INTERVIEWTOM DUMOULIN

Dumoulin: ‘Het fietsen kan een ware ratrace zijn. Wilde ik dat nog wel?’

Tom Dumoulin rijdt alweer ‘vies hard’, ziet voormalig ploeggenoot Sam Oomen. Beeld Jumbo Visma

Het is vandaag exact een jaar geleden dat Tom Dumoulin in koers was. Een valpartij, een nieuwe ploeg, corona: heeft de gedwongen rustpauze wat opgeleverd?

Hij is in maart en april nog gereserveerd over de kansen op een herstart van het wielrennen deze zomer, maar Tom Dumoulin begint er nu zo langzamerhand toch in te geloven. Optimisme schiet wortel. ‘Het ziet er met de dag beter uit’, zegt hij. 

Woensdag maakt zijn nieuwe werkgever, Jumbo-Visma, het schema van trainingsstages en wedstrijden bekend voor de voorbereiding op de Tour de France, het meest prestigieuze evenement in zijn sport dat hij voor alles op zijn erelijst wil bijschrijven. Het zou veertig jaar na de triomf van Joop Zoetemelk op de Champs-Élysées zijn, maar de Giro-winnaar van 2017 laat zich door statistiek van dit kaliber niet opjutten. Hij haalde drie jaar geleden ook zijn schouders op toen hem werd gevraagd of hij de druk voelde van 37 jaar Nederlandse droogte in de grote ronden. Hij wilde vooral presteren voor zichzelf en zijn ploeg.

Dit is toch ook een ijkpunt: het is deze maandag precies een jaar geleden dat Dumoulin (29) in koers was. Op 15 juni 2019 verliet hij het Critérium du Dauphiné, daags nadat hij het zes etappes nog had geprobeerd. De linkerknie, gehavend bij een val een maand eerder in de Giro d’Italia, speelde toch weer op. Nóg een markering: het is deze maandag ook de dag dat België de grenzen weer opent en dat zal voor hem als een opluchting voelen. Hij woont in Kanne, Belgisch-Limburg, pal onder Maastricht en daar fnuikte een hek meteen het verlangen weer eens het Limburgse heuvelland op te zoeken.

Dat hij de afgelopen maanden trainde zonder zicht op een wedstrijd ergens in de verte was vervelend geweest, zegt hij tijdens een gesprek van een kwartier via Skype vanuit de studeerkamer in zijn woning. Natuurlijk had hij graag willen koersen. Hij heeft ‘s morgens nog getraind. In een zwart T-shirt met emblemen van zijn ploeg en kledingsponsor op de borst zit hij nu aan zijn bureau. Meer nog dan het ontbreken van een mikpunt, miste hij de vrijheid, te gaan en te staan waar hij wil. Zomaar een koffiestop ergens onderweg. Een ander bellen, of-ie meeging. ‘Het leven an sich was beperkt. Dat was nog lastiger.’

‘Het moeten presteren heeft plaats gemaakt voor het willen presteren. Zo probeer ik er nu in te staan.’ Beeld Jumbo Visma

Het werd meestal de omgeving van Aubel, pal onder de Voerstreek, of nog wat verder, de noordelijke Ardennen in. Zeker, ook mooi, maar hij had ook wel eens weer samen willen rijden met zijn maten met wie hij al eerder zoveel kilometers maakte, Laurens ten Dam bijvoorbeeld, inmiddels gestopt, of Sam Oomen, zijn ploeggenoot bij zijn vorige team Sunweb.

Hij heeft een periode met kerende kansen achter de rug. Vanaf zijn voortijdige vertrek uit de Dauphiné lukt het maar niet een paragraaf toe te voegen aan zijn conduitestaat. Na terugkeer in Nederland komt tot een knieoperatie, waarbij een stukje grind wordt verwijderd. Zijn toenmalige begeleiders bij Sunweb wachten hem op voor een hoogtestage als laatste voorbereiding op de Tour, maar onderweg naar de Alpen concludeert Dumoulin halverwege dat deelname onverantwoord is en rijdt naar huis.

Vanaf dan begint de zoektocht naar de beste manier om zich weer aan het wielerfront te melden. Hij zet een rigoureuze stap: hij ontbindt zijn contract met Sunweb om naar Jumbo-Visma te kunnen overstappen. De klik is weg. Tegen het AD, half april, vertelt hij dat het vertrek na de Tour in 2018 van zijn ploeggenoten Laurens ten Dam en de Duitser Simon Geschke hem had geraakt. Hij is niet geraadpleegd. Hij begrijpt niet waarom ze weg moeten, het zijn door hem gewaardeerde krachten. Maar er is uiteindelijk geen speciaal moment waarop hij beseft dat hij de chemie in een andere omgeving moet vinden. Het was een worsteling geweest.

Intussen herstelt de knie. Sam Oomen fietst eind van de zomer met hem op en stelt vast dat hij al weer ‘vies hard’ rijdt. Twee keer gaat hij op stage met zijn nieuwe ploeggenoten. Hij voelt zich thuis in het ‘Real Madrid’ van het wielrennen en ondergaat tests met waarden die de topvorm van eerdere jaren benaderen, zo niet overstijgen. Prestatiecoach Mathieu Heijboer glundert bij het zien van de cijfers, zelf geniet hij mee.

Maar het front blijft uit zicht. Darmparasieten blokkeren zijn debuut voor de ploeg begin februari in de Ronde van Valencia. Koersen in maart zit er evenmin in. Het drijft hem tot wanhoop en frustratie. Op het moment dat de gevolgen van de val na acht maanden verteerd lijken, staat het lichaam een terugkeer in de weg, nota bene weer het spijsverteringskanaal, dat hem in de Giro van 2017 al dwong tot een noodstop in de berm. Nog altijd is de zoektocht naar het voor hem beste dieet niet voltooid. Het coronavirus stelt een comeback in de koers nog verder uit.

Maar toch: het jaar zonder wedstrijden heeft hem wel wat opgeleverd. Het gaf hem de ruimte na te denken over zijn vak. Had hij er nog plezier in? Aan voortijdig stoppen heeft hij nooit gedacht. ‘Ik vroeg me wel af hoe ik het wielrennen aan beleven was. Eigenlijk beleefde ik het niet, of te weinig. Dat speelde al in 2018. Het fietsen kan een ware ratrace zijn. The survival of the fittest. Elkaar soms het leven flink zuur maken, daar komt het wel op neer. Dan kan het een heftig beroep zijn. Wilde ik dat nog wel?’

Bij de presentatie van Jumbo-Visma december vorig jaar geeft hij al een inkijkje in zijn perceptie van zijn sport. Hij vertelt dat 2018 zijn misschien wel vervelendste wielerjaar ooit was, terwijl hij toch een krachttoer van jewelste had verricht: tweede in zowel de Tour de France als de Giro d’Italia. Was 2019 vol tegenslag niet een graadje ellendiger geweest?

Tom Dumoulin (tweede van links) tijdens de Giro van 2019 na een valpartij. Beeld Klaas Jan van der Weij

Dumoulin laat zijn gemoedsrust niet alleen bepalen door podiumplekken, hoe trots hij ook is op die prestaties. ‘De stress van het voortdurend moeten presteren was bij tijd en wijle erg vermoeiend. Ik had moeite met die druk.’ Dat bij Sunweb alles was afgestemd op zijn persoon, als enige kopman, begon hem steeds meer dwars te zitten. Een verkoudheidje, en iedereen keek al een tikje ongerust zijn kant op.

Bij Jumbo-Visma draagt hij niet meer het volle gewicht van de ploeg. Natuurlijk hoopt het team op een overwinning in de Tour de France, het is evengoed zijn grootste ambitie. Maar als de andere troeven voor het geel – de Sloveen Primoz Roglic en Steven Kruijswijk – beter blijken, dan zal hem dat niet worden nagedragen. Alles voor het uiteindelijke doel: één van hen in het geel in Parijs. 

Eenzelfde loyaliteit leidde onlangs tot een afmelding bij de MPCC, de beweging voor een geloofwaardige wielersport. Dat Jumbo-Visma drankjes met ketonen als een extra energiebron opneemt in het voedingsprogramma, terwijl de MPCC dat sterk afraadt, zou zijn lidmaatschap ‘hypocriet’ maken.

Dankzij de bespiegelingen heeft hij in het wielrennen een modus gevonden, zegt hij. ‘Het moeten presteren heeft plaats gemaakt voor het willen presteren. Zo probeer ik er nu in te staan.’ Daarmee is de liefde voor de fiets verankerd. ‘De vraag of ik weer de beleving kon terugvinden, kon ik eigenlijk vorig jaar al beantwoorden. Ja, ik haal er weer heel veel plezier uit. Ik vind het leuk om te trainen, ik vind het leuk om weer wedstrijden te gaan rijden, elkaar tot het uiterste te drijven.’ 

Hij poogt laconieker om te gaan met zijn roem - dat hij ook in zijn gewone kloffie altijd maar als Tom de wielrenner wordt gezien, heeft hij lang lastig gevonden, vertelde hij een maand geleden in NRC. Waar hij bijvoorbeeld de afgelopen jaren selectief was met interviews, heeft hij nu een lange reeks achter de rug, in kranten, met websites, op radio en tv; er was ook gelegenheid voor.

De maanden vol beperkingen heeft hij onder meer gevuld met een groter aandeel in het huishouden. ‘Alleen schoonmaken doe ik niet, daar heb ik een hekel aan’. Hij kluste en wandelde veel met de hond. Covid-19 heeft zijn motivatie niet aangetast. Zijn vrouw werkt als psycholoog in het ziekenhuis van Maastricht en zou aanvankelijk worden ingeschakeld bij de begeleiding van het zorgpersoneel op afdelingen met corona-patiënten – achteraf blijkt dat minder nodig dan verwacht. 

Was het contrast niet erg groot, zij in het midden van de branding en hij veroordeeld tot het rijden van rondjes zonder doel? Hij vindt het een ‘denigrerende’ vraag. ‘Ik werk keihard voor wat ik doe. Zij ook. Ze heeft een ander beroep dan het mijne. Er zijn altijd wel banen die als zinvoller dan andere kunnen worden beschouwd. Ik heb er geen last van. Dit is mijn werk, dit is mijn passie. Ik word er blij van en ik merk dat heel veel mensen het met mij belangrijk vinden en er ook blij van worden. Dat is wat voor mij telt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden