ReportageWK Sprint

Echec sprinters op WK schaatsen: ‘We moeten echt aan de bak’

Voor het eerst sinds 2011 eindigde er bij het WK sprint geen Nederlandse schaatser op het podium. Zelfs het voortijdige vertrek van de Rus Pavel Koelizjinov, de gedoodverfde winnaar, veranderde daar niets aan. 

Tatsuya Shinhama werd wereldkampioen bij de sprinters.Beeld EPA

‘Wij Nederlanders worden zoekgereden’, stelde Kai Verbij zaterdagmiddag vast. ‘We doen iets verkeerd.’ Verbij reikte tot de vierde plaats. Beter zat er voor Nederland niet in.

De schouders van Verbij hangen altijd een beetje, maar zaterdagmiddag in het Vikingschip hingen ze van verslagenheid nog wat lager. De wereldkampioen sprint van 2017 had geen moment het idee dat hij Tatsuya Shinhama, de nieuwe wereldkampioen, had kunnen verslaan. Ook Laurent Dubreuil, die tweede werd, was veel te goed.

Hij had nog de hoop gekoesterd de Koreaan Cha Min Kyu voorbij te kunnen streven, maar die liet op de slotafstand daarvoor geen enkele ruimte. Verbij schaatste zoals bijna het hele seizoen onder zijn niveau. ‘Ik rijd niet lichtvoetig meer.’ Dat hij vierde was geworden, viel hem nog mee.

Kai Verbij rijdt op de 1.000 meter tegen Kjeld Nuis. Beiden wisten niet op het podium te komen.Beeld ANP

Nog geflatteerd

Hij was niet de enige Nederlander die deze winter niet kon aanhaken bij het sprinttop. Kjeld Nuis, in de afgelopen vier jaar telkens op het podium, kwam in Hamar niet verder dan de zevende plaats. De uitslagen van de Nederlanders - Dai Dai Ntab werd negende - waren bovendien geflatteerd, omdat naast Koelizjnikov ook de andere Russische sprinters zich na één dag hadden afgemeld.

’Als Nederland moeten we echt aan de bak’, trok Verbij het teleurstellende optreden breder. ‘Niet alleen mijn team, de andere partijen ook.’

Misschien ligt het aan de structuur, filosofeerde hij in de catacomben van het schaatsstadion. In Nederland is het sprinttalent versnipperd over meerdere commerciële ploegen. ‘In het verleden werkte dat.’

Bondsploeg

In Japan en Rusland, de sprintlanden van het moment, rijden de mannen in een bondsploeg. ‘Als je naar Japan kijkt, dan zie je wat een spirit ze hebben. Ze zijn gedreven, allemaal, en ambitieus. En ze hebben heel goede schaatsers bij elkaar.’

‘Dat vind ik echt onzin’, reageerde Dennis van der Gun op de analyse van Verbij. Als sprintbondscoach in Japanse dienst begeleidde hij Shinhama naar zijn wereldtitel. ‘Kijk, ik geloof wel in verbinden. Dat je samen moet trainen en alle krachten benut. Dat doen wij heel goed. We hebben middellangeafstandrijders, stayers en sprinters.’

Maar in Nederland is dat volgens de sprintcoach niet anders, de commerciële ploegen houden evengoed rekening met hun samenstelling. ‘In Nederland heb je een commercieel model, gebaseerd op concurrentie. Ploegen kunnen rijders kopen. Zij kunnen hun teams samenstellen zoals ze willen.’

Te simpel

Ook Jac Orie, coach van Nuis, vond het te simpel gedacht van Verbij. ‘Als je achter elkaar rijdt, komt alles goed’, smaalde hij. ‘Als je denkt dat daar het verschil ligt, moet je het vooral doen. Pavel Koelizjnikov springt uit stilstand 3 meter 25 ver. Je kunt wel 85 uur achter elkaar aan gaan rijden, maar daar ga je geen 3 meter 25 van springen.’

De 23-jarige Shinhama is volgens Orie net zo’n uitzonderlijk talent. ‘Kijk eens naar de fysiek van die jongen. Dat zie je toch? Dat heeft-ie niet gekregen van samen rijden.’

Orie: ’Er wordt snel te eendimensionaal gedacht. Als er iemand wint met heel dikke benen, zeggen ze: wij moeten ook dikke benen. Zo werkt het niet. Er zit meer achter.’ Het is een combinatie van talent, goede begeleiding en wat geluk. Dat valt in Japan en Rusland nu samen. ‘Dat hebben wij in Nederland ook gehad met Jan Smeekens en de Mulders, die een paar jaar geleden al die sprintpodiums aan puin reden.’

Veranderd

Volgens Van der Gun is het sprintlandschap met mannen als Shinhama en Koelizjnikov veranderd, in het nadeel van de Nederlanders. ‘Je moet nu echt vier goede afstanden rijden. Heel lang kon je wat verliezen op de 500 meter en dan gas geven op de 1.000 meter.’

Dat was bij deze WK sprint, ook bij de vrouwen, niet genoeg. Van der Gun: ’Nederlanders rijden goede 1.000 meters, maar krijgen een draai om de oren op de 500 meters. De mannen rijden 35,0. Dan heb je zo een halve seconde aan je broek.’

Een ‘gigagat’, noemde Verbij de achterstand op de 500 meter. ‘Maar het is wel te dichten’, denkt hij. Met een andere trainingsaanpak en een stabieler seizoen moet het kunnen. Niet alleen bij hemzelf, maar ook bij zijn landgenoten.

Daar is Orie ook van overtuigd. ‘Het verschil tussen winnen en verliezen lijkt soms groot, maar dat is het niet. Dat gat trekken we wel een keer dicht, maar we moeten op onze tellen passen. Het is niet zo dat het vanzelf komt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden