’s hoor. Sorry, Henk. Ik moest als beginnend schaatser wel fulltime meedoen. Als ik eens een boek pakte om te studeren, viel ik na één bladzijde in slaap. In mijn eerste jaar bij de kernploeg zat ik tegen overtraindheid aan.’

Gemser: ‘Het was de geest van de tijd. In 1984 was met de Nederlandse ploeg bij de Spelen in Sarajevo alles misgegaan. We leefden toen ook in de sfeer van Eric Heiden en de Oost-Duitse dames. Maar we waren wel de eerste die met hartslagmeters werkten en lactaat prikten.’

Kemkers: ‘Die meters waren kastjes, die droegen we in een beha. En voor het afnemen van bloed hadden we een buisje in een ader met een kraantje erop. Afgeplakt. We deden alles als eerste.’

Gemser: ‘We gingen met een kleine ploeg naar Calgary, Vergeer, Visser, Kemkers. Herbert Dijkstra was gast in het team. We gingen via het Amerikaanse Butte, een trainingskamp op hoogte.’

Kemkers: ‘Daar raakten we in een olympische roes. Die hielden we tot en met Calgary vast. In Calgary was een geweldige sfeer. De mensen waren supervriendelijk. Zij wilden de Spelen echt graag. Dat hebben we later wel anders meegemaakt. Op straat hielden ze je staande. Ze konden bijkans niet van je afblijven.’

Gemser: ‘Gelukkig waren we in de herfst al een keer op de baan van Calgary geweest. Karlstad haalde toen meteen vijftien seconden van het wereldrecord af. Niet slim vonden Kemkers en Visser toen. Er was per verbetering geld te verdienen. En hij was meteen de te kloppen man.’

Kemkers: ‘Karlstad stond nummer 1 in alle voorspellingen. Hij won ten slotte vier jaar later goud op de Spelen van Albertville. Ik weet nog dat ik na die val zelf op het middenterrein zat en mezelf een belofte deed. Dat ik dit nog een keer goed zou maken. Omdat ik wist dat ik echt de beste kon zijn op één dag.

‘Ik had nog zeker twee Spelen te gaan, Albertville en Lillehammer. Ik verwachtte nog een hele serie kansen. Maar door een nooit opgelost probleem met mijn been (een zogenoemde zwabbervoet) moest ik in november 1991 definitief stoppen. Als je terugkijkt naar de carrière die ik na 1988 niet heb gehad, ben ik achteraf nog heel tevreden met het brons van de 5 kilometer. Ik heb het lang weggestopt, maar uiteindelijk is de berusting gekomen. Omdat ik toch een van de weinigen ben die een olympische schaatsmedaille heeft gewonnen.’

Gemser: ‘We vlogen terug via Vancouver. We gingen eerder weg, want er was nog een WK in Alma Ata te rijden. Het eerste goud van Yvonne van Gennip hebben we nog zelf meebeleefd, van het tweede hoorden we toen we met ons vliegtuig boven Calgary hingen.’

Kemkers: ‘Wij vlogen via Schiphol naar Eelde. Stonden er vijfduizend supporters voor mij op de landingsbaan.’

Gemser: ‘Ze hadden in Calgary al gezegd. Jullie weten niet wat jullie in Nederland hebben losgemaakt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden