Droomvoetbal

Woensdag begint in Stockholm het WK voetbal voor robots en virtuele systemen. Een team van Nederlandse universiteiten sleutelde jarenlang om kans te maken op de Robocup....

AMSTERDAM, Watergraafsmeer, het rekencentrum SARA. Ik zet nietsvermoedend de speciale 3D-bril op en sta op de middenstip van een immens voetbalstadion dat loeit en scandeert en ongeduldig zingt. Oeps. Ik?

Tijd voor de aftrap, gebaart informaticus dr. Hans Spoelder in de met dundoek bespannen projectiekubus CAVE. Negen ledenpoppen op het felgroene computergras om me heen wachten. Tien virtuele teamgenoten in geel en elf dito tegenstanders in rood. Voor mijn voeten zweeft - iets boven het gras en al net zo virtueel - de bal.

In mijn rechtersok steek ik de bewegingsmelder en ik neem de losse joystick in mijn hand, duim aan de knoppen. Links voor linksom, rechts voor rechts. Voorzichtig met de kabels.

Goed dan. Ik haal uit. Mijn lange pass naar voren komt, door de linies heen, direct vlak voor het zestienmetergebied. Balbezit rood, helaas. Ik wijs met de joystick voor me uit, middelste button in, en glijd er vanzelf naartoe, de bal achterna. Rood verdedigt de bal naar rechts, speelt af, pass. Lange voorzet rood, over de hele gele ploeg heen.

Terug. Ik zwenk, rechter knop. Het stadion tolt om me heen. Ik passeer rakelings een oprukkende tegenstander. Middenknop. Zweef als in een droom naar voren. Maar waar is de bal? En welk doel was eigenlijk het onze? In de verte scoort rood tegen een kansloze keeper. 0-1. Teleurstelling, gek genoeg.

'In het begin', vergoelijkt Spoelder het gestuntel van zijn licht draaierige bezoek, 'heb je al je aandacht nodig voor je eigen bewegingen in de virtuele ruimte.' Geloof hem, na een uurtje of wat oefenen in dit CAVE-virtual reality-theater zouden wij net zo klaar zijn als hij. Klaar voor het wereldkampioenschap voetbal voor robots en virtuele systemen, dat komende woensdag in de Zweedse hoofdstad Stockholm begint in de marge van een conferentie over kunstmatige intelligentie. Tientallen teams zullen zich daar in de strijd werpen om de Robocup '99.

Spoelder, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, is een van de leden van het Dutch Robot Soccer Team, een samenwerkingsverband van de universiteiten in Amsterdam (VU en UvA), Delft en Utrecht. Staf en studenten sleutelden de afgelopen jaren intensief aan hard- en software die het in Stockholm moet kunnen opnemen tegen de wereldtop. Een dozijn in Duitsland gekochte robotjes vormen het hart van de onderneming.

Vorig jaar in Parijs werd de groep als outsider meteen derde in de categorie simulaties. 'Omdat we als enigen al konden dribbelen', zegt Spoelder. 'Er hebben toen tegenstanders nachten doorgehaald om ons toch te verslaan.'

Het virtuele voetbalsysteem dat zijn team deze dagen bij het Amsterdamse rekencentrum test, wordt het piece de resistance van de Amsterdammers. Uiteindelijk moet Spoelder het vanuit de CAVE samen met zijn virtuele elftal opnemen tegen spelers en hun computergegenereerde teams in een soortgelijk theatertje in Stockholm. Gegevens over de spelers en de bal flitsen tienmaal per seconde over Internet heen en weer tussen beide spellocaties. Elke speler stemt er zijn acties op af.

Het lijkt allemaal jongensboekenwetenschap, robots en computers die tegen elkaar voetballen. Maar Spielerei is het bepaald niet, verzekert informaticus prof. dr. Frans Groen van de Universiteit van Amsterdam. 'Van oudsher houden we competities bij onze conferenties over kunstmatige intelligentie, om de stand van zaken te testen. Vroeger schaakten we. Maar als je dynamischer en realistischer wilt, is voetbal ideaal. Afgeperkt, en toch een rijk probleem.'

Groen: 'Wij zijn geïnteresseerd in autonome robotsystemen die in een dynamische omgeving opereren. Stofzuigers, transporteenheden, mijnenvegers. Systemen die ook overweg kunnen met een lolbroek die er vóór gaat staan, met wegvallende teamgenoten, met halfduister, rook, of mist. Centrale besturing is vaak minder effectief dan lokale acties op grond van globale informatie.'

Maar alle begin is moeilijk. Een verdieping hoger in het gebouw hannessen in een laboratoriumzaaltje drie robotjes op wielen - model zwarte Nilfisk-stofzuiger - met een rode bal op een geblokt speelveld. In de verte bevindt zich een doel, dat is duidelijk, maar vooralsnog lijkt het vinden en opdrijven van de bal al een hele opgaaf. Van samenspel is geen sprake.

Het geschutter is echter wel degelijk de vrucht van hard wetenschappelijk werken, in hoofdzaak van de eerder deze maand onverwacht overleden informaticus dr. Emiel Korten. De robots zijn uitgerust met accu's, ultrasone afstandmeters, een camera en beeldherkennende software. Ze staan in draadloos contact met een centrale computer langs de lijn.

De besturing van het geheel, legt Groen uit, gebeurt in twee lagen. De robots melden hun waarnemingen aan de computer dat er de toestand van het speelveld en de teams uit destilleert. Die zendt hij terug naar de robots, die op grond van die informatie zelfstandig besluiten wat ze in de gegeven situatie moeten doen.

Groen: 'In eerste instantie krijg je regelrecht pupillenvoetbal, schieten en dan met zijn allen naar voren. Maar je kunt er met zelflerende software strategie en tactiek aan gaan toevoegen. Gaandeweg krijg je zo individuele spelers.'

En juist daarbij, zegt Spoelder, is simulatie een uitgelezen hulpmiddel. In korte tijd zijn daarmee talloze spelsituaties aan te bieden, waarmee de reacties van de virtuele spelers kunnen worden aangescherpt. Echte robots doen daar te lang over.

Op zichzelf, zegt de informaticus, zouden op die manier ook twee computers aan elkaar kunnen worden gekoppeld en in een fractie van een seconde een hele virtuele voetbalwedstrijd spelen. Alleen: de officiële doelstelling van de Robocup-kampioenschappen is halverwege de volgende eeuw een robotteam te laten winnen van de dan regerende wereldkampioen gewone-mensenvoetbal.

Hoog gegrepen, erkent Spoelder. 'Maar als je ziet hoe snel het in het computerschaak is gegaan, zou ik er toch niet van staan te kijken.' Ware het niet, tempert Groen al te veel optimisme, dat tastbare robots fysieke beslommeringen hebben. 'Ze slippen, botsen, raken van slag, de bal dendert. Dat is toch even iets anders dan een keurig stelletje coördinaten in een computergeheugen.'

Met Kortens ontijdige dood is zoveel kennis verloren gegaan over de robotjes en hun software, dat is besloten ze niet in te zetten in Stockholm. Komende week speelt Spoelder met zijn virtuele team in de simulatiecompetitie. Moederziel alleen vanuit de CAVE in Amsterdam. Zijn collega's gaan wel kijken in Zweden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.